Na de interpellatie in april van raadslid Heiremans, de reactie van het districtsbestuur dat een aantal oplossingen aanreikte voor de opgeworpen problemen en in mei de mondelinge vraag van raadslid Gooris over de onvrede die er zou heersen in de tuinwijk ten aanzien van het nieuwe districtsbestuur, maakte ik me zorgen. Ik kreeg het gevoel dat niet de constructieve dialoog met het buurtcomité over het leren omgaan met het onveiligheidsgevoelen voorop stond, maar wel het misbruik maken van dit gevoel om politiek te scoren.
De raad van vorige maand, en vooral de niet altijd correcte verwijzingen naar en interpretaties van het antwoord van schepen Koreman na afloop, leverde nog eens zure reacties op, o.a. op facebook, op de pagina van Vreugde & Vermaak.
Als bewoner van de wijk heb ik de wijk zien veranderen; van een enclave in de stad naar een open wijk. Waar zoals overal elders in de stad nieuwe mensen aankomen, er passeren, er recreëren. Dat waren we niet gewoon en dat vraagt nieuwe manieren om met je wijk om te gaan. Een oefening voor het buurtcomité en de bewoners.
Als raadslid wil ik me hoeden voor al te makkelijke veralgemeningen. Ik hoop dat het districtsbestuur aandacht heeft voor de problemen die de bewoners aankaarten, zonder de situatie op te blazen en ik hoop op communicatie om de opgeklopte spiraal van ontevredenheid te kunnen doorbreken. De goede samenwerking die er was en ook nog vaak is en de vele contacten van tuinwijk met bestuur bewijzen dat het districtsbestuur zich nooit heeft willen verschuilen achter een verhaal van verantwoordelijkheden.
Ik wil daarom vandaag nog eens de vraag stellen
Hoe gaat het verder? Heeft het bestuur de hand uitgestoken naar dit buurtcomité ? Zijn er stappen gezet naar het stadsbestuur of naar stedelijke diensten?