Artikel 43 van het Gemeentedecreet stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissingen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.
De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2011 (jaarnummer 1496) de oprichting en de statuten goed van het toeristisch samenwerkingsverband vzw Kunststeden Vlaanderen.
De schepen van cultuur en toerisme en de verantwoordelijke van de dienst toerisme en congres van de bedrijfseenheid actieve stad werden afgevaardigd als vertegenwoordigers van de stad Antwerpen op de oprichtingsvergadering van de vzw Kunststeden Vlaanderen.
Er wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om de schepen bevoegd voor het domein toerisme, Koen Kennis, en de verantwoordelijke van de dienst toerisme en congres van de bedrijfseenheid actieve stad, Annik Bogaert, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de algemene vergadering en de raad van bestuur van de vzw Kunststeden Vlaanderen.
vzw Kunststeden Vlaanderen voldoet aan de gestelde voorwaarden volgens artikel 3 van het Decreet betreffende de organisatie en erkenning van toeristische samenwerkingsverbanden van 6 maart 2009.
De gemeenteraad beslist Koen Kennis af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de algemene vergadering van de vzw Kunststeden Vlaanderen, en dit tot aan het einde van deze legislatuur.
De gemeenteraad beslist Annik Bogaert af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de algemene vergadering van de vzw Kunststeden Vlaanderen, en dit tot aan het einde van deze legislatuur.
De gemeenteraad beslist Koen Kennis af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de raad van bestuur van de vzw Kunststeden Vlaanderen, en dit tot aan het einde van deze legislatuur.
De gemeenteraad beslist Annik Bogaert af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de raad van bestuur van de vzw Kunststeden Vlaanderen, en dit tot aan het einde van deze legislatuur.
De gemeenteraad beslist dat de stadsafgevaardigden, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moeten nemen en waar nodig dienen te overleggen met het college.