Terug

2013_CBS_01034 - Milieuvergunningen Vlarem mededeling kleine verandering klasse 2 - KanAm Grund Kievitplein G nv, Copernicuslaan 30, 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/702/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 08/02/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_01034 - Milieuvergunningen Vlarem mededeling kleine verandering klasse 2 - KanAm Grund Kievitplein G nv, Copernicuslaan 30, 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/702/PV - Goedkeuring 2013_CBS_01034 - Milieuvergunningen Vlarem mededeling kleine verandering klasse 2 - KanAm Grund Kievitplein G nv, Copernicuslaan 30, 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/702/PV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 6quater paragraaf 4 van Vlarem I bepaalt dat het college akte neemt van een mededeling van een kleine verandering van een milieuvergunning klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: KanAm Grund Kievitplein G nv - Avenue Lloyd George 6 - 1000 Brussel. De aanvraag omvat de mededeling van een kleine verandering van een vergunde klasse 2-inrichting door verhoging van het vermogen van de stookinstallatie van een appartementsgebouw.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de mededeling van een kleine verandering, zoals geformuleerd in de argumentatie. De aanvrager wordt ertoe gehouden te voldoen aan de opgelegde voorwaarden die vermeld staan in het verslag van de dienst milieuvergunningen gehecht aan dit besluit.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen hoofdstuk 4.1 , 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
algemene milieuvoorwaarden - geluid hoofdstuk 4.5  en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2 ,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
algemene milieuvoorwaarden - lucht hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures afdeling 5.43.1 + 5.43.4;
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW - 5 MW) subafdeling 5.43.2.3.


 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

  • de bestaande voorwaarden van de basisvergunning (AN2004/538) blijven van kracht;

Brandweervoorwaarden:

  • onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
  • snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m²(binnenruimte) en tevens bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Artikel 4

Het college wijst erop dat de verandering niet langer mag geëxploiteerd worden dan de vergunningstermijn van de lopende vergunning, zijnde 24 december 2024.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.