Terug

2013_CBS_05497 - Onderzoek A102/R11bis - Deelonderzoek aansluitingscomplex A102 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 31/05/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_05497 - Onderzoek A102/R11bis - Deelonderzoek aansluitingscomplex A102 - Goedkeuring 2013_CBS_05497 - Onderzoek A102/R11bis - Deelonderzoek aansluitingscomplex A102 - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Met de goedkeuring van het Masterplan 2020 eind september 2010 koos de Vlaamse overheid er onder meer voor om een ondergrondse verbinding te realiseren onder de huidige R11, tussen het knooppunt Wommelgem en de E19 Zuid. Ook de aanleg van de A102, waarvoor op het gewestplan Antwerpen reeds een reserveringsstrook werd aangeduid, is een bijkomend project binnen het Masterplan 2020.

De A102 en R11bis, de tweede tangent op ons hoofdwegennet in Antwerpen, vormt onlosmakelijk een geheel met de Oosterweelverbinding. Beide projecten vullen elkaar aan. Zonder de uitvoering van beide projecten bekomen we niet de structurele oplossing zoals vooropgesteld in het Masterplan 2020.

Deze beide projecten worden verder uitgewerkt door het Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen (AWV) in een streefbeeldstudie R11-R11bis waarbij gouverneur Cathy Berx een coördinerende rol heeft. De gouverneur is immers door de Vlaamse regering aangeduid als procesbegeleider voor de onderlinge afstemming en communicatie van verschillende plannen in de oostzijde van de Antwerpse regio (Poort Oost). Het gaat hier over de afstemming van en communicatie rond de Tweede Spoorontsluiting Zeehaven van Antwerpen, de E34/E313 tussen Antwerpen-Oost en de verkeerswisselaar te Ranst, en het bedrijventerrein Wommelgem/Ranst ENA, alsook gerelateerde plannen (A102, R11, Oosterweelverbinding, LIVAN, Oude Landen).

Met betrekking tot A102 en R11 heeft de stad zijn visie op de rol en het functioneren van de R11 en de R11bis in het ruimere wegennetwerk reeds neergeschreven, alvorens de streefbeeldstudie werd aangevat. Deze visie werd opgenomen in de collegiale brief goedgekeurd in collegezitting van 28 januari 2011 (jaarnummer 782).

In het najaar van 2011 presenteerde het Vlaamse gewest de eerste resultaten van de streefbeeldstudie R11-R11bis aan de betrokken gemeenten en steden. De stad maakte naar aanleiding van dit ontwerpstreefbeeld een advies over aan de gouverneur (collegebesluit van 21 oktober 2011, jaarnummer 15144).

Na dit advies heeft de stad een intern onderzoekstraject opgezet om de resultaten van de streefbeeldstudie nader te bekijken. Op die manier is het stadsbestuur voorbereid om een onderbouwd advies te formuleren in functie van de plan-MER-procedure voor de aanleg van R11bis-A102 die in 2013 zal worden opgestart en de werkgroepen die in het kader van het proces Poort Oost zullen worden heropgestart. Doelstelling van dit traject is om de mogelijkheden van een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet en strategisch gelokaliseerde aansluitingen op de R11bis-A102 in beeld te brengen.

Binnen dit traject werden volgende deelonderzoeken uitgevoerd:

  • ontwerp aansluitingen: Complex E19 Wilrijk en aansluiting Bisschoppenhoflaan door Witteveen+Bos Belgium NV (collegebesluit van 13 april 2012, jaarnummer 3818);
  • onderzoek aansluitingscomplex op de A102 door Grontmij NV (collegebesluit van 7 september 2012, jaarnummer 9403);
  • ontwerpend onderzoek knoop Wilrijk (R11bis - E19) door Grontmij NV (collegebesluit van 27 april 2012, jaarnummer 4342);
  • onderzoek verbinding R11bis - E19 -A12 door Grontmij NV (collegebesluit van 1 maart 2013, jaarnummer 2003).

