In januari 2013 lanceerde Vlaams minister van steden Freya Van den Bossche de (inmiddels) 7de oproep Stadsvernieuwing. Op 31 januari 2013 organiseerde het Team Stedenbeleid van de Vlaamse overheid een infosessie waarop de nieuwe oproep en bijkomende accenten werden toegelicht door de jury Stadsvernieuwing.
De stadsvernieuwingsoproep beoogt projectvoorstellen waarbij Vlaamse steden in hun stadsontwikkeling opteren voor een ingrijpende en duurzame vernieuwing van de stedelijke gebouwde ruimte, met aandacht voor publiek-private samenwerking, samenlevingsopbouw, participatie/coproductie, en een realistische inschatting van haalbaarheid (uitvoerbaarheid en timing).
Net zoals bij de vorige oproepen kunnen er voorstellen worden ingediend voor projectsubsidies en conceptsubsidies. De projectsubsidie betreft een financiële bijdrage in de realisatie van projecten (een investeringssubsidie van maximum 5.000.000,00 EUR), terwijl de conceptsubsidie (maximum 60.000,00 EUR) bedoeld is voor de verdere begeleiding van projecten die in de conceptfase zitten (en dus nog niet voldoende rijp zijn voor een projectsubsidie). In het verleden heeft de stad Antwerpen reeds verscheidene malen kunnen genieten van projectsubsidies (MAS-Museumplein, Falconplein-Zeemanshuis, Militair Hospitaal, IGLO Linkeroever, ’t Eilandje, Scheldekaaien) en conceptsubsidies (Nieuw Zurenborg, Masterplan Luchtbal, Stationsomgeving Berchem, Nieuw Zuid, Parkloods).
De deadline voor indiening van aanvraagdossiers is vastgelegd op 29 maart 2013. Een multidisciplinaire jury zal de ingediende voorstellen voor projectsubsidies beoordelen op basis van volgende criteria:
Uitsluitingscriteria:
Kwaliteitscriteria:
Wat de conceptsubsidies betreft, ligt de nadruk op het concipiëren van een mogelijk project, en zal de jury overeenkomstig letten op de inzet van de conceptstudie (met aandacht voor diagnose/visie, verwachtingen en vernieuwend karakter), de onderzoeksvragen (met aandacht voor meerwaarde, betrokkenheid van de Vlaamse overheid en impulskarakter) en de realiseerbaarheid (met aandacht voor projectorganisatie en het verloop van de conceptstudie).
In aanvulling op deze criteria legt de jury Stadsvernieuwing een aantal bijkomende accenten. De jury maakt immers de balans op van 10 jaar Stadsvernieuwing (2002-2012), en wil de beschikbare subsidies nog meer dan in het verleden inzetten op innoverende projecten. Het gaat hier om projecten die enig risico inhouden en leereffecten genereren voor de Vlaamse centrumsteden. De nadruk wordt in hoofdzaak gelegd op:
Deze accenten werden opgenomen in de nieuwe sjablonen voor aanvraagdossiers, die sinds begin februari 2013 online te vinden zijn op de website van Thuis in de Stad.
AG VESPA (Afdeling Fondsen) ondersteunt en begeleidt de indiening van voorstellen. Hiertoe verzond AG VESPA op 9 januari 2013 een schrijven aan de leden van het managementteam, stadsbouwmeester, OCMW en relevante dochters, met de vraag om tegen 8 februari 2013 mogelijke voorstellen te formuleren. Het college nam tijdens de zitting van 18 januari 2013 (jaarnummer 281) kennis van de oproep en de indieningsprocedure.
AG VESPA ontving in totaal 11 voorstellen (4 voorstellen tot projectsubsidie en 7 voorstellen tot conceptsubsidie), die werden toegestuurd vanuit bedrijfseenheid stadsontwikkeling, OCMW, AG Stadsplanning, AG VESPA en het district Borgerhout. Deze voorstellen werden uiteengezet in beknopte projectfiches. Op basis van de informatie in deze fiches werden de verschillende voorstellen door AG VESPA getoetst aan de hierboven vermelde criteria en bijkomende accenten. Ook werd de stadsbouwmeester om advies gevraagd, in het bijzonder op vlak van ruimtelijke kwaliteit en ontwerp.
