Terug

2013_CBS_02003 - Onderzoek R11bis - Deelopdracht onderzoek verknoping met E19 en A12. Gunning - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 01/03/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_02003 - Onderzoek R11bis - Deelopdracht onderzoek verknoping met E19 en A12. Gunning - Goedkeuring 2013_CBS_02003 - Onderzoek R11bis - Deelopdracht onderzoek verknoping met E19 en A12. Gunning - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiƫle opmerkingen

Deze nieuwe deelopdracht zal verrekend worden op de reeds vastgelegde middelen.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten

Aanleiding en context

Met de goedkeuring van het Masterplan 2020 eind september 2010 koos de Vlaamse overheid er onder meer voor om een ondertunnelde verbinding te realiseren onder de huidige R11, tussen het knooppunt Wommelgem en de E19 Zuid. Ook de aanleg van de A102, waarvoor op het gewestplan Antwerpen reeds een reserveringsstrook werd aangeduid, is een bijkomend project binnen het Masterplan 2020.

Deze beide projecten worden verder uitgewerkt door het Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen (AWV) in een streefbeeldstudie R11-R11bis. De gouverneur is door de Vlaamse regering aangeduid als procesbegeleider voor de onderlinge afstemming en communicatie van de verschillende plannen in de oostzijde van de Antwerpse regio (Poort Oost). Het gaat hier over de afstemming van en communicatie rond de Tweede Spoorontsluiting Zeehaven van Antwerpen, de E34/E313 tussen Antwerpen-Oost en de verkeerswisselaar te Ranst, het bedrijventerrein Wommelgem/Ranst ENA en gerelateerde plannen (A102, R11, Oosterweelverbinding, LIVAN, Oude Landen).

Met betrekking tot A102 en R11 heeft de stad Antwerpen haar visie op de rol en het functioneren van de R11 en de R11bis in het ruimere wegennetwerk bepaald, alvorens de streefbeeldstudie werd aangevat. Deze visie werd opgenomen in de collegiale brief aan de provinciegouverneur goedgekeurd in collegezitting van 28 januari 2011 (jaarnummer 782).

In het najaar van 2011 presenteerde de Vlaamse overheid de eerste resultaten van de streefbeeldstudie R11-R11bis aan de betrokken gemeenten en steden. De stad Antwerpen maakte naar aanleiding van dit ontwerpstreefbeeld een advies over aan de provinciegouverneur (collegebesluit van 21 oktober 2011, jaarnummer 15144).

Na dit advies heeft de stad Antwerpen een intern onderzoekstraject opgezet om de resultaten van de streefbeeldstudie nader te bekijken. Op die manier is het stadsbestuur voorbereid om een onderbouwd advies te formuleren in functie van de plan-MER-procedure voor de aanleg van R11bis-A102 die in 2013 zal worden opgestart en de werkgroepen die in het kader van het proces Poort Oost zullen worden heropgestart. Doelstelling van dit traject is om de mogelijkheden van een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet en strategisch gelokaliseerde aansluitingen op de R11bis-A102 in beeld te brengen.

Binnen dit traject werden reeds enkele deelonderzoeken uitgevoerd:

  1. knoop Wilrijk en aansluitingscomplexen door Witteveen+Bos Belgium NV (collegebesluit van 13 april 2012, jaarnummer 3818);
  2. locatiestudie aansluitingscomplex A102 door Grontmij NV (collegebesluit van 7 september 2012, jaarnummer 9403);
  3. ontwerpend onderzoek knoop Wilrijk (R11bis - E19) door Grontmij NV (collegebesluit van 27 april 2012, jaarnummer 4342).

Om tot een onderbouwde netwerkvisie te komen en om sluipverkeer doorheen Wilrijk van A12/N177 richting R11bis te voorkomen, is echter nog bijkomend onderzoek noodzakelijk naar de mogelijkheid van een verknoping van de R11bis met de A12.

Argumentatie

De R11bis en A102 vervolledigen het hoofdwegennet in de Antwerpse regio. Een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet en strategisch gelokaliseerde aansluitingen op beide wegen zijn dan ook belangrijke aandachtspunten om de potentiële rol van de R11bis en A102 te realiseren.

Volgende elementen werden in de streefbeeldstudie R11-R11bis onvoldoende onderzocht:

  • de ondergrondse doortrekking van de A102 naar de knoop A12/E19 in het noorden en de bundeling met het ondergrondse tracé van de tweede spoorontsluiting;
  • de mogelijke modaliteiten in het knooppunt E19/R11bis;
  • de doortrekking van de R11bis naar de A12 in het zuiden;
  • locatie, functioneren, ruimtelijke en technische haalbaarheid van aansluitingen tussen de hoofdwegen en het lokaal wegennet (onder andere voor de districten extra muros en de randgemeenten).

