Geen financiële gevolgen voor de stad Antwerpen.
Artikel 57 § 3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten
| Fase | Bestuursorgaan | Datum | Jaarnummer |
| GAC/2012/1221. selectieleidraad en procedure. Goedkeuring | college | 16 mei 2012 | 5008 |
| GAC/2012/1221. selectie kandidaten. Goedkeuring | college | 13 juli 2012 | 7355 |
Voor de aanstelling van een concessionaris Red Star Line-merchandising, publicaties en uitbater museumshop werd het bestek GAC/2012/1221 uitgeschreven. Op 24 augustus 2012 ontving de gemeenschappelijke aankoopcentrale een offerte voor perceel 1 van de firma BAI BVBA, Prins Boudewijnlaan 21D te 2550 Kontich met ondernemingsnummer 0478336787. Voor perceel 2 werd geen offerte ingediend.
Inzake de kwalitatieve selectie werd de inschrijver geschikt bevonden.
De offerte werd door de gemeenschappelijke aankoopcentrale administratief nagezien en werd formeel regelmatig bevonden.
Motivering niet gunning perceel 1 en stopzetting perceel 2
De onderhandeling met BAI leidde tot het inzicht dat de visies tussen de aanbestedende overheid en BAI aangaande de invulling van de opdracht voor perceel 1, zijnde de licentieovereenkomst in verband met het merk Red Star Line, uiteen liepen.
Enerzijds wenst BAI de exclusiviteit op de rechten van het merk "Red Star Line" binnen de productenlijst uit de klasse 16 (papierwaren) uit te breiden tot niet-commerciële producten, met name niet-commercieel drukwerk. In het bestek GAC/2012/1221 is er echter duidelijk sprake over het aanleveren van commerciële producten binnen de klasse 16. De aanbestedende overheid heeft dus van bij aanvang van de procedure duidelijk te kennen gegeven dat niet-commerciële producten geen deel uitmaakten van de licentieovereenkomst. Op dat vlak vertoont de offerte dan ook een materiële onregelmatigheid.
Anderzijds leidt de aanbestedende overheid af uit de opmerkingen die BAI heeft gemaakt omtrent de ontwerp-licentieovereenkomst, dat BAI tevens autonoom wenst te beslissen wat wel en niet wordt geproduceerd.
Dit kan betekenen dat de merkcontrole door de stad als licentiegever, net als de werking van het museum zelf, in het gedrang komen. Dit wenst de aanbestedende overheid te allen tijde te voorkomen.
Bovendien is gebleken dat de gunning niet het verhoopte financiële resultaat heeft opgeleverd. Het hoogste bod van de kandidaat-licentienemer bedraagt 10.000 euro (excl. btw) per jaar. Dit bod is niet in verhouding tot de eis van de bieder voor een erg verregaande exclusiviteit op het gebruik van het merk.
Samenvattend kan gesteld worden dat de gunning van een exclusieve merklicentie onder de huidige voorwaarden niet werkbaar is. De aanbestedende overheid gaat daarom over tot een niet-gunning van bovenvermelde opdracht.
De ontwikkeling van merchandising en publicaties voor het Red Star Line Museum zal volgens dezelfde werkwijze gebeuren als voor de andere stedelijke museumshops (met uitzondering van de MAS-shop): per product(categorie) wordt door middel van een marktbevraging een leverancier gezocht die de betreffende producten in consignatie levert, zonder een exclusief licentierecht.
Deze werkwijze biedt in de gegeven omstandigheden de beste garanties voor de kwalitatieve en tijdige uitbouw van de museumshop van het Red Star Line Museum tegen de opening ervan. Musea en Erfgoed Antwerpen deed de voorbije jaren ervaring in de uitbouw van museumshops op en de omzet van de andere museumshops die in eigen beheer worden uitgebaat is aanzienlijk gegroeid. Na een proefperiode en duidelijkheid over zowel aantal bezoekers als het exact functioneren van de shop in de ruimte van RSL2 kan de stad overwegen alsnog op zoek te gaan naar een concessionaris of andere vormen van samenwerking met externen verder uitbouwen.
Voor perceel 2 diende zich geen kandidaat aan. De museumshop zelf zal in eigen beheer genomen worden, binnen het voorziene personeelskader.
DEEL I: GUNNINGSWIJZE
In toepassing van artikel 17, paragraaf 1 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten, geschiedt de overheidsopdracht bij onderhandelingsprocedure wanneer de aanbestedende overheid meerdere aannemers van haar keuze raadpleegt en over de voorwaarden van de opdracht onderhandelt met één of meer van hen.
DEEL II: KWALITATIEVE SELECTIE
In toepassing van artikel 68 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996, kiest de aanbestedende overheid uit die dienstverleners die aan de in artikelen 69 tot 73ter van hetzelfde besluit gestelde kwalificaties voldoen de gegadigden die ze uitnodigt een offerte in te dienen.
DEEL IV: SPECIFIEKE BEPALINGEN
In toepassing van artikel 18 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten, houdt het volgen van de procedure via onderhandelingen geen verplichting in tot het toewijzen van de opdracht. De aanbestedende overheid kan zowel afzien van het gunnen van de opdracht als de procedure herbeginnen, desnoods op een andere wijze.
Wanneer de opdracht verschillende percelen betreft, heeft de aanbestedende overheid het recht er slechts enkele toe te wijzen en eventueel te besluiten de andere op te nemen in één of meer nieuwe opdrachten die desnoods op een andere wijze zullen worden gegund, op voorwaarde dat zij zich dit recht uitdrukkelijk heeft voorbehouden in het bestek of de als zodanig geldende stukken.
Het college keurt de niet-gunning goed voor het dossier concessionaris Red Star Line-merchandising, publicaties en uitbater museumshop, op basis van bestek GAC/2012/1221 perceel 1.
Het college keurt de stopzetting goed voor het dossier concessionaris Red Star Line-merchandising, publicaties en uitbater museumshop, op basis van bestek GAC/201/1221 perceel 2.