Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Laddermakerij Smits bvba - Santvoortbeeklaan 31 - 2100 Deurne-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een laddermakerij.
Het college van burgemeester en schepenen beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Laddermakerij Smits bvba, Santvoortbeeklaan 31, 2100 Deurne-Antwerpen, om op de percelen gelegen Santvoortbeeklaan 31/ Belcrownlaan 46 , 2100 Deurne-Antwerpen, kadastraal gekend als Antwerpen afdeling 27 sectie A nummers 271M, 271P en 272C, een laddermakerij te exploiteren.
Het college van burgemeester en schepenen wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
1. Algemene voorwaarden:
2. Sectorale voorwaarden:
Het college van burgemeester en schepenen beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en de volgende standaard brandweervoorwaarden dient na te leven:
Bijzondere voorwaarden:
Standaardbrandweervoorwaarden:
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht.
Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
S2
Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m²(binnenruimte). Voor de oppervlakten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
H1
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundige gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiodes, gewaarborgd zijn
het college van burgemeester en schepenen beslist dat de milieuvergunning ingaat op 15 februari 2013 en eindigt op 15 februari 2033