Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Liesbeth Homans, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Serge Muyters, waarnemend korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_02612 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Mercatorpark Antwerp nv, Desguinlei 94, 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2011/391/PV - Beslissing na proefperiode - Goedkeuring
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2. Artikel 40,2°,2° bepaalt dat het college definitief uitspraak dient te doen over een vergunning die op proef werd toegestaan.
Aanleiding en context
Aanvrager: Mercatorpark Antwerp nv - Desguinlei 94 - 2018 Antwerpen. De aanvraag omvat ingebruikname discotheek op de -2de verdieping.
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 na proefperiode goed te keuren aan Mercatorpark Antwerp nv, Desguinlei 94, 2018 Antwerpen, voor de inrichting gelegen te 2018 Antwerpen, Desguinlei 94, kadastraal gekend als Antwerpen afdeling 10 sectie K nummer 2181 E2. De vergunning heeft als voorwerp het uitbreiden van een hotel met een lokaal met dansgelegenheid, en de volgende indelingsrubriek wordt toegestaan:
| Rubrieknummer |
Omschrijving |
Vergund voor |
| 32.1.2 |
inrichtingen met muziekactiviteiten: feestzalen, lokalen en schouwspelzalen waar muziek geproduceerd wordt en het geluidsniveau van muziek in de inrichting > 95dB(A) LAeq,15 min en <= 100 dB(A) LAeq, 60 min. |
de discotheek op verdieping -2 (213,25 m²)
|
Artikel 2
Het college wijst erop dat de volgende bijkomende sectorale voorwaarde van toepassing is:
| Ontspanningsinrichtingen met muziekactiviteiten |
hoofdstuk 5.32, afdeling 5.32.2 en bijlage 5.32.2.2bis |
Artikel 3
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:
1. Bijzondere voorwaarden:
- de dansactiviteiten dienen beperkt te blijven tot de discotheek op niveau -2. Het gebruik van andere ruimten als lokaal met dansgelegenheid is niet toegestaan;
- de exploitant neemt alle mogelijke maatregelen om lawaaihinder en parkeeroverlast aan de ingang en in de directe omgeving te voorkomen;
- de exploitatie dient steeds te gebeuren met gesloten ramen en deuren;
- het maximum aantal bezoekers wordt vastgesteld op 140 personen;
- in afwijking op de sectorale voorwaarden inzake openingsuren vastgelegd in artikel 5.32.2.2§2 van Vlarem titel II wordt het sluitingsuur vastgesteld op 05.00 uur.
2. Brandweervoorwaarden:
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
- Minimum één bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm doormeter dient voorzien in de onmiddellijke nabijheid. De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant (de aanwezige bovengrondse hydrant dient degelijk nagekeken, onderhouden en gesignaleerd, dit geldt eveneens voor de aanwezige ondergrondse hydrant ter hoogte van de hoofdingang van de inrichting).
- Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
- Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen aangebracht op volgende plaatsen:
- één toestel bij elke muurhaspel;
- verder aangevuld zodat gelijkmatig verdeeld over de inrichting 1 stuk/150 m² beschikbaar is;
- voor elke zaal of elk gedeelte van een zaal dat in gebruik is dienen minimum 2 toestellen beschikbaar te zijn.
4. Er dienen inrichtingen voorzien voor melding, waarschuwing en alarm.
5. De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen (vooral in de discotheek dient de veiligheidsverlichting uitgebreid te worden). De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
Artikel 4
Het college beslist dat de uitbreiding van de milieuvergunning klasse 2 met rubriek 32.1.2 wordt toegestaan met een eindtermijn samenvallend met de eindtermijn van de lopende basisvergunning met kenmerk AN2007/743/PV, namelijk 14 maart 2028.
Artikel 5
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.