Het bestuursakkoord van de stad Antwerpen stipuleert in artikel 413 § 3 dat de districten versterkt worden in de functionele aansturing van de districtssecretaris. Deze functionele aansturing heeft betrekking op de decretale taken van de districtssecretaris die bij mandaatopdracht door de gemeenteraad werden toegewezen aan de bestuurscoördinator-district.
De bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking schrijft jaarlijks een waarderingsverslag over de bestuurscoördinator-district, waarbij er gekeken wordt naar de vijf rollen die hij/zij krachtens de mandaatopdracht moet opnemen, namelijk:
Een eenvormige takenlijst die geldt voor iedere districtssecretaris wordt aan de districtsbesturen overgemaakt door de stafdienst van de bedrijfseenheid districts- en loketwerking.
De vooropgestelde sterkere functionele aansturing van de districtssecretaris door het districtscollege, kan gevalideerd worden door formeel het advies te vragen van het districtscollege (in overleg met de voorzitter van de districtsraad), en dit advies te verwerken in het waarderingsverslag.
De procedure verloopt dan als volgt.
De deelnemers aan het werkoverleg “binnengemeentelijke decentralisatie” van 25 april 2013 keurden unaniem de procedure goed voor de waardering van de districtssecretaris, en stellen voor dat het college die procedure als zodanig officialiseert.
Het college keurt goed dat de functionele aansturing van de districtssecretaris door het districtscollege als volgt wordt versterkt: jaarlijks brengen het districtscollege, de voorzitter van het districtscollege en de voorzitter van de districtsraad samen een advies uit over het functioneren van de districtssecretaris wat betreft de decretale taken.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| bedrijfsdirecteur districts- en loketwerking |
|