Terug

2013_CBS_06981 - Scheldekaaien - Route voor Uitzonderlijk Vervoer - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/07/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_06981 - Scheldekaaien - Route voor Uitzonderlijk Vervoer - Goedkeuring 2013_CBS_06981 - Scheldekaaien - Route voor Uitzonderlijk Vervoer - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Volgens het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 57, paragraaf 3, 1°, is het college bevoegd voor de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde algemene regels.

Aanleiding en context

Door de Antwerpse binnenstad loopt een route voor uitzonderlijk vervoer met ‘onbeperkte’ hoogte over een deel van de Scheldekaaien en de Leien richting het havengebied.
Het tracé omvat de kaaiweg (van aan de Generaal Armstrongweg tot aan de Brouwersvliet), Brouwersvliet, Oude Leeuwenrui, Ankerrui, Tunnelplaats, Italiëlei, Noorderlaan.

Deze route onderscheidt zich door een ‘onbeperkte’ vrije hoogte en is daarom het enige zuid-noord wegalternatief op grondgebied Antwerpen voor transporten die hoger zijn dan 4,90 meter. De hoogte op deze route wordt vandaag enkel beperkt door de kruisende trambovenleiding op de Kolonel Silvertoplaan (5,40 meter). Hogere transporten heffen lokaal de tramdraden op, of knippen ze tijdelijk door.

Transporten tot 4,90 meter kunnen, onder begeleiding, gebruik maken van de Kennedytunnel.
De werkgroep voor uitzonderlijk vervoer van 29 april 2008, georganiseerd door BAM, stelde voor om uitzonderlijk vervoer met maximale hoogte van 4,90 meter, onder bevoegde begeleiding, toe te laten door de Kennedytunnel (als uitzondering op het geplande vrachtverbod), om het onderliggende wegennetwerk van de stad te ontlasten. Het stadsbestuur (3 oktober 2008, jaarnummer 12395) onderschrijft de conclusie van de werkgroep. Op 12 december 2008 sluit Vlaams minister van openbare werken, Crevits zich aan bij de conclusie om uitzonderlijk vervoer met maximale hoogte van 4,90 meter toe te laten door de Kennedytunnel.

Omwille van de zwakke fundering van de Scheldekaaien geldt er een doorgangsverbod voor voertuigen van meer dan 44 ton.
De huidige fundering van de Scheldekaaien is niet geschikt voor zwaar verkeer en uitzonderlijk vervoer. Daarom werd na de breuk in de hoofdwaterleiding ter hoogte van de Suikerrui eind 2011 door de dienst stadsontwikkeling/beheer en onderhoud openbaar domein en de dienst samen leven/stadstoezicht geadviseerd om een verbod in te voeren voor zwaar transport met gewicht boven de 44 ton.

Als gevolg van dit advies is er vanuit de Federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer een volledig doorgangsverbod voor uitzonderlijk vervoer ingesteld. Momenteel wordt dan ook géén enkele vergunning voor uitzonderlijk vervoer over de Scheldekaaien meer gegeven. Hierdoor hebben transporten hoger dan 4, 80 meter met bestemming het havengebied vandaag geen zuid-noord wegalternatief op Antwerps grondgebied.

De verschillende mogelijkheden voor de route voor uitzonderlijk vervoer werden in het voorjaar van 2013 besproken binnen een werkgroep uitzonderlijk vervoer.
De werkgroep werd opgericht binnen het kader van de Stuurgroep Water (collegebesluit 25 januari 2013, jaarnummer 136) en was samengesteld uit de respectievelijke kabinetsadviseurs voor mobiliteit, ruimtelijke ordening en Haven; de FOD, AWV, Alfaport, het Havenbedrijf en AG Stadsplanning Antwerpen.

Argumentatie

Een beleidskeuze over het gewenste tracé voor de route voor uitzonderlijk vervoer is nodig in functie van de heraanleg van de Scheldekaaien en Brabo II.
De Scheldekaaien zullen worden heraangelegd aan de hand van verschillende deelprojecten, gespreid over de periode 2014-2025 (onder voorbehoud van beschikbaarheid van middelen). De huidige plannen voor de heraanleg van de Scheldekaaien conflicteren wat betreft materiaalgebruik en fundering over bepaalde trajecten met de inrichtingsvoorschriften voor uitzonderlijk Vervoer. Het deel van de Leien en de Noorderlaan waarover de voormalige route voor uitzonderlijk vervoer liep zal worden heraangelegd in het kader van het project Brabo II in de periode 2014-2018. AWV meldt dat het huidige ontwerp voor de Tunnelplaats, Noorderplaats en Ijzerlaan geen rekening houdt met uitzonderlijk vervoer, omwille van de onduidelijke situatie over toekomst van deze route langs de Leien.