Het college wordt nu gevraagd te beslissen welke voorstellen ingediend worden bij de Vlaamse overheid. De geselecteerde voorstellen moeten vervolgens uitgeschreven worden in een volledig aanvraagdossier. De sjablonen zijn sinds begin februari te vinden op de website van Thuis in de Stad, en worden door AG VESPA toegestuurd aan de relevante contactpersonen. De uiteindelijke indiening van de dossiers dient te gebeuren tegen de deadline van 29 maart 2013. Voordien moeten deze dossiers namens het college ondertekend worden door de burgemeester en de stadssecretaris.
Op basis van een toetsing aan de beoordelingscriteria en bijkomende accenten, en het advies van de stadsbouwmeester, wordt voorgesteld om volgende voorstellen te weerhouden voor een aanvraag tot projectsubsidie:
Kop Spoor Noord als schakel tussen wijken en programma's
Het programma van Kop Spoor Noord betreft een multifunctionele ontwikkeling met een totaalkarakter. De nieuwe functies op de Kop van Park Spoor Noord (kindercampus, nieuwe woningen, hogeschoolcampus, centrumziekenhuis en zorgboulevard met commerciële ruimtes) vertonen een sterke relatie met de (functies in de) omgeving en versterken elkaar. Bovendien vindt deze stadsvernieuwing plaats op een strategische ligging: de verbinding tussen Antwerpen Noord (Stuivenberg, Seefhoek), Damwijk en de Cadixwijk op het Eilandje. Het projectvoorstel sluit aan bij de nieuwe accenten die de jury Stadsvernieuwing legt: economische duurzaamheid (creëren van economische meerwaarde), sociale duurzaamheid (sociale opgang van omliggende buurten), en ecologische duurzaamheid (open ruimte voorzien in deze ontwikkeling, stimuleren van multimodaal transport door de bouw van een fiets- en voetgangerstunnel, de realisatie van de Parkbrug, en de inpassing in de bovenlokale infastructuurprojecten Brabo II en de heraanleg van de Noorderlaan tot stadsboulevard). Aandachtspunten bij de verdere uitwerking van het aanvraagdossier zijn: verduidelijking van het afgelegde participatietraject (specifiek met betrekking tot de Kop), precisering van het totaalbudget (in het bijzonder het publieke aandeel) en de gevraagde subsidie (inclusief de timing van de inzet van de subsidie), en precisering van de regierol van de stad en in het bijzonder AG Stadsplanning.
De stadsbouwmeester wijst erop dat de aanleg van het openbaar domein op de Kop met dezelfde zin voor ruimtelijke kwaliteit moet gebeuren als het meermaals bekroonde Park Spoor Noord. Aldus is de relevantie van de voorgestelde ruimtelijke ingrepen in de aanvraag vanzelfsprekend. Naast de eerder 'reguliere' onderdelen van de aanleg (parkhelling, dwarse straten, dokrand Kempisch dok) springt het realiseren van de onderdoorgang onder het Hardenvoortviaduct eruit. Deze onderdoorgang betekent een missing link in het netwerk van verbindingen door de Kop van Spoor Noord en is daarom van bijzonder belang. De subsidie voor deze ondertunneling is prioritair aangewezen en dit moet in de aanvraag beter tot uitdrukking komen.
REGATTA - gemeenschapsvoorzieningen in een nieuwe wijk
Regatta is een antwoord op de uitdaging van demografische groei: investeren in een nieuwe woonwijk met bijhorende gemeenschapsvoorzieningen (scholen, sport en ontspanning, kinderopvang, en publieke ruimte en groen). De jury Stadsvernieuwing schuift deze uitdaging naar voren als één van de prioriteiten voor de huidige oproep. Gelinkt aan deze uitdaging is het meervoudig gebruik van beperkt beschikbare ruimte. Ook hierop wil Regatta inzetten, op basis van het concept 'brede school', waarbij infrastructuur (in het bijzonder sport- en speelinfrastructuur) op multifunctionele wijze en door verschillende doelgroepen gebruikt wordt. Ten slotte beantwoordt Regatta ook aan de duurzaamheidsvereisten van de stadsvernieuwingsoproep: voor de volledige zone geldt een globale duurzaamheidsvisie, en in het licht daarvan zal de subsidie ook aangewend worden voor overkoepelde duurzaamheidsmaatregelen en passiefbouw van de schoolinfrastructuur. Aangezien Regatta reeds werd ingediend (maar niet weerhouden) ten tijde van de oproep 2010, is het van cruciaal belang rekening te houden met de toenmalige opmerkingen en bekommernissen van de jury Stadsvernieuwing. Om die reden moet het aanvraagdossier uitgeschreven worden in functie van de vernieuwende elementen die hierboven opgesomd werden.
