Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.
Aanvrager: LIDL Belgium GmbH en Co KG - Guldensporenpark 90 blok J - 9820 Merelbeke. De aanvraag omvat de exploitatie van een tijdelijke supermarkt.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan LIDL Belgium GmbH en Co KG, Guldensporenpark 90 Blok J, 9820 Merelbeke, om op de locatie gelegen te 2050 Antwerpen, Willem Gijselstraat zonder nummer (zn) een tijdelijke supermarkt voor 3 maanden te exploiteren.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene voorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden |
hoofdstuk 4.1; |
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid |
hoofdstuk 4.5; |
|
algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2. |
Sectorale voorwaarden:
|
elektriciteit |
hoofdstuk 5.12; |
|
gassen, algemeen |
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1; |
|
gassen, compressoren en koelinrichtingen |
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3; |
|
gevaarlijke producten, algemene bepalingen |
hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.1; |
|
motoren met inwendige verbranding |
hoofdstuk 5.31. |
De volgende bijzondere en brandweervoorwaarden zijn van toepassing:
Bijzondere voorwaarden:
Brandweervoorwaarden:
Onderstaande maatregelen dienen getroffen door de exploitant/eigenaar. De exploitant/eigenaar is verantwoordelijke voor de goede werking, voor het onderhoud en indien toepasselijk voor de bereikbaarheid bij brand van de onderstaande brandvoorzorgsmaatregelen.
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen doelmatig verdeeld over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 75 m² beschikt.
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
Opmerking:
In de tent mogen ter vervanging van de muurhaspels minstens 3 mobiele snelblustoestellen van minstens tien bluseenheden conform NBN EN 3-7 en NBN EN 1866- bij voorkeur 50 kg poeder type ABC- voorzien worden.
De inrichting dient uitgerust met een automatische branddetectie installatie, van het type algemene bewaking.
De automatische branddetectie installatie is ontworpen en uitgevoerd volgens de vigerende reglementen en normen, in het bijzonder de Belgische norm NBN S21-100.
De keuze van de detectoren is aangepast aan de aanwezige risico's en in functie van een snelle ontdekking van de brand.
De branddetectie installatie geeft automatisch een aanduiding van de brandmelding en de plaats ervan.
De automatische branddetectie installatie dient aangevuld te worden met een manueel systeem om ontruiming te bevelen.
Brandweer adviseert de melding van de branddetectie van het gebouw automatisch door te sturen naar een 24 op 24 uur bemande alarmcentrale. Bij detectie zal deze alarmcentrale de nodige actie ondernemen: de brandweer verwittigen (via 112) met de noodzakelijke informatie (plaats, melding); de verantwoordelijke van het gebouw verwittigen met de vraag ter plaatse te gaan voor opvang/bijstaan brandweer enzovoort. Mogelijk kan de alarmcentrale ook de inrijpoort en/of deur van het gebouw opensturen op vraag van brandweer.
Voordeel van een 24/24 alarmcentrale is dat met zekerheid iemand reageert op de detectiemelding, de brandweer zeker verwittigd wordt en er voor de hulpdiensten steeds een aanspreekpunt beschikbaar is bij verdere vragen.
Een strook van minimum 6 meter rond de tent dient vrijgehouden te worden voor brandweerinterventies.
Op deze strook mogen geen parkeerplaatsen voorzien worden.
Na de afwerking van de inrichting en voor de ingebruikname van de inrichting als winkel (publiek toegankelijk) dient de bouwheer en/of exploitant de brandweer uit te nodigen in functie van een operationele verkenning.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 28 juni 2013 en eindigt op 27 september 2013.