Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op 30 maart 2012 (jaarnummer 3105) besliste het college tot opname van de "Gedempte Zuiderdokken" in het vergunningenregister, als vermoeden van vergunning. Deze beslissing werd aangevallen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, die bij arrest van 29 januari 2013 voornoemde beslissing vernietigd heeft.
De motivering van het arrest van de Raad, wat geleid heeft tot de vernietiging, laat zich als volgt samenvatten:
Door de stad Antwerpen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen, wordt gevraagd om de "Gedempte Zuiderdokken" op te nemen in het vergunningenregister, wegens vermoeden van vergunning.
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het advies van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar.
Volgens artikel 5.1.3 §2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kunnen bestaande constructies waarvoor door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel is aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen ze gelegen zijn, en waarvan het vergund karakter door de overheid niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet-anoniem bezwaarschrift, telkens binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de contructies, worden opgenomen in het vergunningenregister als "geacht vergund".
Het college sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist om de opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning van het middengedelte van de Gedempte Zuiderdokkenn, zoals omschreven in het advies van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar, goed te keuren.
Het college beslist een planningsproces op te starten met het oog op het wijzigen van de bestemming van het plein Gedempte Zuiderdokken.