Terug

2013_CBS_06986 - Baggerwerken Ponton Steenplein. Herbosch-Kiere nv - Ambtshalve maatregelen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/07/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_06986 - Baggerwerken Ponton Steenplein. Herbosch-Kiere nv - Ambtshalve maatregelen - Goedkeuring 2013_CBS_06986 - Baggerwerken Ponton Steenplein. Herbosch-Kiere nv - Ambtshalve maatregelen - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 § 3,4° van het Gemeentedecreet stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.

Aanleiding en context

Op 19 oktober 2012 keurde het college de gunning van de opdracht tot het uitvoeren van baggerwerken aan het ponton Van Dijck goed voor de onderneming Herbosch-Kiere.

Tijdens de werken stelt de aannemer vast dat de door hen voorgestelde techniek niet volstaat om de afzetting in de daartoe voorziene tijd te verwijderen. Na 30 werkdagen zijn de werkzaamheden nog steeds niet voltooid. Zij staken de werken en sturen aan op een overleg, dat 23 april 2013 plaatsvond. Zij beweren in een schrijven van 15 maart 2013 en herhalen op het overleg dat de te baggeren specie van een onvoorziene consistentie is (“compact zand” in plaats van “slib”) en dat het technische luik van het bestek hierin misleidend was. Zij vragen daarom een meerprijs voor meerwerken door onvoorziene omstandigheden en schatten nog 2 maanden extra nodig te hebben om met een aangepaste methode tot het beoogde resultaat te komen.

De stad Antwerpen stelt vast dat het bestek zeer duidelijk was, dat er daarom van meerwerken geen sprake was en dat er niet ingegaan kan worden op de eisen van de aannemer. Verder heeft de stad er alle belang bij om deze werken zo snel mogelijk tot voltooiing te laten komen.

De stad stuurde op 30 april 2013 een proces-verbaal van ingebrekestelling wegens laattijdige uitvoering. De aannemer antwoordde op 8 mei 2013 met een uiteenzetting van de onvoorziene omstandigheden die zich zouden voordoen. De stad antwoordde hierop met een brief van 27 mei 2013 en 27 juni 2013 dat de vordering mbt de onvoorziene omstandigheden laattijdig en ongegrond is. De ongegrondheid wordt afgeleid uit het feit dat de omstandigheden redelijkerwijze voorzienbaar en vermijdbaar waren, en uit het feit dat de omstandigheden te wijten zijn aan een nalatigheid in de onderzoeksplicht van de aannemer.

fase

Bestuursorgaan

datum

jaarnummer

Goedkeuring bestek

college

27 juli 2012

07793

Gunning bestek

college

19 oktober 2012

10843

Start werken

-

25 februari 2013

-

Voorziene beëindiging werken

-

8 maart 2013

-

Brief vraag aannemer overleg

-

15 maart 2013

-

overleg

 

23 april 2013

-

PV ingebrekestelling aannemer

-

30 april 2013

-

Antwoord aannemer

-

8 mei 2013

-

Antwoord bestuur

-

27 mei 2013

-

Antwoord bestuur

-

27 juni 2013

-

 

Argumentatie

De opdracht van bestek GAC/2012/1335 voor het uitvoeren van baggerwerken die gegund werd aan Herbosh-Kiere dient voor rekening van een derde uitgevoerd te worden aangezien Herbosch-Kiere de opdracht niet wil uitvoeren zoals in hun offerte voorzien en bovendien bijkomende vergoedingen vraagt die geheel ongegrond zijn.

De gestorte borgstelling van 5.830,00 EUR zal door de stad Antwerpen, op basis van artikel 20 §6 1° van het Koninklijk Besluit van 26 september 1996 betreffende de algemene aannemingsvoorwaarden, als forfaitaire schadevergoeding geïnd worden.

Juridische grond

In toepassing van het artikel 20 §6 3° van het Koninklijk Besluit van 26 september 1996 betreffende de algemene aannemingsvoorwaarden, zal de opdracht aan een derde gegund worden voor rekening van de ingebreke gebleven aannemer, met inhouding van de borgtocht als forfaitaire schadevergoeding.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de borgstelling van 5.830,00 EUR op basis van artikel 20 §6 3° van het Koninklijk Besluit van 26 september 1996 betreffende de algemene aannemingsvoorwaarden, als forfaitaire schadevergoeding te innen.

Artikel 2

Het college keurt in het kader van het bestek 2012/1335 het nemen van de maatregelen van ambtswege op basis van artikel 20 §6 3° van het Koninklijk Besluit van 26 september 1996 betreffende de algemene aannemingsvoorwaarden, goed.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.