Terug

2013_CBS_05331 - Capaciteit basisonderwijs - Lokale beheerstructuur onderwijscapaciteit: Pilootproject op Regatta - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 31/05/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_05331 - Capaciteit basisonderwijs - Lokale beheerstructuur onderwijscapaciteit: Pilootproject op Regatta - Goedkeuring 2013_CBS_05331 - Capaciteit basisonderwijs - Lokale beheerstructuur onderwijscapaciteit: Pilootproject op Regatta - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiƫle opmerkingen

AG Vespa schat de timing in, evenals de kosten die mogelijk gemaakt zullen worden in de voorbereiding van het pilootproject, en factureert deze aan de stad. Algemeen onderwijsbeleid van de bedrijfseenheid actieve stad financiert de kosten vanuit het budget, bestemd voor capaciteit.

De financiering in de DBFM light realisatie zelf komt enerzijds vanuit de Vlaamse overheid via een "beschikbaarheidsvergoeding". Anderzijds van de betrokken schoolbesturen; in dit geval het GO! en AG Stedelijk Onderwijs.

Aanleiding en context

Reeds verschillende jaren leveren de onderwijsverstrekkers in samenwerking met de stad Antwerpen zware inspanningen om een antwoord te bieden aan het tekort aan plaatsen in het basisonderwijs.

Naast de klassieke financiering voor onderwijsinfrastructuur bestaat er sinds kort de mogelijkheid om schoolinfrastructuur te realiseren via een alternatieve financiering. Het betreft een financiering via beschikbaarheidstoelagen.

Aan de hand van een vereenvoudigde "Design, Build, Finance, Maintain-formule" (of DBFM light) wordt een bestek in de markt geplaatst dat bij realisatie via beschikbaarheidsvergoedingen gefinancierd wordt. Het besluit van de Vlaamse regering tot regeling van beschikbaarheidstoelage in het kader van capaciteit in basisonderwijs is in opmaak.

Ten einde de interesse van een mogelijke private partner voor zo’n project niet te hypothekeren is het aangewezen dat er gewerkt wordt met één aanspreekpunt. De stad Antwerpen, of een van haar dochters, zou deze taak op zich kunnen nemen zodat er voor de private partner eenduidigheid is en met één financieringsstroom wordt gewerkt.

In Antwerpen werd samen met het Vlaams kenniscentrum PPS, AGIOn, AG Vespa en twee geïnteresseerde inrichtende machten een lastenboek opgemaakt om op de Regattasite op linkeroever twee basisscholen te realiseren via een DBFM-lighttraject dat gefinancierd zou worden door beschikbaarheidstoelagen.

Minister Pascal Smet heeft de stad Antwerpen gevraagd of zij bereid is om een lokale beheerstructuur op te zetten voor de realisatie van het pilootproject Regatta.

AG Vespa heeft op 30 april 2013 op uitnodiging van schepen Claude Marinower een beknopte toelichting gegeven over de lokale beheerstructuur capaciteitsuitbreiding en het pilootproject Regatta.

Aan de voorbereidende fase van Lokale Beheerstructuur Capaciteitsuitbreiding werd op Antwerps niveau in de vorige legislatuur geen formele besluitvorming gekoppeld. Om in de toekomst helderheid te hebben over de krijtlijnen van de Lokale Beheerstructuur en om het kader voor een pilootproject duidelijk te kennen, dienen de globale uitgangspunten van de beheerstructuur geherformuleerd en bevestigd te worden door het college.

Het kader, uitgewerkt in de ‘Ontwerpnota Lokale beheerstructuur capaciteitsuitbreiding onderwijsgebouwen’ zoals overgemaakt door minister Pascal Smet kan hiervoor als leidraad dienen. De globale opdracht van de Lokale Beheerstructuur Capaciteitsuitbreiding wordt in de ontwerpnota beschreven als: “Scholen realiseren op die plaatsen waar de nood aan capaciteitsuitbreiding het grootst is. Dit gebeurt via een 'vereenvoudigde DBFM-formule' waarbij een private partner betrokken wordt. De schoolgebouwen worden voor een langdurige periode ter beschikking gesteld aan een inrichtende macht, over de grenzen van de netten heen. De inrichtende machten betalen voor de ingebruikname een vorm van 'beschikbaarheidsvergoeding'. Deze beschikbaarheidsvergoeding wordt gedeeltelijk gesubsidieerd met Vlaamse middelen.

De eigenaar van het schoolgebouw is op termijn de lokale overheid (of een vastgoeddochter van de lokale overheid). De lokale overheid moet ze dan, na de periode van 20 tot 30 jaar, aan 'gunstigere' voorwaarden verhuren aan de school, zodat gebruik gegarandeerd blijft. Dit in het geval de inrichtende macht niet over de nodige terreinen beschikt voor de schoolinfrastructuur. Indien de inrichtende macht zelf de grond ter beschikking stelt, kan ze ook in het programma inschrijven, maar zal ze op termijn eigenaar worden van het schoolgebouw.”

