Deze nieuwe deelopdracht zal verrekend worden op de reeds vastgelegde middelen.
Artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten
Met de goedkeuring van het Masterplan 2020 eind september 2010 koos de Vlaamse overheid er onder meer voor om een ondertunnelde verbinding te realiseren onder de huidige R11, tussen het knooppunt Wommelgem en de E19 Zuid. Ook de aanleg van de A102, waarvoor op het gewestplan Antwerpen reeds een reserveringsstrook werd aangeduid, is een bijkomend project binnen het Masterplan 2020.
Deze beide projecten worden verder uitgewerkt door het Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen (AWV) in een streefbeeldstudie R11-R11bis. De gouverneur is door de Vlaamse regering aangeduid als procesbegeleider voor de onderlinge afstemming en communicatie van de verschillende plannen in de oostzijde van de Antwerpse regio (Poort Oost). Het gaat hier over de afstemming van en communicatie rond de Tweede Spoorontsluiting Zeehaven van Antwerpen, de E34/E313 tussen Antwerpen-Oost en de verkeerswisselaar te Ranst, het bedrijventerrein Wommelgem/Ranst ENA en gerelateerde plannen (A102, R11, Oosterweelverbinding, LIVAN, Oude Landen).
Met betrekking tot A102 en R11 heeft de stad Antwerpen haar visie op de rol en het functioneren van de R11 en de R11bis in het ruimere wegennetwerk bepaald, alvorens de streefbeeldstudie werd aangevat. Deze visie werd opgenomen in de collegiale brief aan de provinciegouverneur goedgekeurd in collegezitting van 28 januari 2011 (jaarnummer 782).
In het najaar van 2011 presenteerde de Vlaamse overheid de eerste resultaten van de streefbeeldstudie R11-R11bis aan de betrokken gemeenten en steden. De stad Antwerpen maakte naar aanleiding van dit ontwerpstreefbeeld een advies over aan de provinciegouverneur (collegebesluit van 21 oktober 2011, jaarnummer 15144).
Na dit advies heeft de stad Antwerpen een intern onderzoekstraject opgezet om de resultaten van de streefbeeldstudie nader te bekijken. Op die manier is het stadsbestuur voorbereid om een onderbouwd advies te formuleren in functie van de plan-MER-procedure voor de aanleg van R11bis-A102 die in 2013 zal worden opgestart en de werkgroepen die in het kader van het proces Poort Oost zullen worden heropgestart. Doelstelling van dit traject is om de mogelijkheden van een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet en strategisch gelokaliseerde aansluitingen op de R11bis-A102 in beeld te brengen.
Binnen dit traject werden reeds enkele deelonderzoeken uitgevoerd:
Om tot een onderbouwde netwerkvisie te komen en om sluipverkeer doorheen Wilrijk van A12/N177 richting R11bis te voorkomen, is echter nog bijkomend onderzoek noodzakelijk naar de mogelijkheid van een verknoping van de R11bis met de A12.
De R11bis en A102 vervolledigen het hoofdwegennet in de Antwerpse regio. Een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet en strategisch gelokaliseerde aansluitingen op beide wegen zijn dan ook belangrijke aandachtspunten om de potentiële rol van de R11bis en A102 te realiseren.
Volgende elementen werden in de streefbeeldstudie R11-R11bis onvoldoende onderzocht:
Het in de streefbeeldstudie uitgewerkte voorstel voor het complex E19-R11bis te Wilrijk faciliteert enkel de beweging tussen de R11bis kant Mortsel en de E19 kant Brussel. De mogelijkheid voor een volledige verknoping werd onvoldoende onderzocht. Bovendien heeft de ontworpen knoop een aantal nadelen in het kader van de verkeersveiligheid (intense weefbewegingen) en de ruimtelijke inpassing (extra hinder voor de omwonenden ten noorden van de R11). Er werd ook niet onderzocht of de R11bis kan doorgetrokken worden tot de A12.
Uit de verschillende deelonderzoeken die de stad Antwerpen reeds liet uitvoeren, zijn reeds een aantal conclusies te trekken die in het verdere planproces rond de A102-R11bis dienen meegenomen te worden. Zo blijkt een volledige verknoping tussen E19 en R11bis mogelijk op verkeerstechnisch en ruimtelijk vlak. De vraag naar het doortrekken van de R11bis naar de A12 en/of een alternatief voor deze verbinding is echter nog niet beantwoord.
De dienst stadsontwikkeling/ruimte & mobiliteit legt momenteel in nauwe samenwerking met ontwerpend onderzoek, stadsbouwmeester en stadsplanning de resultaten van de verschillende deelonderzoeken samen om tot een onderbouwde visie te komen voor de inpassing van een volledige oostelijke tangent in het netwerk van hoofdwegen, afgestemd met het lokaal wegennet en het openbaar vervoerssysteem. Hieruit blijkt onder meer dat een doortrekking van de R11bis naar de A12 ter hoogte van het tracé van de huidige R11 fysisch niet inpasbaar is, ook niet als ooit het viaduct van Wilrijk ondergronds zou gaan.
Met dit onderzoek wil de stad Antwerpen antwoord op volgende onderzoeksvragen:
De dienst stadsontwikkeling/ruimte & mobiliteit heeft hiervoor een offerte aangevraagd bij Grontmij NV. De studie kan op korte termijn worden afgerond (+/- één maand na aanvang van de opdracht).
De volgende bepalingen zijn van toepassing op deze aanneming:
Het college keurde op 2 december 2011 (jaarnummer 16026) de gunning goed van 'bijstand mobiliteitsstudies' op basis van GAC/2011/583 aan Grontmij NV.
Het college keurt de gunning goed van het bijkomend onderzoek naar een alternatieve verbinding tussen de R11bis en de A12 en de potentiële aansluitingspunten op het lokale wegennet aan Grontmij nv, Kunstlaan 3-4, 1210 Brussel (NBE 0405647664) in het kader van het raamcontract GAC/2011/583.
De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
|
Onderzoek verbinding R11bis – E19 – A12 Grontmij NV |
29.494,06 EUR (inclusief BTW) | budgetplaats: 5152000000 budgetpositie: 613 functiegebied: SDSW060102A00000 subsidie: SUB_NR fonds: INTERN begrotingsprogramma: 510030290 budgetperiode: 1300 |
4005044729 |