Terug

2013_CBS_00810 - Bestuurlijke organisatie - Samenstelling deontologische commissie - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 01/02/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_00810 - Bestuurlijke organisatie - Samenstelling deontologische commissie - Goedkeuring 2013_CBS_00810 - Bestuurlijke organisatie - Samenstelling deontologische commissie - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Op 21 maart 2005 (jaarnummer 432) keurde de gemeenteraad de gedragscode voor mandatarissen en de code voor personeelsleden goed. Op 26 mei 2008 (jaarnummer 980) bekrachtigde de gemeenteraad de gedragscode voor raadsleden en keurde de nieuwe gedragscode voor collegeleden goed.

Op 29 mei 2007 (jaarnummer 1255) keurde de gemeenteraad het reglement goed dat de opdracht, samenstelling en werking van de deontologische commissie regelt.

In artikel 1 van dit reglement wordt de opdracht van de deontologische commissie bepaald, namelijk toezien op de naleving van de gedragsregels uit de gedragscode voor raadsleden en advies uitbrengen over bepalingen uit deze gedragscode. Voor de collegeleden is de Vlaamse regering verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de gedragscode.

Artikel 2 regelt de samenstelling van deze commissie als volgt:

  • elke fractie in de gemeenteraad duidt één lid aan, elke fractie groter dan vier duidt een tweede lid aan en elke fractie groter dan veertien duidt een derde lid aan;
  • in de commissie zetelen minstens twee vertegenwoordigers uit de OCMW-raad, drie vertegenwoordigers uit de districtsraden en vier vertegenwoordigers uit de gemeenteraad.

Daarnaast besliste de gemeenteraad dat mandatarissen met een effectief uitvoerend mandaat in één van de desbetreffende raden niet namens die geleding in de commissie konden zetelen en dat de commissie in haar schoot een voorzitter en een secretaris verkiest.

Artikel 3 van dit reglement bepaalt de werking van deze commissie en de samenwerking met het bureau voor integriteit.

In hetzelfde gemeenteraadsbesluit werd ook de effectieve samenstelling van de deontologische commissie goedgekeurd. Op 24 oktober 2011 (jaarnummer 1236) gaf de gemeenteraad goedkeuring aan de nominatief gewijzigde samenstelling van deze commissie.

Argumentatie

De opdracht van de deontologische commissie (artikel 1 uit het gemeenteraadsbesluit van 29 mei 2007) blijft ongewijzigd, nl. toezien op de naleving van de gedragscode voor raadsleden en advies uitbrengen over bepalingen uit de gedragscode voor raadsleden.

Bij de start van de nieuwe legislatuur dient deze commissie opnieuw samengesteld te worden. Uit de praktijk van de voorbije jaren blijkt dat het bijeenroepen van deze commissie niet eenvoudig was. Dit pleit ervoor om het samenbrengen van de commissieleden te koppelen aan andere reeds geplande overlegmomenten. Daarom wordt voorgesteld om de deontologische commissie te koppelen aan het driemaandelijks fractie-overleg. Dit verenigt alle fracties en kent een vaste driemaandelijkse vergaderfrequentie. Naast die reeds ingeplande momenten kan het in bepaalde gevallen nodig zijn om een extra commissievergadering samen te roepen omdat meldingen binnen een redelijke termijn moeten behandeld worden. In het goedgekeurd reglement deontologische commissie, artikel 3, wordt voorzien dat de deontologische commissie 30 dagen na ontvangst van een melding uitspraak doet. Naargelang de materie kan deze commissie uitgebreid worden met de OCMW-voorzitter of de voorzitter van een betrokken districtsraad.

De voorzitter van het bureau voor integriteit stelde onlangs voor om een aantal bepalingen uit artikel 3 (werking) uit het reglement deontologische commissie te wijzigen. Dit gebeurt best in overleg met de nieuw opgerichte deontologische commissie.

Juridische grond

Gemeentedecreet, artikel 41: de gemeenteraad neemt een deontologische code aan.

Gemeentedecreet, artikel 276: de leden van de districtsraad hanteren de deontologische code van de gemeenteraad bedoeld in artikel 41.

Gedragscode voor raadsleden van de stad Antwerpen, 26 mei 2008 (jaarnummer 980).

De deontologische commissie is geen gemeenteraadscommissie in de zin van artikel 39 § 1 van het Gemeentedecreet. De decretale bepalingen die gelden voor een gemeenteraadscommissie zijn bijgevolg niet van toepassing op de deontologische commissie. De deontologische commissie heeft een besloten karakter.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist om artikel 1 van het reglement deontologische commissie (opdracht) te bekrachtigen, namelijk het toezien op de naleving van de gedragscode voor raadsleden en advies uitbrengen over bepalingen uit deze gedragscode.

Artikel 2

De gemeenteraad beslist om artikel 2 van het reglement deontologische commissie (samenstelling) als volgt te wijzigen: de deontologische commissie wordt op dezelfde manier samengesteld als het driemaandelijks fractieoverleg, namelijk alle fractievoorzitters, een afgevaardigde van elke fractie uit het college en de voorzitter van de gemeenteraad. Naargelang de materie kan deze commissie uitgebreid worden met de OCMW- voorzitter en de betrokken districtsraadsvoorzitter.

Artikel 3

In uitvoering van artikel 2 beslist de gemeenteraad dat volgende personen deel uitmaken van de deontologische commissie: Bart De Wever, Koen Kennis, Claude Marinower, Philip Heylen, André Gantman, Annemie Turtelboom, Caroline Bastiaens, Meyrem Almaci, Peter Mertens, Yasmine Kherbache en Filip Dewinter.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 5

De gemeenteraad geeft opdracht aan:

Dienst opdracht
deontologische commissie en bureau voor integriteit artikel 3 van het reglement deontologische commissie (werking) te evalueren