Terug

2013_CBS_05517 - Beleids- en beheerscyclus - Collegiale brief invulling beleidsprioriteiten sport - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 31/05/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_05517 - Beleids- en beheerscyclus - Collegiale brief invulling beleidsprioriteiten sport - Goedkeuring 2013_CBS_05517 - Beleids- en beheerscyclus - Collegiale brief invulling beleidsprioriteiten sport - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

De regelgeving met betrekking tot de Vlaamse beleids- en beheerscyclus en het Planlastendecreet bepalen dat in het eerste jaar van de legislatuur een geïntegreerd meerjarenplan opgemaakt wordt voor de periode 2014-2019.

  • De beleids- en beheerscyclus stelt de beleidskeuzes van het verkozen bestuur centraal, zoals beschreven in het bestuursakkoord. De volledige cyclus is erop gericht om de beschikbare middelen optimaal en geïntegreerd in te zetten om die beleidskeuzes maximaal te realiseren. De cyclus begint nadrukkelijk bij het bestuursakkoord.
  • Het Planlastendecreet vertrekt vanuit de lokale autonomie en een geïntegreerde planning. Het decreet laat toe de Vlaamse sectorale beleidsprioriteiten geïntegreerd binnen het lokale meerjarenplan op te nemen

Het decreet inzake lokaal sportbeleid is één van de sectorale decreten aangepast op basis van het planlastendecreet. In het meerjarenplan geven we aan hoe we de Vlaamse beleidsprioriteiten sport zullen realiseren.

Bij de invoering van het planlastendecreet werd steeds benadrukt in geval van vragen contact op te nemen met de betrokken Vlaamse sectorale administratie. Vanuit Antwerpen werd contact opgenomen met de Vlaamse administratie voro sport, BLOSO.

Argumentatie

Uit de reactie van BLOSO bleek dat de voorgestelde doelstellingen niet voldeden. We ondervonden dat er door BLOSO sterk gestuurd wordt op de uitvoeringswijze, veel minder op de te behalen resultaten. We nemen de beleidsprioriteiten sport wel degelijk mee in ons meerjarenplan, in de doelstellingen en in de operationele plannen. BLOSO vraagt echter de formulering van onze doelstellingen woordelijk aan te passen aan de beleidsprioriteiten en aan hun visie over opmaak van goede doelstellingen, actieplannen en acties, alsook hun visie op de implementatie in de lokale besturen.

 Op deze manier worden wij genoodzaakt een geïntegreerde, groepsbreed uniforme aanpak te verlaten. Deze reactie doet ons vrezen voor de reacties van de andere sectoren en voor de toekomstige reacties bij de start van de digitale rapporteringen.

In de collegiale brief vragen we de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur en Bestuurszaken Geert Bourgeois, Vlaams minister van sport en Luc Lathouwers, secretaris-generaal departement Bestuurszaken, de principes van de beleids- en beheerscyclus en van het planlastendecreet, ook voor sport te bevestigen, waar nodig te verduidelijken en mee te bewaken. Onze eigen administratie wil graag goed blijven samenwerken met de collega’s van BLOSO en de stad wil zeker de voorziene Vlaamse middelen voor sport aanvaarden. Meer dan de wens om de op vraag van BLOSO geherformuleerde doelstellingen te herzien, willen we de Vlaamse overheid met deze brief in kennis stellen van de eerste concrete toepassingen van BBC en het planlastendecreet, zodat zowel Vlaanderen als het lokale bestuur tijdig en juist kunnen bijsturen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de collegiale brief goed aan Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois, Vlaams minister van Sport Philippe Muyters en Luc Lathouwers, secretaris-generaal departement Bestuurszaken.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.