Op 22 april 2013 werd een infosessie georganiseerd voor de lokale besturen over de projecten Poort Oost. Daar werd meegedeeld dat de opstart van een plan-MER voor de nieuwe A102 en heringerichte R11 zal gebeuren in september 2013. AWV organiseert eind september ook een reizende infomarkt om de bevolking te informeren over de plannen. Geïnteresseerden kunnen op 20 september 2013 in Mortsel, op 22 september 2013 in Merksem en op 23 september 2013 in Wijnegem de plannen inkijken. Een formele inspraakronde over het kennisgevingsdossier voor het plan-MER volgt dan in het najaar. De stad Antwerpen zal om advies gevraagd worden over het kennisgevingsdossier.

Argumentatie

De tangenten A102 en R11bis moeten het hoofdwegennet in de Antwerpse regio vervolledigen. De keuze om de tangent uit te voeren als een 2x2 sluit duidelijk aan bij de vooropgestelde doelstellingen voor dit project. De A102 en R11bis vormen samen met de gesloten R1 een complementair geheel dat het hoofdwegennet rond Antwerpen flexibel en robuust kan maken. Een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet en strategisch gelokaliseerde aansluitingen op beide wegen zijn echter belangrijke aandachtspunten om de potentiële rol van deze tangenten in het hoofdwegennetwerk te realiseren en om het onderliggende wegennet maximaal te vrijwaren.

Volgende elementen werden tot op heden in de streefbeeldstudie R11-R11bis onvoldoende onderzocht:

  • de ondergrondse doortrekking van de A102 naar de knoop A12/E19 in het noorden en de bundeling met het ondergrondse tracé van de tweede spoorontsluiting;
  • locatie, functioneren, ruimtelijke en technische haalbaarheid van aansluitingen tussen de hoofdwegen en het lokaal wegennet (o.a voor de districten extra muros en de randgemeenten);
  • de mogelijke modaliteiten in het knooppunt E19/R11bis;
  • de doortrekking van de R11bis naar de A12 in het zuiden.

In de streefbeeldstudie R11-R11bis wordt voor de A102 een aansluiting op N120-Bisschoppenhoflaan voorzien, waarvoor drie varianten worden uitgewerkt. In opdracht van de stad Antwerpen werden door het studiebureau Witteveen+Bos (deelonderzoek 1: “Ontwerp aansluitingen: Complex E19 Wilrijk en aansluiting Bisschoppenhoflaan”) twee bijkomende varianten uitgewerkt. Uit deze oefening blijkt dat deze aansluiting ruimtelijk moeilijk inpasbaar is.

Vanuit dat inzicht werd een tweede deelonderzoek opgestart (“Onderzoek aansluitingscomplex op de A102”) met als doelstelling de mogelijke op- en afritten of “aansluitingsvarianten” in beeld te brengen, rekening houdende met de gekende ontwerpparameters, zoals turbulentieafstanden en de Europese tunnelrichtlijn, zoals door AWV gehanteerd, alsook de specifieke ruimtelijke context van de mogelijke varianten.

Met het oog op een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet wordt in dit onderzoek uitgegaan van een volledige realisatie van de A102, dus van het knooppunt met de E313 ter hoogte van Wommelgem tot het knooppunt met A12 en E19 ter hoogte van Ekeren en Merksem, telkens met een volledige uitwisseling op hoofdwegenniveau. Een volledige uitwisseling impliceert wel het verdwijnen van de op- en afrit Wommelgem. Maar enkel op die manier kan de A102 een complementaire rol in het hoofdwegennet vervullen. Bovendien wordt er uitgegaan van een ondergrondse uitvoering, hetzij als boortunnel hetzij als cut-and-cover.

Studie deel 1: locatie onderzoek

In eerste instantie worden mogelijke locaties afgewogen ten noorden en ten zuiden van het Albertkanaal. Daarom worden in eerste instantie zoekzones afgebakend die voldoen aan de ontwerpeisen om een op- en afrit te voorzien. Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen aansluitingen met weefzones of volwaardige in- en uitvoegstroken.