Drie verschillende scenario’s werden voorgelegd aan de werkgroep uitzonderlijk vervoer: 1/ behoud bestaande route; 2/Uitbreiden route via de noordelijke Scheldekaaien; 3/ Opheffen van de route.

Scenario 1: behoud van de bestaande route
De noodzakelijke ingrepen om de bestaande route te behouden, die in de huidige plannen en budgetten niet voorzien werden, omvatten:

  • Scheldekaaien: de volledige kaaiweg moet voldoende gefundeerd worden en uitgevoerd in een monoliet materiaal, zoals asfalt of beton. De kaaiweg tussen de Scheldestraat en Sint-Pietersvliet wordt momenteel voorzien in kleinschalig materiaal, zoals kasseien. De voorziene budgetten moeten overeenkomstig worden aangepast;
  • Brabo II: het ontwerp van het kruispunt met de Tunnelplaats dient aangepast te worden aan de dimensionering van het uitzonderlijk vervoer. De voorziene budgetten moeten overeenkomstig worden aangepast;
  • Scheldekaaien en Brabo II: alle ondergrondse constructies, zoals ruien, inritten voor ondergrondse parkings of tunnels, en nutsleidingen zullen moeten worden gedimensioneerd in functie van het uitzonderlijk vervoer dat er over rijdt. De voorziene budgetten moeten overeenkomstig worden aangepast.

Verder is er ook een wegprofiel met een gemengde trambedding voorzien tussen de voetgangerstunnel en de Sint-Pietersvliet, waardoor een eventuele bovenleiding van een tram daar een nieuwe bovengrens (5,40 meter)voor uitzonderlijk vervoer zal zijn.

Scenario 2: verplaatsen van de route naar de noordelijke Scheldekaaien
In dit scenario wordt het noordelijk deel van de bestaande route, vanaf de Brouwersvliet richting Leien en Noorderlaan tot aan het kruispunt met de Ijzerlaan, geschrapt, en vervangen door een verbinding via de Rijnkaai en de Droogdokkenweg tot aan de Royerssluis waar het aantakt op de bestaande routes naar het havengebied.

De noodzakelijke ingrepen op de Scheldekaaien blijven hetzelfde als onder scenario 1.

De noodzakelijke ingrepen van scenario 1 binnen Brabo II komen te vervallen.

Daarnaast moet voorzien worden in een uitbreiding via Rijnkaai en Droogdokkenweg. Noodzakelijke aanpassingen, die in de huidige plannen en budgetten niet voorzien werden, houden in:

  • Droogdokkenpark: het aanpassen van het voorontwerp voor het Droogdokkenpark, en de globale visie op het Droogdokkeneiland, door het integreren van de route voor het uitzonderlijk vervoer op de Droogdokkenweg en de aansluiting op de Royerssluis. Het ontwerp moet gewijzigd worden van kasseien naar een monoliet materiaal. Gezien de nabijheid van de beschermde droogdokken, zal een afstemming met Onroerend Erfgoed nodig zijn bij de materiaalkeuze. De voorziene budgetten moeten overeenkomstig worden aangepast;
  • Rijnkaai Noord: het inrichten van een route voor uitzonderlijk vervoer op Rijnkaai Noord. Het ontwerp moet gewijzigd worden van kleinschalig materiaal naar een monoliet materiaal en de fundering moet herbekeken worden in functie van uitzonderlijk vervoer. De reeds verkregen bouwvergunning moet omwille van deze wijzigingen in het ontwerp opnieuw worden aangevraagd of geregulariseerd. Er dient een meerwerk besteld te worden op de reeds gegunde werken, in functie van de aanpassingen in uitvoering, of er dient een nieuwe aanbesteding te gebeuren op basis van een aangepast bestek. De voorziene budgetten moeten overeenkomstig worden aangepast.;
  • Rijnkaai Zuid: het uitvoeringsdossier, aanbestedingsdossier en de voorziene budgetten voor de werken moeten worden aangepast in functie van een aangepaste fundering voor uitzonderlijk vervoer.