Ook de stadsbouwmeester beaamt dit: het project opgezet voor de voorzieningencluster aan de Regatta-wijk kan een uitmuntend voorbeeld worden om verschillende doelgroepen te mengen en het bijhorende ruimtegebruik te delen. De aanvraag beantwoordt zo aan de doelstelling van het Stedenbeleid om door meervoudig ruimtegebruik in te spelen op de vraag naar nieuwe ontwikkelingen gezien de komende stadsgroei. Het gemengd en/of gedeeld ruimtegebruik is cruciaal in het project om het innnovatieve karakter van de aanvraag te staven. De aanvraag moet kunnen garanderen dat dit niet vermindert of verloren gaat bij de uitwerking van het project, en moet dit als innovatief element meer uitspelen.
IJzerlaan
Dit projectvoorstel omvat drie deelprojecten of -gebieden (vastgoedontwikkeling op de noordelijke aanloophelling van de IJzerlaanbrug, realisatie fietsbrug IJzerlaan, en heraanleg en realisatie afwateringskanaal Lobroekdok in IJzerlaan) die kaderen binnen de grotere gebiedsontwikkeling Singel Noord. Infastructuurwerken in dit gebied (verbreding Albertkanaal, Oosterweelverbinding) vormen de aanleiding voor verandering, in het bijzonder in en langs de IJzerlaan. Deze veranderingen creëren tegelijk unieke mogelijkheden (in het bijzonder de fietsbrug en het afwateringskanaal) voor stadsvernieuwing in de IJzerlaan en de omliggende wijken. Met de subsidie van de oproep Stadsvernieuwing kan geopteerd worden voor een duurdere variant voor de noodzakelijke afwatering, namelijk de verbinding van het Lobroekdok met het Asiadok via de IJzerlaan, die een hefboom kan betekenen voor de ontwikkeling van de IJzerlaan en omgeving.
Ook de stadsbouwmeester beklemtoont in zijn advies dat de afwatering via de IJzerlaan op vlak van ruimtelijke kwaliteit de betere variant is, die ervoor zorgt dat het enorme infrastructuurproject van de Oosterweelverbinding als hefboom kan dienen voor verbetering op vlak van stadsontwikkeling in een breder bereik. De subsidie kan aldus een belangrijk verschil maken, door de optie van de duurdere variant mogelijk te maken.
Bij indiening moeten evenwel nog enkele onduidelijkheden worden weggewerkt, vooral wat betreft het PPS-luik (Publiek-Private Samenwerking) van de aanvraag. Het gaat hier over de noodzaak om de drie deelgebieden te combineren om aan het uitsluitingscriterium (30% private inbreng) te voldoen, alsook over het engagement van de private ontwikkelaar (voor de geplande vastgoedontwikkeling op de noordelijke aanloophelling). Ook andere aspecten, in het bijzonder het afgelegde participatietraject, de begroting en het gevraagde subsidiebedrag, en de regiefunctie van de stad ten aanzien van de vastgoedontwikkeling, moeten nog in meer detail gemotiveerd worden.
Volgend voorstel wordt niet weerhouden voor een aanvraag tot projectsubsidie:
Heraanleg Operaplein
Omwille van de strategische positie van het Operaplein (draaischijf, multimodaal knooppunt, poort tot historisch centrum en kernwinkelgebied) zal de herstructurering ervan een gunstige invloed hebben op de stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad. De heraanleg kadert binnen het overkoepelende Brabo 2-project, waarbij De Lijn, Vlaams Gewest en de stad willen inzetten op duurzame mobiliteit. Dit aspect van duurzaamheid staat centraal. Ook de subsidie die wordt aangevraagd, wil inzetten op duurzaamheid: voorzien van een fietsenstalling en duurzaamheidstechnieken (bijvoorbeeld OLED-verlichting) bij de pleinafwerking. Vraag is echter of de subsidie voor deze ingrepen, die wellicht pas in een latere fase van het project gepland zullen worden, nu reeds aan de orde is. Los daarvan blijven de sociale en economische aspecten van duurzaamheid, die samen met ecologische duurzaamheid de kern uitmaken van de aanvraagformulieren, onderbelicht.
