Terug

2013_CBS_02621 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw, Jonghelinckstraat 17, 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/723/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 22/03/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_02621 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw, Jonghelinckstraat 17, 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/723/AV - Goedkeuring 2013_CBS_02621 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw, Jonghelinckstraat 17, 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/723/AV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw - Van Schoonbekestraat 131 - 2018 Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een onderwijs- en ondersteuningscentrum.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan het Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw, Van Schoonbekestraat 131, 2018 Antwerpen, voor de inrichting gelegen op het adres: Jonghelinckstraat 17, 2018 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp de exploitatie van een onderwijs- en ondersteuningscentrum voor personen met communicatieve beperkingen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen

hoofdstuk 4.1,4.7,4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1,4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1,4.5.2,4.5.3, 4.5.4,4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

gassen - gemeenschappelijke bepalingen

afdelingen 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen - koelinrichtingen/compressoren

afdeling 5.16.3;

opslag van gevaarlijke stoffen - ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen - bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlagen- 5.17.7;

schouwspelzalen

afdelingen 5.32.3, 5.32.4 en 5.32.5;

boringen

hoofdstuk 5.55.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden dient na te leven:

1.    Bijzondere voorwaarde:

  • voor de plaatsing van de buitenunits van de luchtgroepen dient contact opgenomen te worden met de dienst stedenbouw van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling.

 

2.    Brandweervoorwaarden:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

  • Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
  • Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:

       o   in de onmiddellijke omgeving van elke muurhaspel

       o   in of nabij de toegang tot de stookplaats, tenzij deze op gas werkt

       o   in elk lokaal met een bijzonder risico

Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.

  • Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - 1/2 bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.
  • In het gebouw dienen maatregelen genomen om melding van brand en alarm door te geven.
  • De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 22 maart 2013 en eindigt op 22 maart 2033.

Artikel 5

Het college beslist dat de vergunde inrichting dient in gebruik genomen te worden binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze vergunning, zoniet vervalt deze vergunning van rechtswege.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.