De Kattendijksluis werd reeds gedimensioneerd voor uitzonderlijk vervoer tot maximaal 240 ton.

De verbreding en verlenging van de Royerssluis is opgenomen in het Masterplan 2020. De Royerssluis heeft vandaag een beperking tot 60 ton, maar wordt bij verbreding gepland op maximaal 240 ton. De concrete timing van dit project is niet gekend. Het ontwerp van de Royerssluis, het Droogdokkenpark en de Droogdokkenweg moeten op elkaar worden afgestemd, waarbij het ruimtebeslag in het park zo minimaal mogelijk dient te worden gehouden.

Scenario 3: route opheffen, wat zijn de alternatieven
In dit scenario komen alle noodzakelijke aanpassingen onder scenario 1 en scenario 2 te vervallen.
Indien de route zou worden opgeheven zijn er volgende alternatieven voor uitzonderlijk vervoer:

  • er bestaat een omrijroute via Mechelen, Aarschot, Geel, Turnhout (100 km). Deze route heeft een onbeperkte hoogte, maar is beperkt tot 140 ton.
  • de singel is een bestaand wegalternatief voor transporten tot 4,50 meter (vrije hoogte treinbrug Berchem).
  • vervoer lager dan 4,90 meter kan via de Kennedytunnel (via Liefkeshoektunnel en in de toekomst de Oosterweelverbinding).
  • er bestaan vandaag ook alternatieven om transporten van uitzonderlijk vervoer per water te vervoeren. Transporteconomisch is dit slechts relevant bij een voldoende lang vaartraject (waarbij maximaal 30% van het totale traject via de weg wordt afgelegd).

Het voorstel van de werkgroep uitzonderlijk vervoer is om te opteren voor scenario 2 uitzonderlijk vervoer over de Scheldekaaien.
In dit scenario blijft er een noord-zuid wegalternatief voor transporten hoger dan 4,80 meter bestaan. De route volgt zo de kortste weg tot aan het havengebied, en een bochtig tracé doorheen de Antwerpse binnenstad wordt vermeden.

De werkgroep stelt, naast de noodzakelijke ingrepen zoals hoger beschreven onder scenario 2, volgende randvoorwaarden voor:

  • elk transport van uitzonderlijk vervoer dat een goed alternatief heeft, wordt naar die alternatieven afgeleid (tot 4,50 meter over de Singel, tot 4,80 meter door Kennedytunnel);
  • op het te schrappen tracé wordt géén enkele verdere investering of aanpassing van de plannen in functie van uitzonderlijk vervoer meer gedaan;
  • de Scheldekaaien vormen géén onderdeel van het vrachtroutenetwerk;
  • het tracé voor uitzonderlijk vervoer mag niet hoger gedimensioneerd worden dan de op het tracé aansluitende routes;
  • uitzonderlijk vervoer wordt enkel toegelaten tussen 21.00 uur 's avonds en 6.00 uur 's morgens.

De route voor uitzonderlijk vervoer zal ten vroegste in 2025 volledig in gebruik genomen kunnen worden
De realisatie van deze nieuwe route voor uitzonderlijk vervoer zal gefaseerd moeten gebeuren, afhankelijk van de timing van de verschillende kritische onderdelen (de verschillende deelprojecten van de Scheldekaaien en de Royerssluis). De oplevering van het laatste deelproject van de Scheldekaaien wordt momenteel ten vroegste in 2025 gepland, dit onder voorbehoud van beschikbaarheid van middelen.

Op korte termijn openstellen voor uitzonderlijk vervoer tot maximaal 44 ton.
De bestaande kaaiweg tussen de Generaal Armstrongweg en de Londen-Amsterdamstraat kan conform het advies van de dienst Stadsontwikkeling/beheer en onderhoud openbaar domein en de dienst samen leven/stadstoezicht gebruikt worden voor uitzonderlijk vervoer worden tot maximaal 44 ton.