Voor de stadsbouwmeester is de ruimtelijke meerwaarde van het project voor het Operaplein vanzelfsprekend. Echter, de omvang van het totale budget doet de bijdrage van de projectsubsidie verbleken. In de projectfiche wordt niet voldoende gemotiveerd waarom de subsidie voor de fietsenstalling en pleinafwerking wordt aangevraagd, noch wat het belang is van het verschil dat de subsidie in deze twee onderdelen kan maken.
Eveneens op basis van de doorgevoerde toetsing en het advies van de stadsbouwmeester wordt het college gevraagd om volgende voorstellen tot conceptsubsidie te weerhouden:
Het vitaal spoorweglichaam van BO(rgerhout)
De projectfiche geeft duidelijk aan dat de uitdagingen in dit dossier zowel ontwerpmatig als socio-economisch zijn, en in die zin volledig passen in het opzet van de conceptsubsidie. De mogelijke meerwaarde van de conceptsubsidie wordt helder gemotiveerd: deelname van externe bureaus aan ontwerpworkshops, haarbaarheidsonderzoek naar invulling van de centers met een socio-economisch programma, bouwtechnische studie van box-in-the-box-systeem, marktstudie naar beheer en exploitatie van het box-in-the-box-systeem. Indien haalbaar, kan deze conceptstudie ook effectief leiden tot realisatie van het beoogde programma.
De stadsbouwmeester beaamt dat het verhoogde spoorweglichaam tot een relevante ruimtelijke problematiek leidt, waarbij een ongunstige 'achterkant'-situatie kan omgezet worden in een meerwaarde voor de aanpalende wijken en voor de stad. Het deel ruimtelijk onderzoek in verband met het publiek domein (langs en dwars op het spoorweglichaam) is inmiddels eerder een doorsnee opdracht in het kader van het Stedenbeleid. Het onderscheidend element zit in het haalbaarheidsonderzoek voor de aanwending van de centers voor socio-cultureel-economische activiteiten. Recente succesvolle voorbeelden hiervan zijn Viadukt (Zürich) en Hofbogen (Rotterdam). In die zin is in de aanvraag de nadruk op het bouwtechnisch onderzoek en de markttoets voor gebruik, beheer en exploitatie van de centers cruciaal.
Samenvoeging van de voorstellen 'Thematisch onderzoek Verdichting' en 'Betaalbaar en kwalitatief bouwen en wonen in de stad'
Zowel het voorstel 'Thematisch onderzoek Verdichting' (verdichtingsstrategieën op verschillende schaalniveaus) als het voorstel 'Betaalbaar en kwalitatief bouw en wonen in de stad' (verdichtingsstrategieën op niveau van een woonproject) focussen op de uitdaging van verdichting, die de jury Stadsvernieuwing naar voren schuift als één van de prioriteiten van de huidige oproep. Ook het bestuursakkoord 2013-2018 van stad Antwerpen prioriteert de realisatie van inbreiding en verdichting in functie van demografische groei. Bijkomend onderzoek naar nieuwe woonvormen en -typologieën, en vooral naar de haalbaarheid ervan, is dus wenselijk. De conceptsubsidie kan hierin een belangrijke rol vervullen. Om te beletten dat er over één en hetzelfde onderwerp twee verschillende aanvraagdossiers worden ingediend, wordt voorgesteld om beide projectvoorstellen samen te voegen tot één aanvraag, waarbij de verschillende schaalniveaus op elkaar worden afgestemd. Bij het uitschrijven van de aanvraag moeten vooral volgende zaken gepreciseerd en/of gemotiveerd worden: hoe de subsidie (zowel qua onderzoekswerk als timing) zal worden ingezet, hoe deze subsidie zich verhoudt tot het conceptueel werk dat reeds binnen de stad loopt, waarom de inbreng van de Vlaamse overheid wenselijk is, en wat het impulskarakter en de specifieke meerwaarde van de conceptsubsidie is.