Al deze locaties worden dan aan de hand van verscheidene parameters afgewogen (woonkernen, bestaande ontsluitingen, wegencategorisering, industrie, groen, verkeersveiligheid, inpasbaarheid, etc.) Hieruit blijkt dat zowel ten noorden als ten zuiden van het Albertkanaal een oprit wenselijk is voor bepaalde deelgebieden langs de A102 (Omgeving Schoten, omgeving Bisschoppenhoflaan/Houtlaan). In het noordelijk deel vallen veel mogelijke locaties weg aangezien de ontsluitingsmogelijkheden naar het hoofdwegennet hier momenteel al aanwezig zijn. Ten zuiden van het Albertkanaal komen de kernen van Wijnegem en Wommelgem (én de grote trekkers Makro, Wijnegem Shopping Center, en de vele industriezones langs Houtlaan/Bisschoppenhoflaan ) zonder op- en afrit te zitten wanneer de huidige aansluiting in Wommelgem verdwijnt. Een aansluiting ten zuiden is dus meer nodig dan in het noordelijk deel dat al bediend is in de huidige context. Bijkomend is het vanuit de snelweg bekeken interessant om het aantal op- en afritten te minimaliseren, zeker op een dergelijk kort stuk snelweg tussen twee grote snelwegen.

Het is dus logisch om aan de zuidzijde van het kanaal een aansluitingscomplex op de A102 te voorzien. Het op- en afrittencomplex Wommelgem zal immers gesupprimeerd worden en vervangen door een knoop tussen de E313/E34 en de R11bis/A102. Tussen het Albertkanaal en het knooppunt Wommelgem komen er twee voorkeurslocaties uit het eerste deel van de studie, namelijk de N120-Bisschoppenhoflaan en de N12-Houtlaan. Beide worden in de studie aan een gedetailleerde SWOT-analyse onderworpen.

Studie deel 2: afweging voorkeurslocaties

De oorspronkelijk onderzochte locatie aan de Bisschoppenhoflaan (waarvoor reeds drie varianten werden uitgetekend in de streefbeeldstudie R11-R11bis door AWV en twee bijkomende varianten door Witteveen en Bos werden onderzocht in opdracht van de stad Antwerpen) vertoont enkele belangrijke nadelen:

  • zo is er een belangrijke impact op de verkeersafwikkeling van de Bisschoppenhoflaan, die nog complexer wordt (extra zeer dicht bij elkaar liggende kruispunten en meer oversteken voor zwakke weggebruikers);
  • bovendien worden de mogelijkheden voor de toekomstige ontwikkeling van de Bisschoppenhoflaan als voorstedelijke OV-as (met in principe een goede doorstroming met een minimum aan verkeerslichtengeregelde kruispunten) gehypothekeerd;
  • een aansluitingscomplex aan de N120 biedt verder geen (rechtstreekse) oplossing voor de ontsluiting van Makro en het Wijnegem Shopping Center. Het (bovenlokaal) verkeer dat door deze functies gegenereerd wordt zal immers langer via het lokale wegennet moeten rijden en verscheidene kruispunten naar zowel woonwijken als toegangen tot industriegebieden extra belasten. De bereikbaarheid ervan komt op die manier in het gedrang;
  • daarenboven ligt het ook pal op een reeds complexe kruising van 2 waardevolle groengebieden en een lokale weg- en fietsverbinding tussen Deurne en Schoten;
  • niet in het minst betekent dit ook een reëel gevaar voor de woonkernen van Deurne en de bovenlokale knoop Schijnpoort. Er wordt immers een parallelle as gerealiseerd tussen E19 en E313, als het ware een nieuwe radiaal die rechtstreeks de stad aandoet vanuit het hoofdwegennet (met sluipverkeer tot gevolg op een reeds overbezette verkeersader).

