Terug

2013_CBS_03883 - Mobiliteitsplan Antwerpen - Vernieuwde samenstelling Gemeentelijke Begeleidingscommissie - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/04/2013 - 09:00 Collegezitting, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_03883 - Mobiliteitsplan Antwerpen - Vernieuwde samenstelling Gemeentelijke Begeleidingscommissie - Goedkeuring 2013_CBS_03883 - Mobiliteitsplan Antwerpen - Vernieuwde samenstelling Gemeentelijke Begeleidingscommissie - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiƫle opmerkingen

Het oprichten van een GBC is een voorwaarde voor het ontvangen van subisidies van de Vlaamse Overheid voor mobiliteitsprojecten.

Regelgeving: bevoegdheid

Volgens artikel 43 §2, 5° is de gemeenteraad bevoegd voor de beslissingen tot deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.

Aanleiding en context

Het lokale mobiliteitsbeleid steunt op het Mobiliteitsconvenant afgesloten met  het Vlaams Gewest en De Lijn (gemeenteraadszitting van 9 september 1996, jaarnummer 1500) en het door de Provinciale Auditcommissie (PAC) conform verklaarde mobiliteitsplan (gemeenteraadszitting van 21 februari 2005, jaarnummer 332).

Het Mobiliteitsconvenant regelde de voorbereiding en uitvoering van mobiliteitsprojecten waarbij verschillende partners betrokken zijn. Deze mobiliteitsprojecten kwamen er op basis van het gemeentelijk mobiliteitsplan, het afgesloten moederconvenant en koepelmodules en de bespreking in de gemeentelijke begeleidingscommissie (GBC) en de PAC of Openbaar Vervoer Commissie (OVC) en betreffen bijvoorbeeld aanpassingen aan gewestwegen, nieuwe of vernieuwde fietspaden, nieuwe of aangepaste buslijnen en andere.

In de Vlaamse regering werd afgesproken om het kader voor de planning en uitvoering van het lokaal mobiliteitsbeleid te hervormen. Uitgangspunt is om het systeem te vereenvoudigen, waardoor projecten mogelijk sneller kunnen worden gerealiseerd. Vorig jaar werd een belangrijke stap gezet in de hervorming van het mobiliteitsbeleid. Het Vlaams Parlement keurde op 10 februari 2012 een wijziging goed van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid. Hierin worden vier pijlers naar voren geschoven:

  • directe betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de lokale overheid bij het Vlaams mobiliteitsbeleid;
  • een globale en gecoördineerde visie op mobiliteit;
  • een gestructureerd overlegmodel met gelijke partners;
  • sterke aandacht voor de inhoudelijke en procesmatige kwaliteit.

Op 5 maart 2012 (jaarnummer 206) keurde de gemeenteraad het addendum bij het Mobiliteitsconvenant goed waarin naast de net genoemde 4 pijlers twee basisbeginselen van het Vlaams mobiliteitsbeleid werden bevestigd:

  • het participatiebeginsel dat stelt dat voor belangrijke mobiliteitsbeslissingen participatie van de burgers een noodzaak is;
  • het STOP-principe dat werd verankerd in het decreet betreffende het mobiliteitsbeleid.

In verdere uitvoering van de wijziging van het decreet van 20 maart 2009 keurde de Vlaamse regering op vrijdag 25 januari 2013 het besluit met de regels voor de organisatorische omkadering, financiering en de samenwerking inzake het mobiliteitsbeleid goed. Dit besluit trad op 1 maart 2013 in werking. Op 28 februari 2013 werd het aan de steden en gemeenten toegelicht.

Naar aanleiding van deze hervorming moeten de steden en gemeenten en dus ook de stad Antwerpen de GBC opnieuw samenstellen.

Argumentatie

In het kader van de hervorming van het mobiliteitsbeleid richt de stad Antwerpen een nieuwe Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC) op. De GBC is een multidisciplinair en beleidsdomeinoverschrijdend overlegforum waarin de betrokken partners samen mobiliteitsknelpunten en -opportuniteiten onderzoeken en voorstellen tot oplossingen uitwerken.

Rol van de GBC

De GBC is verantwoordelijk voor:

  • De voorbereiding, de opmaak, de opvolging, de evaluatie en, in voorkomend geval, de herziening van het gemeentelijk of intergemeentelijk mobiliteitsplan;
  • De begeleiding van de voorbereiding, de opmaak, de opvolging en de evaluatie van projecten die aansluiten bij het duurzame lokale mobiliteitsbeleid. Het betreft onder andere (een geheel van) maatregelen voor de ondersteuning van andere strategische plannen, de verbetering van bestaande infrastructuur, de aanleg van nieuwe infrastructuur, de uitbouw van een kwaliteitsvol openbaar vervoer.

