Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Liesbeth Homans, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Serge Muyters, waarnemend korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_00988 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Anvers Horeca Beheer nv, Verversrui 15, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/604/PV - Goedkeuring
Motivering
Gekoppelde besluiten
Vlarem - AN2005/158/AV. Anvers Horeca Beheer nv - Verversrui 15
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanleiding en context
Aanvrager: Anvers Horeca Beheer nv - Verversrui 15 - 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat de verdere exploitatie van dancing "Café d'Anvers".
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Anvers Horeca Beheer nv, Verversrui 15, 2000 Antwerpen, voor de inrichting gelegen op het adres: Verversrui 15, 2000 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp: de verdere exploitatie van dancing "Café d'Anvers".
Artikel 2
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden
|
hoofdstuk 4.1;
|
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid
|
hoofdstuk 4.5;
|
|
algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater
|
hoofdstuk 4.2;
|
|
algemene milieuvoorwaarden, licht
|
hoofdstuk 4.6;
|
|
gassen, algemeen
|
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1;
|
|
gassen, compressoren en koelinrichtingen
|
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3;
|
|
ontspanningsinrichtingen, muziekactiviteiten
|
hoofdstuk 5.32, afdeling 5.32.2.
|
Artikel 3
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Bijzondere voorwaarden:
- de exploitant laat door een erkend deskundige inzake geluid en trillingen onderzoeken in hoeverre er sprake is van overdreven geluidsoverdracht naar het naastgelegen appartementsgebouw en maakt de bevindingen en de aanbevelingen in een rapport over aan de vergunningverlenende overheid binnen een termijn van 4 maanden na het verlenen van de vergunning;
- de exploitatie dient steeds te gebeuren met gesloten ramen en deuren;
- het maximum aantal bezoekers wordt vastgesteld op 630 personen;
- het sluitingsuur wordt voor elke dag vastgesteld op 08.00 uur.
Brandweervoorwaarden:
- muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn;
- 11 snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht;
- de inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
Artikel 4
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 24 juni 2013 en eindigt op 24 juni 2018.
Artikel 5
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.