In het bestuursakkoord van de stad staan heel wat goede intenties ivm het gezondheidsbeleid.
Om die reden werd vorige maand een themacommissie gehouden in wijkgezondheidscentrum 't Spoor. Doel was de raadsleden te laten kennismaken met die vorm van eerstelijnsgezonheidszorg en samen te bekijken of een wgc voor een gedeelte kan tegemoet komen aan de gezondheidsnoden in onze stad.
Terecht wordt in punt 377 van het bestuursakkoord van de stad gezegd : "vandaag is er in sommige wijken een tekort aan huisartsen. Dit zorgt voor een onnodige belasting van spoeddiensten in ziekenhuizen. In overleg met de huisartsenkringen wordt nagegaan hoe dit tekort best opgevangen kan worden."
Een wgc kan voor een deel het huisartsentekort oplossen omdat het tegemoet komt aan de behoeften van een startende arts : goeie omkadering door collega's artsen, taakdelegatie is mogelijk aan andere zorgverleners binnen het multidisciplinaire team, vast loon, goeie werkuren. Voor een soloarts is het niet zo eenvoudig om taken te delegeren omdat hij dan een en ander zelf zal moeten betalen. Het is ook niet vanzelfsprekend voor een (beginnende) arts om in een kwetsbare wijk te werken. Dit vraagt een goeie omkadering in een team van zorgverleners. Het is ook zo dat de patiënt in een wgc een contract tekent dat hij voor een consult bij arts en verpleegkundige in de eerste plaats naar het wgc komt zoniet komt het ziekenfonds niet tussen. Deze maatregel belet voor een belangrijk gedeelte het 'zorgshoppen'.
in punt 379 van het bestuursakkoord van de stad staat : "de stad promoot actief bestaande preventiecampagnes (borstkanker, diabetes, SOA's, enz...) in het bijzonder bij de meest kwetsbare groepen."
Het is niet toevallig dat dit nu juist een van de sterke punten van een wgc is. De verklaring ligt in de forfaitaire financiering. Per ingeschreven patiënt ontvangt het centrum een bepaald bedrag onafhankelijk van hoe vaak de patiënt komt. Het wgc heeft er dus belang bij dat de patiënt niet te veel over de vloer komt en dus loont het om preventieactiviteiten te organiseren. Maar ook in het curatieve zijn er minder hinderpalen. Zo kunnen diabetespatienten onbeperkt langskomen om bv de insulinedosis te regelen. In een praktijk waar per prestatie wordt gewerkt is dit minder vanzelfsprekend.
in punt 374 van het bestuursakkoord staat : "een van dringende aandachtspunten van de stad is de opmaak van een breed en inclusief armoedebeleidsplan. De strijd tegen kinderarmoede is prioritair."
Arm maakt ziek en ziek maakt arm. Door de laagdrempeligheid worden uitdagingen vlug gedetecteerd en in samenwerking met andere diensten wordt daar zoveel mogelijk aan verholpen. Doordat een wgc zich beperkt tot een welomschreven werkingsgebied kent men goed alle actoren en kan men beter inspelen op de noden van de wijk en haar bewoners. Men staat open voor alle bewoners van dat werkingsgebied : middenklasse, nieuwkomers zonder papieren, daklozen,... Mensen die weinig zorgen behoeven en dus weinig consulteren zijn solidair met mensen die meer aandacht vergen, ook dit is een voordeel van het forfaitaire systeem. De inkomsten voor het centrum dekken ook de zorgen voor mensen waarvoor geen enkele inkomst wordt verkregen.
Een wgc heeft geen negatief waardeoordeel over de andere manieren van eerstelijnsgezonheidszorg. Feit is wel dat men op een politiek neutrale, kwaliteitsvolle wijze in een multidisciplinair team laagdrempelige gezondheidszorg aanbiedt op maat van de buurt en op maat van deze tijd.
Daarom graag dit voorstel tot beslissing:
De districtsraad steunt punt 380 van het bestuursakkoord van deze stad : " de wijkgezondheidscentra worden verder ondersteund. In overleg met de districtsbesturen wordt een uitbreiding onderzocht."
De districtsraad adviseert het stadsbestuur om deze intenties te concretiseren.
De districtsraad keurt bij monde van fractievoorzitters het volgend besluit goed met 15 stemmen voor en 9 onthoudingen.
Stemden ja: sp.a-Groen, PVDA+, CD&V, Moerkerke Luc
Hebben zich onthouden: Vlaams Belang, N-VA, Open VLD