In zijn advies formuleert de stadsbouwmeester nog een aantal bedenkingen. Wat het projectvoorstel 'Thematisch onderzoek Verdichting' betreft, kan deze aanvraag nog winnen aan helderheid en focus. De opdracht voor de externe ontwerpers en de rol van het Stedenbeleid dienen preciezer omschreven te worden, onder meer door deze opdracht af te zonderen ten opzichte van de onderdelen van de studie in het algemeen, die hoofdzakelijk intern zullen opgenomen worden. Verder wijst de stadsbouwmeester op de tendens binnen het Stedenbeleid om te rekenen op bijkomende financiering van de steden zelf in aanvulling op de conceptsubsidie, om zo een versterkend effect van de subsidie te bereiken. Die verwachting is des te sterker ten opzichte van een stad als Antwerpen. Dit voorstel leent er zich perfect toe om aanvullend door de stad gefinancierd te worden. De aanvraag heeft beduidend meer slaagkans als deze uitbreiding meteen in de aanvraag aangeboden wordt. De aanvraag kan op die manier internationale belangstelling als ambitie aangeven. Wat het voorstel 'Betaalbaar en kwalitatief bouwen en wonen in de stad' betreft, oordeelt de stadsbouwmeester dat de aanvraag een te onderzoeksmatig en te weinig projectmatig karakter heeft. Het ruimtelijk aspect komt zeer weinig op de voorgrond. De gezochte expertise is zeer gevarieerd en uitgebreid, en dreigt niet in verhouding te kunnen staan met het gerichte opzet van de conceptsubsidiëring. Hierdoor dreigt de output niet aanwijsbaar genoeg te zijn.
Volgende voorstellen worden niet weerhouden voor een aanvraag tot conceptsubsidie:
Laar - ontwikkeling van een autoluw plein
Het voorstel sluit onvoldoende aan bij de nieuwe accenten die de jury Stadsvernieuwing legt (met uitzondering eventueel het aspect sociale duurzaamheid), en ook de timing van het project (opmaak concept najaar 2013) strookt niet met de inzet van de conceptsubsidie (traject vanaf 2014). De meerwaarde van de conceptsubsidie is niet voldoende gemotiveerd, en de relevantie voor andere steden is niet meteen duidelijk.
De stadsbouwmeester geeft aan dat de heraanleg van het plein als ruimtelijke opdracht geen onderscheidende reden is voor de aanvraag van een conceptsubsidie. De ondergrondse mechanische parking voor bewoners en werknemers uit de buurt is dat wel, en in dat opzicht had het projectvoorstel meer moeten focussen op het verkennen van de ontwerptechnische haalbaarheid van een buurtparking, van de financiële en beheersmatige nieuwe methodes die vereist zullen zijn voor de haalbaarheid, van de ruimtelijke meerwaarde voor een ruimere omgeving door auto’s op collectieve wijze ondergronds te stallen en van de integratie met een kwaliteitsvol ontwerp voor het openbaar domein. Op die manier had het voorstel een vernieuwend karakter kunnen verkrijgen, met belangrijke leereffecten voor andere steden.
Potentieel van stadslandbouw als multidisciplinaire strategie voor een duurzame stad - case strategische ruimte Groene Singel
Hoewel stadslandbouw een belangrijk element is van een stedelijke verduurzamingsstrategie, alsook geprioriteerd wordt binnen het Vlaams stedenbeleid, heeft dit voorstel tot conceptsubsidie een te vrijblijvend karakter: het is niet duidelijk welke realisaties zullen voortspruiten uit de conceptsubsidie, er is geen garantie op de 'uitrol' van concrete stadslandbouwprojecten. De voornaamste reden hiervoor is het ontbreken van een link (ook in het bestuursakkoord 2013-2018) tussen stadslandbouw en de locatie Groene Singel.
De stadsbouwmeester beaamt dat stadslandbouw geldt als vernieuwing op vlak van duurzame stedelijkheid en daarom aansluit bij de focus van het Stedenbeleid. Het theoretisch gedeelte van de aanvraag leest als erg theoretisch en algemeen: het stelt de vraag naar het potentieel en de beleidsinzet van stadslandbouw, die in een academisch milieu of in bestaande literatuur wellicht beter behandeld kan worden. De link met Antwerpen of met het s-RSA dient duidelijk nog gemaakt te worden om relevantie te verkrijgen. De praktijkcase hangt af van de fundamentele inschatting of de Groene Singel omwille van de omgevingskwaliteit wel geschikt is voor stadslandbouw. Quid non? Is het niet aangewezen de basismogelijkheid vooraf af te wegen?