Het overleg binnen de GBC krijgt nu de sleutelrol in het mobiliteitsverhaal binnen de stad Antwerpen. Deze commissie verzamelt de verschillende betrokken actoren onder het voorzitterschap van de stad Antwerpen. Ze begeleidt de opmaak van het gemeentelijk mobiliteitsplan en de voorbereiding van infrastructuurprojecten. Nieuw is dat de GBC daarover in consensus aanbevelingen kan verstrekken, zodat herhaalde agendering en bespreking op een hoger overlegorgaan (PAC en/of OVC) niet meer nodig is. Deze nieuwe werkwijze vermijdt dubbel werk en dubbele vergaderingen.

Regionale Mobiliteitscommissie

De huidige PAC en OVC worden geïntegreerd in één Regionale Mobiliteitscommissie (RMC). Haar inbreng wordt beperkt tot die dossiers waarover de GBC geen consensus bereikte. De onafhankelijke auditor, die voor de vroegere PAC het advies formuleerde, wordt in het nieuwe verhaal vervangen door een onafhankelijke kwaliteitsadviseur. Zijn of haar taak is een objectief advies te bezorgen over het voorgelegde plan of project, op basis waarvan tot de uitvoering kan worden overgegaan. De taken van de vroegere interne auditor voor de OVC en voor de beoordeling van mobiliteitsplannen worden ook overgenomen door deze onafhankelijke kwaliteitsadviseur. De procedure voor de aanstelling van deze kwaliteitsadviseur is momenteel lopende.

Leden van de GBC

Om de doeltreffendheid van de GBC te verhogen worden sommige leden aangeduid als vast lid en andere leden verplicht uitgenodigd, zoals voorgeschreven in het Mobiliteitsdecreet. De vaste leden zijn nodig voor quorum en consensus. De variabele leden zijn enkel nodig voor de consensus. De adviezen van de adviserende leden moeten op de GBC gemotiveerd worden behandeld.

De voorzitter van de GBC kan te allen tijde zelf of op voordracht van een van de vaste leden (die vermeld staan in het decreet) op ad hoc basis belangengroepen, administraties, partijen en anderen uitnodigen voor het opvolgen van één of alle GBC’s over een bepaald plan of project.

Vaste leden

  • een vertegenwoordiger van de initiatiefnemer (indien anders dan één van de volgende);
  • een vertegenwoordiger van de stad Antwerpen (de voorzitter van de GBC);
  • een vertegenwoordiger van het departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse Overheid, meer bepaald van de afdeling Beleid, Mobiliteit en Verkeersveiligheid;
  • een vertegenwoordiger van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn;
  • een vertegenwoordiger van de betrokken wegbeheerder (indien anders dan de vorige), voor gewestwegen zal dit een afgevaardigde zijn van het Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse Overheid.

Onder de vaste leden stelt de stad Antwerpen de schepen voor financiën, mobiliteit, toerisme, binnengemeentelijke decentralisatie en middenstand aan als voorzitter.

Variabele leden

Variabele leden zijn leden die afhankelijk van de agenda omwille van hun expertise en betrokkenheid kunnen worden uitgenodigd op initiatief van de voorzitter, met dien verstande dat de eerste twee steeds moeten worden uitgenodigd:

  • een vertegenwoordiger van de Provincie Antwerpen, meer bepaald de dienst Mobiliteit;
  • een vertegenwoordiger van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO) van de Vlaamse Overheid;
  • een vertegenwoordiger van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse Overheid;
  • een vertegenwoordiger van het Agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse Overheid;
  • een vertegenwoordiger van de NMBS/Infrabel.

Adviserende leden

Lokale vertegenwoordigers die een belangrijke rol kunnen hebben in de draagvlakverwerving tijdens de besprekingen in de GBC worden als adviserende leden benoemd. Met betrekking tot een bepaald dossier kunnen omwille van het feit dat ze eventueel ook niet-lokale actoren vertegenwoordigen of vanwege hun expertise nog bijkomende adviserende leden worden uitgenodigd:

  • een vertegenwoordiger van elk betrokken district;
  • een vertegenwoordiger van de nv Scheepvaart;
  • een vertegenwoordiger van de Waterwegen en Zeekanaal nv;
  • een vertegenwoordiger van de de afdeling Maritieme Toegang van de Vlaamse Overheid.

De districten worden opgenomen in de GBC als adviserend lid. Gaat het echter over projecten waarvoor zij het initiatief nemen (bijvoorbeeld voor schoolomgevingen of fietspaden) dan zijn ze automatisch vast lid van de GBC-vergadering waarop ze besproken worden.