De werkgroep stelt dan ook voor om uitzonderlijk vervoer dat voldoet aan onderstaande voorwaarden nu reeds toe te laten:

  • hoger zijn dan 4,80 meter
  • aslasten en bandendruk zijn conform technisch reglement (Art 32bis; 1.6)
  • maximaal 44 ton 

Tot aan de start van de werf van Brabo II kan hierbij het bestaande tracé worden gebruikt. Na de start van de heraanleg kan het toekomstig tracé hiervoor gebruikt worden, daarbij echter rekening houdende met de bestaande situatie van de wegen ten noorden van de Londen-Amsterdamstraat:

  • bij de realisatie van de Kattendijkbrug werd de bestaande wegenis (Sloepenstraat ter hoogte van Rijnkaai en de Sloepenweg op het Droogdokkeneiland) door middel van scherpe bochten op de brug aangesloten. Hierdoor kan op dit tracé vandaag maximaal een transport van afmetingen G2 geaccommodeerd worden;
  • bij de heraanleg van Rijnkaai Noord wordt het oorspronkelijke rechte tracé langs de bebouwing hersteld en zullen ook de transporten met afmetingen G4 doorgang hebben. De huidige Rijnkaai in kasseien is een doodlopende weg en kan vandaag niet ingezet worden voor uitzonderlijk vervoer.
  • de Droogdokkenweg is momenteel een private weg van het havenbedrijf.

Voorstel tot beslissing onder voorbehoud van financiële afspraken.
Het voorstel tot beslissing van de werkgroep uitzonderlijk vervoer is onder voorbehoud van het bereiken van financiële afspraken tussen de stad Antwerpen en het Havenbedrijf over de kost voor de route van uitzonderlijk vervoer.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om volgend tracé in te richten voor uitzonderlijk vervoer tot 240 ton:

  • de kaaiweg van aan de Generaal Armstrongweg (D’Herbouvillekaai) tot aan de Kattendijksluis (Rijnkaai);
  • de Droogdokkenweg tussen de Kattendijksluis en de Royerssluis.

De inrichting zal gefaseerd gebeuren aan de hand van de heraanleg van de Scheldekaaien.
Deze beslissing is onder voorbehoud van het bereiken van een akkoord tussen de stad Antwerpen en het Havenbedrijf over de kosten voor deze inrichting.

Artikel 2

Het college beslist om volgende randvoorwaarden voor het uitzonderlijk vervoer goed te keuren:

  • elk transport van uitzonderlijk vervoer dat een goed alternatief heeft, wordt naar die alternatieven afgeleid (tot 4,50 meter over de Singel, tot 4,80 meter door Kennedytunnel);
  • het tracé over Brouwersvliet, Oude Leeuwenrui, Ankerrui, Italiëlei en Noorderlaan tot aan het kruispunt met de Ijzerlaan wordt geschrapt. Op het te schrappen tracé wordt géén enkele verdere investering of aanpassing van de plannen in functie van uitzonderlijk vervoer meer gedaan;
  • de Scheldekaaien vormen géén onderdeel van het vrachtroutenetwerk, noch van het netwerk voor ADR-verkeer.
  • het tracé voor uitzonderlijk vervoer mag niet hoger gedimensioneerd worden dan de op het tracé aansluitende routes;
  • uitzonderlijk vervoer wordt enkel toegelaten tussen 21.00 uur en 6.00 uur.

Artikel 3

Het college beslist, met het oog op het op korte termijn open te stellen van een route voor uitzonderlijk vervoer met een gewicht van maximaal 44 ton over de Scheldekaaien:

  • dat de kaaiweg van aan de Generaal Armstrongweg tot aan de Londen-Amsterdamstraat met onmiddellijke ingang gebruikt mag worden voor uitzonderlijk vervoer met een gewicht van maximaal 44 ton;
  • dat de wegen ten noorden van de Londen-Amsterdamstraat gebruikt kunnen worden, rekening houdende met de beperkingen van de bestaande situatie;
  • dat deze route gebruikt mag worden voor tonnages met een hoger gewicht dan 44 ton, indien nieuwe inzichten dit zouden aantonen.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/B&O om de grootste risico's in kaart te brengen zodat nadien een gebudgetteerd voorstel kan worden opgemaakt voor de werkzaamheden die nodig zijn om de kaaiweg van aan de Generaal Armstrongweg tot aan de Royerssluis op een veilige manier te gebruiken voor Uitzonderlijke transporten voor categorieën met een gewicht hoger dan 44 ton. 
AG STAN om de financiële gevolgen van de heraanleg van de Scheldekaaien in functie van Uitzonderlijk Vervoer in kaart te brengen.

 

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.