Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Liesbeth Homans, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Ludo Van Campenhout, schepen;
Serge Muyters, waarnemend korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_01800 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Peugeot Distributie Service nv, Boomsesteenweg 801-803, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/664/PV - Goedkeuring
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanleiding en context
Aanvrager: Peugeot Distributie Service nv - Jacques Georginlaan 15 - 1030 Schaarbeek. De aanvraag omvat een garage met showroom en werkplaats.
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Peugeot Distributie Service nv, Jacques Georginlaan 15-19, 1030 Brussel, om op de percelen gelegen Boomsesteenweg 801-803, 2610 Wilrijk-Antwerpen, een garage met showroom en werkplaats te exploiteren.
Artikel 2
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
1. Algemene voorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden - algemeen
|
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
|
|
algemene milieuvoorwaarden - geluid
|
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
|
|
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater
|
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4.
|
2. Sectorale voorwaarden:
|
bedrijfsafvalwaters
|
afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2, sector 59. car- en truckwashbedrijven;
|
|
bedekkingsmiddelen (verven, vernissen, inkten, emails, metaalpoeders en analoge producten, afbijt en beitsmiddelen), kleurstoffen en pigmenten - algemene bepalingen
|
afdeling 5.4.1;
|
|
bedekkingsmiddelen (verven, vernissen, inkten, emails, metaalpoeders en analoge producten, afbijt en beitsmiddelen), kleurstoffen en pigmenten - aanbrengen van bedekkingsmiddelen
|
afdeling 5.4.3;
|
|
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen
|
hoofdstuk 5.15;
|
|
gassen - gemeenschappelijke bepalingen
|
afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;
|
|
gassen - koelinrichtingen / compressoren
|
afdeling 5.16.3;
|
|
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders
|
afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;
|
|
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders
|
afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;
|
|
metalen
|
hoofdstuk 5.29;
|
|
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures
|
afdeling 5.43.1 + 5.43.4;
|
|
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW)
|
subafdeling 5.43.2.3.
|
Artikel 3
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:
1. Bijzondere voorwaarden:
- de exploitant krijgt toestemming af te wijken van artikel 5.15.0.7 dat de aanleg van een afwatering en aansluiting op een bezinkput en koolwaterstofafscheider oplegt. De afwijking wordt enkel toegestaan als vanop de stalplaats geen enkele lozing van vloeistoffen in de (interne of openbare) riolering mogelijk is;
- in afwijking op artikel 5.15.0.6 mag de exploitant acht zondagen per jaar geopend zijn. De openingsdagen vallen in de periodes maart/april en oktober/november en dienen uitsluitend voor het omwisselen van winter- en zomerbanden;
- bij de start van de exploitatie of van zodra de exploitant een volledig beeld heeft van de activiteiten, toestellen, installaties en milieueffecten die de exploitatie omvatten, wordt een wijziging van de milieuvergunning aangevraagd, zodat deze een weergave is van de werkelijke situatie. In deze aanvraag wordt aangegeven op welke wijze de exploitant voldoet aan de Best Beschikbare Technieken;
- een stedenbouwkundige vergunning dient bekomen te worden.
2. Brandweervoorwaarden:
- Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;
- Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn;
- Een snelblustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 – dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine;
- Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Artikel 4
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 1 maart 2013 en eindigt op 1 maart 2033.
Artikel 5
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.