AG Vespa schat de timing in, evenals de kosten die mogelijk gemaakt zullen worden in de voorbereiding van het pilootproject, en factureert deze aan de stad. Algemeen onderwijsbeleid van de bedrijfseenheid actieve stad financiert de kosten vanuit het budget, bestemd voor capaciteit.
De financiering in de DBFM light realisatie zelf komt enerzijds vanuit de Vlaamse overheid via een "beschikbaarheidsvergoeding". Anderzijds van de betrokken schoolbesturen; in dit geval het GO! en AG Stedelijk Onderwijs.
Reeds verschillende jaren leveren de onderwijsverstrekkers in samenwerking met de stad Antwerpen zware inspanningen om een antwoord te bieden aan het tekort aan plaatsen in het basisonderwijs.
Naast de klassieke financiering voor onderwijsinfrastructuur bestaat er sinds kort de mogelijkheid om schoolinfrastructuur te realiseren via een alternatieve financiering. Het betreft een financiering via beschikbaarheidstoelagen.
Aan de hand van een vereenvoudigde "Design, Build, Finance, Maintain-formule" (of DBFM light) wordt een bestek in de markt geplaatst dat bij realisatie via beschikbaarheidsvergoedingen gefinancierd wordt. Het besluit van de Vlaamse regering tot regeling van beschikbaarheidstoelage in het kader van capaciteit in basisonderwijs is in opmaak.
Ten einde de interesse van een mogelijke private partner voor zo’n project niet te hypothekeren is het aangewezen dat er gewerkt wordt met één aanspreekpunt. De stad Antwerpen, of een van haar dochters, zou deze taak op zich kunnen nemen zodat er voor de private partner eenduidigheid is en met één financieringsstroom wordt gewerkt.
In Antwerpen werd samen met het Vlaams kenniscentrum PPS, AGIOn, AG Vespa en twee geïnteresseerde inrichtende machten een lastenboek opgemaakt om op de Regattasite op linkeroever twee basisscholen te realiseren via een DBFM-lighttraject dat gefinancierd zou worden door beschikbaarheidstoelagen.
Minister Pascal Smet heeft de stad Antwerpen gevraagd of zij bereid is om een lokale beheerstructuur op te zetten voor de realisatie van het pilootproject Regatta.
AG Vespa heeft op 30 april 2013 op uitnodiging van schepen Claude Marinower een beknopte toelichting gegeven over de lokale beheerstructuur capaciteitsuitbreiding en het pilootproject Regatta.
Aan de voorbereidende fase van Lokale Beheerstructuur Capaciteitsuitbreiding werd op Antwerps niveau in de vorige legislatuur geen formele besluitvorming gekoppeld. Om in de toekomst helderheid te hebben over de krijtlijnen van de Lokale Beheerstructuur en om het kader voor een pilootproject duidelijk te kennen, dienen de globale uitgangspunten van de beheerstructuur geherformuleerd en bevestigd te worden door het college.
Het kader, uitgewerkt in de ‘Ontwerpnota Lokale beheerstructuur capaciteitsuitbreiding onderwijsgebouwen’ zoals overgemaakt door minister Pascal Smet kan hiervoor als leidraad dienen. De globale opdracht van de Lokale Beheerstructuur Capaciteitsuitbreiding wordt in de ontwerpnota beschreven als: “Scholen realiseren op die plaatsen waar de nood aan capaciteitsuitbreiding het grootst is. Dit gebeurt via een 'vereenvoudigde DBFM-formule' waarbij een private partner betrokken wordt. De schoolgebouwen worden voor een langdurige periode ter beschikking gesteld aan een inrichtende macht, over de grenzen van de netten heen. De inrichtende machten betalen voor de ingebruikname een vorm van 'beschikbaarheidsvergoeding'. Deze beschikbaarheidsvergoeding wordt gedeeltelijk gesubsidieerd met Vlaamse middelen.
De eigenaar van het schoolgebouw is op termijn de lokale overheid (of een vastgoeddochter van de lokale overheid). De lokale overheid moet ze dan, na de periode van 20 tot 30 jaar, aan 'gunstigere' voorwaarden verhuren aan de school, zodat gebruik gegarandeerd blijft. Dit in het geval de inrichtende macht niet over de nodige terreinen beschikt voor de schoolinfrastructuur. Indien de inrichtende macht zelf de grond ter beschikking stelt, kan ze ook in het programma inschrijven, maar zal ze op termijn eigenaar worden van het schoolgebouw.”
Tevens worden er twee soorten verantwoordelijkheden opgesplitst:
In de stad Antwerpen kan binnen het kader van deze formule op korte termijn op de site Regatta een pilootproject uitgevoerd worden voor de bouw van twee basisscholen met een gezamenlijke capaciteit van 480 leerlingen. De twee geïnteresseerde inrichtende machten zijn het GO! en het AGSO, beiden waren betrokken bij de voorbereiding van het bestek.
Over volgende onderdelen dienen een aantal beleidsopties naar voor gebracht te worden:
AG Vespa dient deze voorbereiding in nauw overleg met het GO!, met AG Stedelijk Onderwijs en algemeen onderwijsbeleid op te maken.
Punt 443 van het bestuursakkoord 2013/2018 vermeldt: ‘Er wordt een strikt budgettair beleid gevoerd. Er wordt niet gedebudgetteerd. DBFM- en PPS-constructies zijn slechts aanvaardbaar indien er een duidelijk meerwaarde kan aangetoond worden.’
De meerwaarde bestaat er hier in dat:
Het college keurt goed dat het scholenproject Regatta wordt opgezet als pilootproject voor het uitwerken van scholenbouw via het principe van een lokale beheerstructuur;
Het college keurt goed dat AG Vespa over volgende onderdelen een aantal beleidsopties naar voor brengt zodat het college beslissingen kan nemen met betrekking tot:
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst |
Opdracht |
| AG Vespa |
om met de voorbereiding te starten van een lastenboek DBFM light ter realisatie van twee scholen van 240 leerlingen basisonderwijs op Regatta. om beleidsopties voor te stellen aan het college, in de realisatie van het pilootproject Regatta binnen de principes van de nog op te richten lokale beheerstructuur. om, voortvloeiend uit de gekozen opties in de voorgaande opdracht, het college AG Vespa als gedelegeerd opdrachtgever voor te stellen die het bestek in de markt plaatst en optreedt als lokaal realisatie instrument. om dit alles in overleg te doen met ACT/AOB en de betrokken inrichtende machten |
| ACT/AOB |
om de gesprekken tussen AG Vespa en de betrokken inrichtende machten op te starten, te begeleiden en te faciliteren |