Op 21 maart 2005 (jaarnummer 432) keurde de gemeenteraad de gedragscode voor mandatarissen en de code voor personeelsleden goed. Op 26 mei 2008 (jaarnummer 980) bekrachtigde de gemeenteraad de gedragscode voor raadsleden en keurde de nieuwe gedragscode voor collegeleden goed.
Op 29 mei 2007 (jaarnummer 1255) keurde de gemeenteraad het reglement goed dat de opdracht, samenstelling en werking van de deontologische commissie regelt.
In artikel 1 van dit reglement wordt de opdracht van de deontologische commissie bepaald, namelijk toezien op de naleving van de gedragsregels uit de gedragscode voor raadsleden en advies uitbrengen over bepalingen uit deze gedragscode. Voor de collegeleden is de Vlaamse regering verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de gedragscode.
Artikel 2 regelt de samenstelling van deze commissie als volgt:
Daarnaast besliste de gemeenteraad dat mandatarissen met een effectief uitvoerend mandaat in één van de desbetreffende raden niet namens die geleding in de commissie konden zetelen en dat de commissie in haar schoot een voorzitter en een secretaris verkiest.
Artikel 3 van dit reglement bepaalt de werking van deze commissie en de samenwerking met het bureau voor integriteit.
In hetzelfde gemeenteraadsbesluit werd ook de effectieve samenstelling van de deontologische commissie goedgekeurd. Op 24 oktober 2011 (jaarnummer 1236) gaf de gemeenteraad goedkeuring aan de nominatief gewijzigde samenstelling van deze commissie.
Op 1 februari 2013 (jaarnummer 133) besliste het college om aan de gemeenteraad voor te stellen om de deontologische commissie op dezelfde manier samen te stellen als het driemaandelijks fractieoverleg, namelijk:
De gemeenteraad verdaagde dit voorstel op 25 februari 2013 (jaarnummer 65) omdat een raadslid ervoor pleitte om de oorspronkelijke samenstelling te behouden omdat anders personeelsleden angst zouden kunnen hebben om te melden bij het bureau voor integriteit, wetende dat bijna het voltallig college er weet van kan krijgen. Er werd afgesproken om de samenstelling grondig te herbekijken en opnieuw op het driemaandelijks fractie-overleg te agenderen.
De gemeenteraad verdaagde dit voorstel op 25 februari 2013 (jaarnummer 65) omdat zowel raadsleden als schepenen zouden deel uitmaken van deze commissie en het dus geen commissie van gelijken betreft. Er werd afgesproken om de samenstelling te herbekijken en opnieuw op het driemaandelijks fractie-overleg te agenderen.
Het bureau voor integriteit gaf op 7 maart 2013 het advies om de oorspronkelijke samenstelling te behouden omdat het dan om een commissie van gelijken gaat, wat niet het geval is indien er schepenen aan worden toegevoegd.
Op het driemaandelijks fractieoverleg van 30 april 2013 werd daarom beslist om aan het college en de gemeenteraad voor te stellen om de oorspronkelijke samenstelling te behouden en om 6 vertegenwoordigers uit de gemeenteraad af te vaardigen, 4 uit de districtsraden en 2 uit de OCMW-raad. De fractieleiders spraken ook af om nominatief op te geven wie zich kandidaat wil stellen om te zetelen in deze commissie. Volgende raadsleden zijn hiervoor kandidaat:
Gemeentedecreet, artikel 41: de gemeenteraad neemt een deontologische code aan.
Gemeentedecreet, artikel 276: de leden van de districtsraad hanteren de deontologische code van de gemeenteraad bedoeld in artikel 41.
Gedragscode voor raadsleden van de stad Antwerpen, 26 mei 2008 (jaarnummer 980).
De deontologische commissie is geen gemeenteraadscommissie in de zin van artikel 39 § 1 van het Gemeentedecreet. De decretale bepalingen die gelden voor een gemeenteraadscommissie zijn bijgevolg niet van toepassing op de deontologische commissie. De deontologische commissie heeft een besloten karakter.
De gemeenteraad beslist om artikel 1 van het reglement deontologische commissie (opdracht) te bekrachtigen, namelijk het toezien op de naleving van de gedragscode voor raadsleden en advies uitbrengen over bepalingen uit deze gedragscode.
De gemeenteraad beslist om de oorspronkelijke samenstelling zoals voorzien in artikel 2 van het reglement, te behouden.
In uitvoering van artikel 2 beslist de gemeenteraad dat volgende personen deel uitmaken van de deontologische commissie: