Op 29 maart 2013 keurde de Vlaamse regering een conceptnota goed met de aanpak voor het vrijwaren van het waterbergend vermogen in kader van de korte termijnactie signaalgebieden van het groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Met deze conceptnota wordt een systematische aanpak voorgesteld voor de nog niet ontwikkelde gebieden met een harde bestemming (zoals bijvoorbeeld wonen, industrie) die een hoge kans op overstromen hebben. Er wordt een bewarend beleid (stand still via instructies) en proactief beleid (herbestemming of voorschriften) voor deze gebieden voorgesteld. Op deze manier wordt de doorwerking van de oefening 'toetsing signaalgebieden' die de afgelopen jaren door de bekkenbesturen uitgevoerd werd, gegarandeerd.
Per signaalgebied zal de Vlaamse regering een startbeslissing nemen over de verdere aanpak met inbegrip van een voorstel met betrekking tot het in te zetten instrumentarium en eventueel de initiatiefnemer. De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is belast met de voorbereiding hiervan.
Voor een eerste reeks van 68 signaalgebieden die al door de bekkenbesturen werden behandeld moet ten laatste tegen eind 2013 een voorstel van verdere aanpak ter beslissing voorgelegd worden aan de Vlaamse regering, waaronder 3 signaalgebieden op het grondgebied van de stad Antwerpen.
De Vlaamse regering beslist voor elke reeks signaalgebieden over de door CIW voorgestelde aanpak en beslist over het initiatiefnemend bestuur, de timing en de eventuele opties voor nabestemming.
De voorgestelde aanpak kan zijn:
Daarbij kan ook onderscheid gemaakt worden tussen:
In een eerdere consultatieronde werden de districten betrokken. Op 4 april 2011 werd er door de Vlaamse Milieumaatschappij en het Bekkensecretariaat Benedensicheldebekken een toelichting gegeven in de raadscommissie van het district Ekeren over het signaalgebied Puihoek/Schoon Schijn. De districtsraad ging akkoord met de conclusies van de toelichting en adviseerde om het gebied te herbestemmen naar een open ruimte bestemming (jaarnummer 578). In oktober 2011 formuleerde het districtscollege van Wilrijk, na toelichting van de twee signaalgebieden, het standpunt dat bebouwing en industrie niet wenselijk zijn en dat er politiek draagvlak inzake bestemmingswijziging is (jaarnummer 4092).
Op 27 mei 2013 kreeg de afdeling Ruimte een brief (VIP14: 0012013031084) met de vraag om advies uit te brengen, zodat de CIW hiermee rekening kan houden bij het voorbereiden van de startbeslissing door de Vlaamse regering.
Gelet op de strakke timing vooropgesteld door de Vlaamse regering moet de stad Antwerpen het advies uiterlijk tegen 24 juni 2013 uitbrengen. Gelet op deze strakke timing werd dit advies niet formeel voorgelegd aan de respectievelijke districten Ekeren en Wilrijk.
1 Antwerpen (Wilrijk) Kleine Struisbeek-Kleine Doornstraat
Het aandachtsgebied heeft als hoofdbestemming ambachtelijke bedrijven en KMO’s. De geldende bestemmingen maken de ontwikkeling van (KMO-)bedrijven mogelijk. Het aandachtsgebied is gedeeltelijk gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied.
Actueel is het beschikbare gebied dat kan overstromen al beperkt in capaciteit. Dit geeft samen met de knijpfunctie van het ingekokerde gedeelte van de Kleine Struisbeek bijkomende druk op de wijk Neerland die al frequent overstroomt vanuit de rioleringen. In dit vrij verstedelijkt gebied is het vrijhouden van gebieden waar water infiltreert of geborgen wordt belangrijk om de druk niet nog verder te vergroten of voor de aanleg van actieve overstromingsgebieden met een grotere capaciteit.
Recent is met de aanleg van een verbindingsgracht langs de N106 de afwatering van het park Eden (park Neerland) in de Kleine Struisbeek tot stand gekomen. Hiermee is de vraag naar bergingscapaciteit in de Kleine Struisbeek groter. Het is dan ook belangrijk dat het signaalgebied gevrijwaard wordt van bebouwing en als overstromingsgebied bestemd wordt.
Advies stad Antwerpen:
Vermits dit gebied op het gewestplan bestemd is als KMO-zone, is de bestemming niet verenigbaar met de functie van waterberging en waterconservering. Een aanpak die verder reikt dan de twee -in deze studie- vermelde signaalgebieden is daarbij nodig, met daaraan gekoppelde herbestemmingen. De stad Antwerpen adviseert om de oplossingen te onderzoeken in het geheel van de vallei van de kleine Struisbeek en de Benedenvliet en dit zowel ten oosten als ten westen van de A12.
De stad Antwerpen verzoekt de Vlaamse regering om dit gebied te beschouwen als signaalgebied met nieuwe functionele invulling van het gebied via de toepassing van een instrumentenmix.
Advies district Wilrijk:
Eerst en vooral: de provincie Antwerpen wil dit signaalgebied ‘trekken’ en de deputatie stelt voor om hier een overstromingsgebied van te maken.
Het gewestelijk RUP is nog niet opgestart, maar toch is dit voor Wilrijk nu al een belangrijk dossier. Aangezien de provinciale dienst Integraal Waterbeleid voorziet om een retentiebekken in dit gebied aan te leggen, neemt de provincie hier mee initiatief om de waterproblematiek aan te pakken. In die zin sluit Wilrijk zich dus aan bij het provinciale initiatief en wens te benadrukken dat ruimte voor water zeer belangrijk is voor het vrijwaren van de bewoonde stukken van het Neerland.
Wilrijk sluit zich daarom ook aan bij eerdere stellingen die aangeven dat het aandachtgebied langs de Kleine Struisbeek vrijwaren nodig is om niet nog verder bergingsvolume te verliezen en geen bijkomende versnelde afvoer te creëren naar het overstromingsgebied van de Grote Struisbeek. De inrichting van het aandachtgebied als overstromingsgebied is hierbij te overwegen en verdient nader onderzoek.
2 Antwerpen (Wilrijk) Benedenvliet-Ijsselaar
Het aandachtsgebied is grotendeels gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied. Uit een modelleringsstudie van de provincie Antwerpen blijkt ook duidelijk dat van deze gebieden grote stukken overstromen.
Actueel is het overstromingsgebied te beperkt in capaciteit: reden waarom er bijvoorbeeld nog geen terugslagkleppen op de overstorten van de collector zijn geplaatst en de collector daarom op een oneigenlijke manier functioneert om een deel van het debiet van de Grote Struisbeek de A12 te laten passeren. Zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts zijn er praktisch geen locaties om bijkomende waterberging te creëren. Er is wel één locatie net stroomafwaarts de A12, maar deze kan hoogstens volstaan om het debiet van een bypass (ter ontlasting van de omgekeerd werkende overstort) en het debiet van het van de collector af te koppelen hemelwater (via RWA leidingen) te bergen. In het kader van het speerpuntgebied Benedenvliet waarvan de scenario’s nu doorgerekend worden, zal de dimensionering van deze bypass berekend worden vanuit het concreet beschikbare bergingsvolume. Omdat deze bypass louter de functie van de collector overneemt betekent dit dat het aandachtsgebied in zijn huidige bergingscapaciteit moet behouden blijven.
Op basis van elementen is het functioneel blijven van het aandachtsgebied als natuurlijk overstromingsgebied essentieel voor de waterhuishouding van de Grote Struisbeek- Benedenvliet: zowel voor het gebied stroomopwaarts, als het gebied stroomafwaarts van de A12. Het aandachtsgebied levert immers een noodzakelijke frequent benut bergingsvolume met een grote capaciteit (ca 90.000 m³). Voor het eventueel vervangen van dergelijk bergingsvolume kan in die omgeving geen alternatief worden gevonden met die capaciteit.
In zitting van 1 maart (jaarnummer 2003) heeft het college beslist een onderzoek te laten uitvoeren naar een alternatieve verbinding tussen de R11 en de A12. Deze studie is een deel van het onderzoektraject dat de stad Antwerpen heeft opgezet in voorbereiding van de plan-MER-procedure voor de aanleg van de tangenten A10 en R11 bis.
De voorlopige resultaten van dit studiewerk geven aan dat een doortrekking van de R11 bis naar de A12 ter hoogte van het tracé van de huidige R11 fysisch niet inpasbaar is, ook niet als ooit het viaduct van Wilrijk ondergronds gaat. Een mogelijk alternatief tracé is te vinden ter hoogte van de reservatiestrook voor pijpleidingen op het gewestplan. Dit alternatief valt deels binnen het aandachtsgebied. Een dergelijke verbinding kan zorgen voor een hogere robuustheid van het netwerk. De studie brengt ook de mogelijkheden voor lokale aansluitingen in beeld die tot een betere ontsluiting van de districten en gemeenten in de zuidoost-rand kunnen leiden.
In het onderzoek wordt ook nagegaan hoe een dergelijke link infrastructureel dient te worden vormgegeven en hoe deze landschappelijk kan worden ingepast. De infrastructurele ingreep kan als een kans worden gezien om de problematiek van het signaalgebied aan te pakken. De aanleg van weginfrastructuur kan immers een hefboom zijn om de natuurlijke waterloop van de Struisbeek op deze plek te herstellen.
In het onderzoek wordt verder ook een verknoping met de A12 ter hoogte van het signaalgebied uitgewerkt. Uit deze oefening blijkt dat deze verknoping een aanpak van de A12 zelf vraagt. Dit kan een aanleiding zijn om de duiker onder A12, die als knelpunt wordt aangeduid, heraan te leggen.
Advies stad Antwerpen:
Het functioneel blijven van dit gebied als overstromingsgebied is essentieel voor de waterhuishouding van de Grote Struisbeek – Benedenvliet en voor de afwatering van de omliggende bedrijvenzones, zowel stroomopwaarts langs de Kleine Doornstraat als stroomafwaarts in het Terbekehof. Een aanpak die verder reikt dan de twee -in deze studie- vermelde signaalgebieden is met andere woorden noodzakelijk. De stad Antwerpen adviseert om de oplossingen te onderzoeken in het geheel van de vallei van de kleine Srtruisbeek en de Benedenvliet en dit zowel ten oosten als ten westen van de A12.
Hoewel op basis hiervan kan voorgesteld worden om bovengrondse constructies en verharding in het gebied te vermijden, komt het gebied ook in aanmerking voor de aanleg van een verbinding tussen E19 en A12, als alternatief voor een doortrekking van R11 bis naar A12 ter hoogte van de Krijgsbaan.
De stad Antwerpen verzoekt de Vlaamse regering om dit gebied te beschouwen als een gemeentegrensoverschrijdend signaalgebied met belangrijke opportuniteit voor de Vlaamse regering inzake het creëren van een maximaal waterbergend vermogen. De stad Antwerpen verzoekt de Vlaamse regering om bij de verdere uitwerking van een maximaal infrastructuurwerk voor de retentie en buffering van dit stroomgebied, enerzijds de mogelijkheid van een verdiepte A12 en de verkeerstechnische oplossing voor een eventuele verbinding tussen E19 en A12 anderzijds mee te onderzoeken als onderdeel van een geïntegreerd project.
Advies district Wilrijk:
Het aandachtsgebied heeft op het grondgebied van Wilrijk als hoofdbestemming bedrijfszone met een overdruk als zone voor lijnvormige infrastructuur.
Door de overdruk van de reservatiestrook zijn de ontwikkelingsmogelijkheden van het aandachtsgebied beperkt. Daarnaast zal er waarschijnlijk op korte termijn gestart worden met een gewestelijk RUP waar onder meer dit aandachtsgebied wordt opgenomen. Omwille van die reden suggereert Wilrijk om sterk rekening te houden met de watergevoeligheid van het gebied.
Reeds in 2000 werd het volgende gezegd: De dimensie van de bypass moet in verhouding staan met het te bouwen bergingsvolume stroomafwaarts de A12. Zoniet zou de overstromingsproblematiek op de Kleidaallaan vergroten. Om reden dat de beschikbare ruimte daar beperkt is, is het noodzakelijk dat het volledige aandachtsgebied intact blijft. Alleen op die manier kan het overstromingsprobleem tegelijk voor zowel de Neerlandwijk als de Kleidaallaan verminderd worden.
Dit vroegere advies is vandaag nog actueel.
3 Antwerpen (Ekeren) Schoon Schijn-Zwarte Beek
Het aandachtsgebied is gelegen in reservegebieden voor woonwijken en sluit aan bij woongebied te Antwerpen (woonwijken Mariaburg en Bund) en Kapellen (Zilveren Hoek en Sterre).
Het aandachtsgebied vervult actueel een sleutelrol in de waterberging van de ruimere omgeving. Verscheidene waterlopen afkomstig uit Kapellen en Brasschaat komen in het signaalgebied samen. De vraag naar waterberging is in deze zone groot. Dit wordt onderbouwd op basis van hydrologische en hydraulische studies.
Advies stad Antwerpen:
Vermits het aandachtsgebied op het gewestplan bestemd is als reservegebied voor woonwijken, wordt voor het centrale deel van het aandachtsgebied een herbestemming naar een bestemming die verenigbaar is met de functies van waterberging en waterconservering voorgesteld.
De stad Antwerpen verzoekt de Vlaamse regering om dit gebied te beschouwen als een gemeentegrensoverschrijdend signaalgebied met nieuwe functionele invulling van het gebied via het toepassen van een instrumentenmix.
Advies district Ekeren:
De districtsraad gaat akkoord met de conclusies van de toetsing voor het signaalgebied Puihoek (Schoon Schijn – Zwarte Beek, Antwerpen/Kapellen) om het gebied te herbestemmen naar een bestemming die verenigbaar is met de functies van waterberging en waterconservering vanwege de watergevoeligheid. Dit advies ligt in de lijn van het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen Ontwerpen (definitief vastsgesteld door de gemeenteraad op 18 september 2006 (jaarnummer 1779) en goedgekeurd door de deputatie van de provincie op 21 december 2006).
Als gevolg van deze conclusie adviseert de districtsraad aan het stadsbestuur tot de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan om het gebied Puihoek te herbestemmen naar een bouwvrij open ruimte-gebied.
De districtsraad adviseert om bij de verdere adviesronde zowel de gemeente Kapellen als de polderbesturen (Muisbroek) te betrekken.
1 Europese richtlijn
In uitvoering van de Europese overstromingsrichtlijn (ORL) van 23 oktober 2007 (RL 2007/60/EG) moeten de lidstaten overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten opstellen. De overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten zijn erop gericht het publiek en de (lokale) besturen inzicht te bieden in de aard en omvang van de risico’s, ook als grondslag voor de aanpak voor het beheer van het risico. In Vlaanderen werd deze richtlijn omgezet via het Decreet Integraal Waterbeleid.
De overstromingsrisicobeheerplannen zullen integraal deel uitmaken van de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen (2015-2021 - vaststelling Vlaamse Regering tegen uiterlijk 22 december 2015). De kaarten dienen uiterlijk op 22 december 2013 voltooid te zijn (art 8 RL) en ten laatste 3 maanden later - 22 maart 2014 - dient over de kaarten te worden gerapporteerd aan de Europese Commissie (artikel 15 RL).
2 Besluit Vlaamse regering
Bij de goedkeuring van het groenboek "Vlaanderen in 2050. Mensenmaat in een metropool? – Beleidsplan van Vlaanderen" (VR 2012 0405 DOC.0416/1), goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 4 mei 2012, is de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, gelast de volgende korte-termijn-actie in samenwerking met de bevoegde Vlaamse ministers op te starten:
De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is gelast om in de loop van 2013 de eerste reeks signaalgebieden ter beslissing aan de Vlaamse Regering voor te leggen en een tweede reeks in de eerste helft van 2014.
3 Instrumenten
Het bestaande en verder te ontwikkelen instrumentarium voor het vrijwaren van het waterbergend vermogen in een harde bestemming omvat:
Het districtscollege Ekeren neemt kennis van het volgende besluit.
Het districtscollege neemt kennis van het verzoek aan de Vlaamse regering om voor de signaalgebieden op het grondgebied van de stad Antwerpen een actief beleid te voeren met daaraan gekoppeld de noodzakelijke mix van actieve instrumenten.
Het districtscollege neemt kennis van de beslissing van het college om advies uit te brengen over het gebied Schoon Schijn-Zwarte Beek (Ekeren) in het kader van de korte termijnactie signaalgebieden van het groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.