Om de omvang van de commissie beheersbaar te houden wordt voorgesteld geen andere externe partners (middenveldorganisaties, sectororganisaties) toe te voegen. Deze kunnen indien gewenst en indien nodig geconsulteerd worden binnen het traject van afzonderlijke projecten voorafgaand aan de agendering op de GBC of op andere overlegfora geïnitieerd door de stad Antwerpen.

Delegatie van de stad Antwerpen

De stad Antwerpen is een vast lid, maar de delegatie mag afhankelijk van de noodwendigheden van het project afwisselend worden samengesteld. Zij kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • de verantwoordelijke schepen-voorzitter;
  • de schepen verantwoordelijk voor publiek domein of zijn afgevaardigde;
  • de projectleider;
  • een vertegenwoordiger van betrokken autonome gemeentebedrijven (stadsplanning, vastgoed en stadsprojecten, gemeentelijk autonoom parkeerbedrijf, ...) en afdelingen binnen de stad (ontwerp en uitvoering, mobiliteit, ...);
  • een vertegenwoordiger van de verkeerspolitie;
  • een vertegenwoordiger van het gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen;
  • een vertegenwoordiger van de brandweer;
  • een vertegenwoordiger van stadsontwikkeling/energie en milieu (duurzaamheidsambtenaar, vanuit de verplichtingen opgenomen in het milieuconvenant).

Werking GBC

De stad Antwerpen heeft de gewoonte ontwikkeld om voorafgaand aan de GBC-vergaderingen een interne voorbereidende vergadering te beleggen, gemeenzaam aangeduid als de 'pré-GBC'. Ook op deze vergadering kunnen verschillende vertegenwoordigers van autonome gemeentebedrijven en afdelingen binnen de stad worden uitgenodigd.

De GBC formuleert haar aanbevelingen bij consensus. Elk van de vaste leden en de aanwezige variabele leden heeft één stem, waarbij hij of zij zich uitspreekt over het plan of project. Uitdrukkelijk bezwaar van één van de vaste leden of aanwezige variabele leden leidt  tot het ontbreken van consensus. Elk lid kan met één of meer vertegenwoordigers aanwezig zijn in de vergadering, maar behoudt slechts één stem. Een actor die, behalve vast lid, ook initiatiefnemer is en/of ook wegbeheerder, behoudt slechts één stem.

De dagelijkse werking van de GBC (bijvoorbeeld vervanging van de voorzitter, secretariaat) wordt geregeld in een huishoudelijk reglement. Het komt aan de GBC zelf toe om dit huishoudelijk reglement op te stellen naar een model dat door de Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken bepaald wordt. Dit model wordt binnenkort door de Vlaamse Overheid aan de steden en gemeenten overgemaakt. 

Juridische grond

Het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, artikel 26/1 en 26/2, ingevoegd bij het decreet van 10 februari 2012.
Artikel 26/1 bepaalt dat elke gemeente een Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC) zal oprichten en legt de minimale samenstelling hiervan vast. De gemeenteraad kan in het kader van 'participatie' beslissen de vergaderingen van de GBC open te stellen voor vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de bevolking.
Artikel 26/2 bepaalt dat het in sommige gevallen zinvol en noodzakelijk kan zijn de werkzaamheden van de GBC of deelaspecten ervan te bundelen op bovengemeentelijk vlak. Deze beslissing komt volgens artikel 9, §1, tweede lid van het besluit toe aan het College van Burgemeester en Schepenen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid,  artikel 2 tot en met 12.
Artikel 2 tot en met 5 bevatten de nadere regels omtrent de aanwijzing van de vaste, de variabele en adviserende leden.
Artikel 5 bepaalt dat het aan de gemeente toekomt de adviserende leden aan te wijzen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de oprichting en de nieuwe samenstelling van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie ter goedkeuring voor te leggen aan gemeenteraad.

Artikel 2

Het college beslist de aanduiding van de schepen voor financiën, mobiliteit, toerisme, binnengemeentelijke decentralisatie en middenstand als vertegenwoordiger van de stad Antwerpen in de Gemeentelijk Begeleidingscommissie ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.

Artikel 3

Het college beslist de aanduiding van de schepen voor financiën, mobiliteit, toerisme, binnengemeentelijke decentralisatie en middenstand als voorzitter van de Gemeentelijk Begeleidingscommissie ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 5

 

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/RM/MOB contact opnemen met de betrokken overheden en organisaties met de vraag afgevaardigden aan te duiden voor de GBC