Tevens worden er twee soorten verantwoordelijkheden opgesplitst:

  • deze die verbonden zijn met beleidsaspecten (opmaak en opvolging van een netoverschrijdend masterplan, bepalen welk aanbod voor welk budget op welke termijn voor welke inrichtende macht (IM) wordt gerealiseerd, keuzes maken, prioriteiten stellen, … 
  • deze die verbonden zijn met het realiseren van het bouwproject (uitwerken en op de markt plaatsen bestek, toewijzen aan private partner die ontwerpt/bouwt/financiert en onderhoudt,…)

In de stad Antwerpen kan binnen het kader van deze formule op korte termijn op de site Regatta een pilootproject uitgevoerd worden voor de bouw van twee basisscholen met een gezamenlijke capaciteit van 480 leerlingen. De twee geïnteresseerde inrichtende machten zijn het GO! en het AGSO, beiden waren betrokken bij de voorbereiding van het bestek.

Over volgende onderdelen dienen een aantal beleidsopties naar voor gebracht te worden:

  1. grond en eigenaarschap;
  2. financieringskosten gemaakt door realisatie instrument (kosten die niet tot de Publiek Private Samerwerking (PPS)-constructie behoren);
  3. het bestek;
  4. programma van eisen;
  5. timing, rolverdeling, regie en besluitvorming;
  6. globale gemeenschapsvoorzieningen Regatta site.

AG Vespa dient deze voorbereiding in nauw overleg met het GO!, met AG Stedelijk Onderwijs en algemeen onderwijsbeleid op te maken.

Argumentatie

Punt 443 van het bestuursakkoord 2013/2018 vermeldt: ‘Er wordt een strikt budgettair beleid gevoerd. Er wordt niet gedebudgetteerd. DBFM- en PPS-constructies zijn slechts aanvaardbaar indien er een duidelijk meerwaarde kan aangetoond worden.’
De meerwaarde bestaat er hier in dat:

  • de nodige en noodzakelijke capaciteit gecreëerd kan worden zonder dat investeringen onmiddellijk betaald dienen te worden waardoor meer projecten gerealiseerd kunnen worden;
  • de stad het beheer over het schaarse patrimonium niet verliest indien de scholen gebouwd worden op haar gronden en na afloop van de demografische golf in het basisonderwijs de gebouwen voor andere doeleinden kan aanwenden;
  • de Vlaamse overheid in haar budget scholenbouw voor hoogdringende capaciteit voor het basisonderwijs recurrent beschikbaarheidstoelagen voorziet zodat na goedkeuring van het DBFM project door de Vlaamse regering de betalingen aan de private partner gedeeltelijk of volledig gefinancierd zijn;
  • deze formule ESR neutraal is;
  • deze formule het mogelijk maakt op zeer korte termijn scholen te realiseren;
  • het Vlaams kenniscentrum PPS en AGIOn bij de voorbereiding van dit project betrokken zijn;
  • de minister van onderwijs de schoolbouw op Regatta als pilootproject wenst uit te voeren.

Juridische grond

  • Wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. Hoofdstuk II Onderwijsinfrastructuur;
  • Decreet van 21 december 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013.

Beleidsdoelstellingen

Iedereen in Antwerpen heeft en grijpt de kans om een kwalificatie te behalen die leidt tot actief en verantwoord burgerschap, brede persoonsvorming en toegang tot het hoger onderwijs en/of de arbeidsmarkt
Er is kwalitatief overleg tussen de Antwerpse onderwijspartners en -gebruikers, dat gericht is op de realisatie van gelijke onderwijskansen en -uitkomsten
De stad ondersteunt al de inrichtende machten basisonderwijs om de netto leerlingencapaciteit van basisscholen in Antwerpen aan te passen aan de demografische evolutie
capaciteit basisonderwijs antwerpen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat het scholenproject Regatta wordt opgezet als pilootproject voor het uitwerken van scholenbouw via het principe van een lokale beheerstructuur;

Artikel 2

Het college keurt goed dat AG Vespa over volgende onderdelen een aantal beleidsopties naar voor brengt zodat het college beslissingen kan nemen met betrekking tot:

  1. grond en eigenaarschap;
  2. financieringskosten gemaakt door realisatie instrument (kosten die niet tot de Publiek Private Samenwerking (PPS)-constructie behoren);
  3. het bestek;
  4. programma van eisen dat voldoende generieke elementen dient te bevatten die bruikbaar zijn in andere scholenbouwprojecten evenals om herbestemming mogelijk te maken;
  5. timing, rolverdeling, regie en besluitvorming;
  6. globale gemeenschapsvoorzieningen Regatta site die een invloed hebben op de scholenbouw.

Artikel 3

 Het college geeft opdracht aan: 

Dienst

 Opdracht

AG Vespa

om met de voorbereiding te starten van een lastenboek DBFM light ter realisatie van twee scholen van 240 leerlingen basisonderwijs op Regatta.

om beleidsopties voor te stellen aan het college, in de realisatie van het pilootproject Regatta binnen de principes van de nog op te richten lokale beheerstructuur.

om, voortvloeiend uit de gekozen opties in de voorgaande opdracht, het college AG Vespa als gedelegeerd opdrachtgever voor te stellen die het bestek in de markt plaatst en optreedt als lokaal realisatie instrument.

om dit alles in overleg te doen met ACT/AOB en de betrokken inrichtende machten

ACT/AOB

om de gesprekken tussen AG Vespa en de betrokken inrichtende machten op te starten, te begeleiden en te faciliteren

 

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.