Het in de streefbeeldstudie uitgewerkte voorstel voor het complex E19-R11bis te Wilrijk faciliteert enkel de beweging tussen de R11bis kant Mortsel en de E19 kant Brussel. De mogelijkheid voor een volledige verknoping werd onvoldoende onderzocht. Bovendien heeft de ontworpen knoop een aantal nadelen in het kader van de verkeersveiligheid (intense weefbewegingen) en de ruimtelijke inpassing (extra hinder voor de omwonenden ten noorden van de R11). Er werd ook niet onderzocht of de R11bis kan doorgetrokken worden tot de A12.

Uit de verschillende deelonderzoeken die de stad Antwerpen reeds liet uitvoeren, zijn reeds een aantal conclusies te trekken die in het verdere planproces rond de A102-R11bis dienen meegenomen te worden. Zo blijkt een volledige verknoping tussen E19 en R11bis mogelijk op verkeerstechnisch en ruimtelijk vlak. De vraag naar het doortrekken van de R11bis naar de A12 en/of een alternatief voor deze verbinding is echter nog niet beantwoord.

De dienst stadsontwikkeling/ruimte & mobiliteit legt momenteel in nauwe samenwerking met ontwerpend onderzoek, stadsbouwmeester en stadsplanning de resultaten van de verschillende deelonderzoeken samen om tot een onderbouwde visie te komen voor de inpassing van een volledige oostelijke tangent in het netwerk van hoofdwegen, afgestemd met het lokaal wegennet en het openbaar vervoerssysteem. Hieruit blijkt onder meer dat een doortrekking van de R11bis naar de A12 ter hoogte van het tracé van de huidige R11 fysisch niet inpasbaar is, ook niet als ooit het viaduct van Wilrijk ondergronds zou gaan.

Met dit onderzoek wil de stad Antwerpen antwoord op volgende onderzoeksvragen:

  • In eerste instantie dient onderzocht te worden of een alternatieve verbinding mogelijk is tussen de A12 en de R11bis die een optimalisering van het hoofdwegennet kan betekenen. Bijkomend dient onderzocht te worden of de aansluitingen met het lokaal wegennet in combinatie met dit alternatief verbeterd kunnen worden. Het studiebureau dient de inplanting van deze alternatieve verbinding tussen de A12 en de R11bis in de bestaande landschappelijke en planologische context te onderzoeken en de verknopingen zowel met de A12 als met de R11bis en/of E19 technisch uit te werken;
  • Daarnaast vragen we ook om de aansluitingen op het lokale wegennet van deze verbinding richting het (zuid)oosten schematisch te onderzoeken, met een analyse van de potentiële aansluitingspunten (op N173, N171, N1, Lintsesteenweg, ...);
  • In het hogervermelde deelonderzoek 3 werd een alternatief tracé voor de R11bis voorgesteld, namelijk een (geboorde) tunnel ter hoogte van Mortsel. Vanuit dat inzicht vragen we tenslotte om de interactie te onderzoeken tussen dit voorgestelde tracé en de oplossing voor de alternatieve verbinding tussen de A12 en de R11bis en de potentiële aansluitingspunten op het lokale wegennet.

De dienst stadsontwikkeling/ruimte & mobiliteit heeft hiervoor een offerte aangevraagd bij Grontmij NV. De studie kan op korte termijn worden afgerond (+/- één maand na aanvang van de opdracht).

Juridische grond

De volgende bepalingen zijn van toepassing op deze aanneming:

  • de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten van werken, leveringen en diensten (Belgisch Staatsblad 22 januari 1994) aangevuld met "errata" (Belgisch Staatsblad 25 februari 1997) en latere wijzigingen en aanvullingen;
  • het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aannemingen, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken (Belgisch Staatsblad 26 januari 1996) aangevuld met "errata" (Belgisch Staatsblad 25 februari 1997) en latere wijzigingen en aanvullingen;
  • het Koninklijk Besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken en de bijlage tot vaststelling van de algemene aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken (Belgisch Staatsblad 18 oktober 1996) en latere wijzigingen en aanvullingen.

Het college keurde op 2 december 2011 (jaarnummer 16026) de gunning goed van 'bijstand mobiliteitsstudies' op basis van GAC/2011/583 aan Grontmij NV.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de gunning goed van het bijkomend onderzoek naar een alternatieve verbinding tussen de R11bis en de A12 en de potentiële aansluitingspunten op het lokale wegennet aan Grontmij nv, Kunstlaan 3-4, 1210 Brussel (NBE 0405647664) in het kader van het raamcontract GAC/2011/583.

Artikel 2

De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon

Onderzoek verbinding R11bis – E19 – A12

Grontmij NV
Kunstlaan 3-4
1210 Brussel
NBE0405647664
BE97220072082049

 29.494,06 EUR (inclusief BTW) budgetplaats: 5152000000
budgetpositie: 613
functiegebied: SDSW060102A00000
subsidie: SUB_NR
fonds: INTERN
begrotingsprogramma: 510030290
budgetperiode: 1300
 4005044729

Bijlagen

  • CB20130301_Onderzoek_R11bis_Verknoping_E19A12_Bijlage_01.pdf