De locatie Houtlaan wordt voornamelijk gekenmerkt door de categorisering van de Houtlaan als een primaire weg type II, die niet door woonkernen gaat. Het voorzien van een op- en afrit op deze locatie is dus conform de visie van de wegbeheerder. Tevens sluit hij ook goed aan op de reeds heldere structuur van hogere wegen zoals de omleiding van de N12 rond de kern van Wijnegem dat al het voorstedelijk verkeer van de Voorkempen opvangt en bij deze locatie rechtstreeks met een minimum aan kruispunten afwikkelt op het autosnelwegennet (zeer helder en leesbaar, intuïtief logisch). Op deze manier wordt aangesloten op een tangentiële as, in tegenstelling tot de radiale as Bisschoppenhoflaan. Bovendien kunnen ook volgende voordelen gedistilleerd worden:

  • een vlottere ontsluiting van Makro en Wijnegem Shopping Center naar het hoofdwegennet met een minimum aan kruispunten;
  • faciliteren van een fietsverbinding tussen Wijnegem en Deurne langsheen Ertbrugge met slechts 1 oversteek van een grote weg (Houtlaan) die dan lichtengeregeld zal zijn;
  • inpasbaar in het groenconcept van het stadrandbos zonder het gebied te versnipperen;
  • complementair aan de uitbreiding van de tramstelplaats;
  • perfect aansluitend op het industriegebied.

Uit de SWOT-analyse blijkt dat de locatie Houtlaan te verkiezen is omwille van verkeersplanologische, ruimtelijke en technische randvoorwaarden, mits een zorgvuldige landschappelijke inpassing bij het uitwerken.

Studie deel 3: Ruimtelijke inpassing en optimalisatie

Tenslotte wordt in de studie het mogelijke aansluitingscomplex tussen A102 en N12-Houtlaan verder uitgewerkt. Uit deze ontwerpoefening blijkt dat het mogelijk is om dit complex op een compacte wijze in te passen in de ruimtelijke context en het omliggende landschap.

Uit het studiewerk blijken verder nog verscheidene opportuniteiten, zowel voor het project op zich als voor de bestaande omgeving:

  • voor het project zelf zou een heraanleg van de Hoogmolenbrug met directe toegang naar de noordelijke industriezone van het Albertkanaal een voordeel zijn om het zware vrachtverkeer maximaal via de grote wegen af te leiden, zonder dat deze door de kernen van Merksem en Deurne hun weg dienen te zoeken (cfr. brug van Azijn);
  • de leidingenstraat zou mogelijks gerationaliseerd kunnen worden om bedrijfspercelen langsheen/over de reservatiestrook meer ontwikkelingsmogelijkheden te geven en om de complexiteit van de leidingstraat en de bouw van de A102 te vereenvoudigen;
  • het groengebied rond Ertbrugge kan verder ontwikkelen in kader van het stadsrandbos en volgens de beheers- en inrichtingsfilosofie van Agentschap Natuur en Bos;
  • de recreatieve fietsverbindingen tussen Deurne en Wijnegem kunnen verkeersveilig en maximaal vergroend ingericht worden;
  • het typische bocagelandschap van domein Ertbrugge en omgeving kan versterkt worden door het complex te bebossen met scherpe randen.

In functie van de plan-MER A102/R11bis, die najaar 2013 wordt opgestart, kunnen de resultaten van deze studie meegegeven worden, zodanig dat deze verder onderzocht kunnen worden.

Beleidsdoelstellingen

Het Masterplan 2020 verhoogt de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in en rondom Antwerpen
Adviesverlening, projectopvolging en ontwerpend onderzoek garanderen een kwalitatieve en multidisciplinaire begeleiding van de infrastructuurprojecten van het Masterplan 2020 (SW)

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de studies “Ontwerp aansluitingen: Complex E19 Wilrijk en aansluiting Bisschoppenhoflaan” door Witteveen+Bos Belgium NV en “Onderzoek aansluitingscomplex op de A102” door Grontmij NV.

Artikel 2

Het college keurt de uitgangspunten van laatst genoemde studie goed in functie van het verdere procesverloop van het Masterplan, Poort Oost en de diverse plan-MER’s.

Artikel 3

Het college beslist om het onderzoek te bespreken met het district Deurne en de gemeente Wijnegem, alvorens de studie over te maken aan de Vlaamse regering, de procesbegeleider voor Poort Oost Cathy Berx en AWV.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen

  • 20130125_OnderzoekaansluitingscomplexA102_Eindrapport.pdf