Terug

2013_CBS_06451 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Besix nv, Kattendijkdok-Oostkaai 22, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/231/JV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 28/06/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_06451 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Besix nv, Kattendijkdok-Oostkaai 22, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/231/JV - Kennisneming 2013_CBS_06451 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Besix nv, Kattendijkdok-Oostkaai 22, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/231/JV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden, conform de wetgeving, aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

gassen - gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen - koelinrichtingen / compressoren

afdeling 5.16.3;

gassen - opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten

afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

opslag van gevaarlijke stoffen - algemene bepalingen

afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

bouwmaterialen en minerale producten - algemene bepalingen

afdeling 5.30.0;

winning van grondwater

hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1.

Artikel 3

Het college beslist dat volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:

  • zoals aangegeven in een aanvulling op het dossier, mag de bemalingsinstallatie van Besix nv pas in gang gezet worden nadat de aanwezige verontreinigingen onder de aanvaardbare niveaus is gebracht;
  • het installeren van de afvoerleidingen dient zo te gebeuren dat er geen risico bestaat op breuk of vallen. De leidingen worden periodiek gecontroleerd;
  • indien nodig wordt een KLIP melding gemaakt voor het uitvoeren van de ondergrondse kruising van de openbare weg;
  • indien er werken worden uitgevoerd die een invloed kunnen hebben op de kaaimuren, dient men een toestemming te bekomen van de dienst Natte Infrastructuur (inlichtingen kaaimuren kan men bekomen bij deze dienst: T +32 3 229 68 30 - F +32 3 229 68 41);
  • er mag geen water langs de kaaimuur stromen. De afvoerbuis dient tot onder de waterlijn geplaatst te worden;
  • alle delen die uit het voorvlak van de kaaimuur steken, dienen beschermd te worden door middel van een fendering of dergelijke.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.