Terug

2013_CBS_06803 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cammaert Trucks Antwerpen nv, Transcontinentaalweg 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/160/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/07/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_06803 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cammaert Trucks Antwerpen nv, Transcontinentaalweg 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/160/AVG - Goedkeuring 2013_CBS_06803 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cammaert Trucks Antwerpen nv, Transcontinentaalweg 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/160/AVG - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Cammaert Trucks Antwerpen nv - Transcontinentaalweg 1, 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat de hernieuwing en uitbreiding van een garage voor vrachtwagens.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Cammaert Trucks Antwerpen nv, Transcontinentaalweg 1, 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen op hetzelfde adres, een garagebedrijf voor vrachtwagens te hernieuwen en uit te breiden.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden, licht – hoofdstuk 4.6.

Sectorale milieuvoorwaarden:

bedrijfsafvalwaters – afdeling 5.3.2 en bijlage 5.3.2, sector 59;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders – afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

elektriciteit – hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen – hoofdstuk 5.15;

gassen – koelinrichtingen / compressoren – afdeling 5.16.3;

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten – afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders – afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen – afdeling 5.17.5;

hout – algemeen – afdeling 5.19.1;

metalen – hoofdstuk 5.29.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • het reinigingsmiddel gebruikt bij het uitwendig reinigen van de vrachtwagens is biologisch afbreekbaar en kort-emulgerend;
  • de opslag van gevaarlijke producten dient ingekuipt of op een lekbak te gebeuren;
  • de vloer van de tankplaats moet vloeistofdicht zijn;
  • de gasopslag wordt zo ingericht dat te allen tijde aan de afstandsregels voldaan wordt;
  • de exploitant bezorgt duidelijke uitvoeringsplannen met de juiste locatie van de dieseltanks, de tankplaats en eventueel de aangepaste opslagplaats voor de gasflessen, en dit uiterlijk op 1 juli 2014. De informatie wordt bezorgd aan het college, p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen, met vermelding van het dossiernummer AN2013/160;
  • de exploitant voorziet in de opvang van hemelwater van het dakoppervlak en de toepassing hiervan voor het reinigen van de vrachtwagens, en dit uiterlijk op 1 juli 2014. Informatie over de naleving van deze voorwaarden wordt bezorgd aan het college, p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen, met vermelding van het dossiernummer AN2013/160;
  • de exploitant voorziet in de installatie van een individuele behandeling van afvalwater (IBA) voor de zuivering van huishoudelijk afvalwater, en dit uiterlijk op 1 juli 2014.

 

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine en andere risicovolle punten waar dit type blusmiddel aangewezen is.

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm

NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens Koninklijk Besluit van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Twee bovengrondse hydranten BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dienen voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 5 juli 2013 en eindigt op 5 juli 2033.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.