Terug

2013_CBS_06796 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Zeppe bvba - Fotografielaan 9 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/307/JW - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 05/07/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_06796 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Zeppe bvba - Fotografielaan 9 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/307/JW - Kennisneming 2013_CBS_06796 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Zeppe bvba - Fotografielaan 9 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/307/JW - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden, conform de wetgeving, aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1,4.7,4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6,4.1.9.2.3.1,4.1.9.2.3.2,4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6.

 Sectorale voorwaarden:

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

gassen - koelinrichtingen/compressoren

hoofdstuk 5.16.3;

opslag van gevaarlijke stoffen: ondergrondse en bovengrondse houders, algemeen

hoofdstuk 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

hout – algemeen

hoofdstuk 5.19.1;

papier

hoofdstuk 5.33;

textiel

hoofdstuk 5.41;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures

hoofdstuk 5.43.1 + 5.43.4;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW - 5 MW)

hoofdstuk 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:

Wanneer het gebouw afgewerkt is en de installaties geplaatst werden, dient een uitvoeringsplan op een schaal van ten minste1:200 binnengebracht te worden bij de dienst Milieuvergunningen van de stad Antwerpen met hierop aangeduid volgende gegevens:

  • schikking van de installaties, machines, toestellen, apparaten, met motoren en vermogens;
  • opslagplaatsen en de capaciteit ervan;
  • lozingspunten van het afvalwater.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.