Terug

2013_CBS_05359 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Advies districtscollege jaarlijkse waardering districtssecretaris - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 31/05/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_05359 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Advies districtscollege jaarlijkse waardering districtssecretaris - Goedkeuring 2013_CBS_05359 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Advies districtscollege jaarlijkse waardering districtssecretaris - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het bestuursakkoord van de stad Antwerpen stipuleert in artikel 413 § 3 dat de districten versterkt worden in de functionele aansturing van de districtssecretaris. Deze functionele aansturing heeft betrekking op de decretale taken van de districtssecretaris die bij mandaatopdracht door de gemeenteraad werden toegewezen aan de bestuurscoördinator-district. 

  • De districtssecretaris staat in voor de algemene leiding van het district. Hij/zij rapporteert aan het districtscollege (Gemeentedecreet, artikel 275 en 86 );
  • De districtssecretaris staat in voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid. Hij/zij gedraagt zich naar de onderrichtingen die worden gegeven door de districtsraad, het districtscollege, de voorzitter van de districtsraad, de voorzitter van het districtscollege. De districtssecretaris bereidt de zaken voor die aan de districtsraad en aan het districtscollege worden voorgelegd (Gemeentedecreet, artikel 275, 87 §1-1° lid en 87 §3);
  • De districtssecretaris woont de vergaderingen van de districtsraad en het districtscollege bij. Hij/zij adviseert de districtsraad, het districtscollege en de voorzitter van de districtsraad of het districtscollege op beleidsmatig, bestuurskundig of juridisch vlak. Hij/zij herinnert aan de geldende rechtsregels, vermeldt de feitelijke gegevens en zorgt ervoor dat de door de regelgeving voorgeschreven vermeldingen in de beslissingen worden opgenomen (Gemeentedecreet artikel 275 en 88);
  • De districtssecretaris organiseert de behandeling van de briefwisseling van het district (Gemeentedecreet artikel 275 en 89);
  • De districtssecretaris kan belast worden met de uitvoering van bepaalde bevoegdheden van het districtscollege (Gemeentedecreet artikel 275, 90 en 58);
  • De districtssecretaris kan het dagelijks personeelsbeheer toevertrouwen aan de leidinggevende personeelsleden van wie de functies zijn aangegeven in het organogram (Gemeentedecreet artikel 275 en 92).

Argumentatie

De bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking schrijft jaarlijks een waarderingsverslag over de bestuurscoördinator-district, waarbij er gekeken wordt naar de vijf rollen die hij/zij krachtens de mandaatopdracht moet opnemen, namelijk:

  1. districtssecretaris;
  2. leidinggevende;
  3. verantwoordelijke loketwerking;
  4. lid van het directieteam van districts- en loketwerking;
  5. facilitator van het samenspel tussen de stad (de stedelijke bedrijven) en het district.

Een eenvormige takenlijst die geldt voor iedere districtssecretaris wordt aan de districtsbesturen overgemaakt door de stafdienst van de bedrijfseenheid districts- en loketwerking.  

De vooropgestelde sterkere functionele aansturing van de districtssecretaris door het districtscollege, kan gevalideerd worden door formeel het advies te vragen van het districtscollege (in overleg met de voorzitter van de districtsraad), en dit advies te verwerken in het waarderingsverslag.

De procedure verloopt dan als volgt.

  • De bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking vraagt per brief dat het districtscollege, de voorzitter van het districtscollege en de voorzitter van de districtsraad een gezamenlijk advies uitbrengen over het functioneren van de bestuurscoördinato- district in de rol van districtssecretaris;
  • Het districtscollege, inclusief beide voorzitters, beoordelen de districtssecretaris op de decretale opdracht. De districtssecretaris en de adjunct-secretaris verlaten de vergadering bij de bespreking van dit punt. De jongste districtsschepen neemt tijdelijk de taak over van secretaris;
  • De districtssecretaris wordt ingelicht over het advies dat zij hebben uitgebracht;
  • De voorzitter van het districtscollege bezorgt het advies tijdig aan de bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking, dit wil zeggen voor het verstrijken van de termijn die in de brief werd gestipuleerd;
  • De bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking verwerkt het advies integraal in de eindwaardering en deelt het eindresultaat mee aan de voorzitter van het districtscollege.
  • Wanneer het advies van het districtscollege niet strookt met de (eind)waardering door de bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking, volgt een afstemmingsoverleg. Dit moet tijdig ingepland en afgerond worden, en wel voor het afsluiten van de waarderingsronde;
  • Eindigt het afstemmingsoverleg in een impasse, dan wordt een verbetertraject voorgesteld waarbij de bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking regelmatig afstemt met de voorzitter van het districtscollege;
  • Is er absoluut geen consensus mogelijk, zal de waardering onderwerp van overleg worden met de stadssecretaris en de schepen voor binnengemeentelijke decentralisatie.

Juridische grond

  • De taken van districtssecretaris worden uitgevoerd door de bestuurscoördinator-district. Art. 115 van het gemeentedecreet bepaalt dat de personeelsleden van de gemeente worden geëvalueerd op ambtelijk niveau;
  • Art. 275 van het gemeentedecreet is van toepassing op de districtssecretaris;
  • Het college stelde in zitting van 2 oktober 2009 (jaarnummer 13860) het delegatiereglement vast waarbij de aanstellings-, ontslag- en tuchtbevoegdheid van het stadspersoneel wordt gedelegeerd aan de stadssecretaris overeenkomstig artikel 58 van het gemeentedecreet.;
  • De gemeenteraad keurde op 22 september 2008 (jaarnummer 1522), op 16 februari 2009 (jaarnummer 242) en op 14 december 2009 (jaarnummer 2137) de rechtspositieregeling goed. In titel 4.3 wordt het selectiereglement vastgelegd, de proeftijd in titel 5.1 en het mandaatsysteem in titel 5.11.

Adviezen

Werkvergadering stadsbestuur - districtsbesturen Gunstig advies

De deelnemers aan het werkoverleg “binnengemeentelijke decentralisatie” van 25 april 2013 keurden unaniem de procedure goed voor de waardering van de districtssecretaris, en stellen voor dat het college die procedure als zodanig officialiseert.

Beleidsdoelstellingen

25 - Loketten
Voortdurend werken aan kwaliteitsvolle dienstverlening

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat de functionele aansturing van de districtssecretaris door het districtscollege als volgt wordt versterkt: jaarlijks brengen het districtscollege, de voorzitter van het districtscollege en de voorzitter van de districtsraad samen een advies uit over het functioneren van de districtssecretaris wat betreft de decretale taken.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking
  1. een eenvormige takenlijst uit te werken op basis waarvan de districtsbesturen hun advies kunnen uitwerken;

  2. in het kader van die waardering van de districtssecretaris volgende procedure na te leven:
    • Jaarlijks opvragen van het advies;
    • Integraal verwerken van het advies in het waarderingsverslag;
    • Het eindresultaat van de waardering kenbaar maken aan het districtscollege;
    • Bij meningsverschil een afstemmingsoverleg organiseren met de voorzitter van het districtscollege.  Dit moet plaats vinden voor het einde van het waarderingstraject;
    • Indien geen consensus wordt bereikt, een verbetertraject opstarten en opvolgen in samenwerking met de voorzitter van het districtscollege;
    • Bij volledige impasse wordt een overleg georganiseerd met de stadssecretaris en de schepen voor binnengemeentelijke decentralisatie.