Site Van Schoonhoven
De vraagstelling van het projectvoorstel is relevant (onderzoek naar hefboomfunctie van project voor de buurt, versterking van gedragenheid door buurtbewoners, behoeftenonderzoek), maar te beperkt in het kader van Stadsvernieuwing, alsook weinig interdisciplinair en innovatief. De site schept inderdaad mogelijkheden, maar deze zijn niet uniek. Het is niet duidelijk hoe de inzet van de conceptsubsidie afgestemd wordt op de timing van het project, noch waarom de inbreng van Vlaanderen wenselijk is.
De stadsbouwmeester is van mening dat de aanvraag beantwoordt aan de doelstelling van het Stedenbeleid om door meervoudig ruimtegebruik in te spelen op de vraag naar nieuwe ontwikkelingen gezien de komende stadsgroei. Echter, de aanvraag lijkt eerder een architecturaal dan stedenbouwkundig project te betreffen. Vraag is of de schaal niet te beperkt is voor het Stedenbeleid. In het projectvoorstel zou het belang van de opdracht zelf meer naar voren moeten komen in plaats van de verankering in de beleidsdoelstellingen en goedkeuringsprocessen van de stad.
Site Vercammenstraat
Ook hier is de vraagstelling relevant (onderzoek naar hefboomfunctie van project voor de buurt, naar kwaliteitsvol levensbestendig wonen, naar toegankelijkheid van daktuin, naar keuze van alternatieve woonvormen, maar mogelijkheden en keuze van domotica), maar te beperkt in het kader van stadsvernieuwing. Het gaat hier eerder om renovatie dan stadsontwikkeling. Bovendien is niet meteen duidelijk hoe de inzet van de conceptsubsidie afgestemd wordt op de timing van het project, waarom de inbreng van de Vlaamse overheid wenselijk is, noch voor welke impuls de conceptsubsidie zal zorgen.
In zijn advies stelt de stadsbouwmeester dat de aanvraag beantwoordt aan de doelstelling van het Stedenbeleid om door meervoudig ruimtegebruik in te spelen op de vraag naar nieuwe ontwikkelingen gezien de komende stadsgroei. Maar ook hier lijkt de aanvraag eerder een architecturaal dan stedenbouwkundig project te betreffen. Het belang van de opdracht zelf wordt in de aanvraag onvoldoende gemotiveerd, in vergelijking met de aandacht die besteed wordt aan de verankering van het project in de beleidsdoelstellingen en goedkeuringsprocessen van de stad.
Met het oog op een tijdige indiening van de voorstellen worden de bedrijfseenheid stadsontwikkeling, AG Stadsplanning en AG VESPA verzocht om de volledige aanvraagdossiers tegen ten laatste maandagochtend 25 maart 2013 aan AG VESPA (Afdeling Fondsen) te bezorgen. Hierbij wordt gevraagd om rekening te houden met bovenstaande toetsing en het advies van de stadsbouwmeester. AG VESPA zal de projectaanvragen verder begeleiden en een finale screening doorvoeren van de dossiers die tegen 25 maart 2013 worden afgeleverd. AG VESPA zal tevens de handtekeningspagina's van de aanvraagdossiers ter ondertekening voorleggen aan de burgemeester en de stadssecretaris, en de volledige dossiers indienen bij het Team Stedenbeleid van de Vlaamse overheid tegen de deadline van 29 maart 2013.
Het college neemt kennis van de projectaanvragen in het kader van de 7de oproep Stadsvernieuwing, en keurt de indiening van de weerhouden voorstellen tot project- en conceptsubsidie goed. De weerhouden voorstellen zijn: 'Kop Spoor Noord als schakel tussen wijken en programma's' (projectsubsidie), 'REGATTA - gemeenschapsvoorzieningen in een nieuwe wijk' (projectsubsidie), 'IJzerlaan' (projectsubsidie), 'Het vitaal spoorweglichaam van BO(rgerhout)' (conceptsubsidie) en een samenvoeging van de voorstellen 'Thematisch onderzoek Verdichting' en 'Betaalbaar en kwalitatief bouwen en wonen in de stad' (conceptsubsidie). Namens het college worden de aanvraagdossiers voor de deadline van 29 maart 2013 door de burgemeester en de stadssecretaris ondertekend.
Het college beslist dat in aanvulling op deze projectaanvragen eveneens om bijkomende conceptsubsidies aan te vragen voor de heropleving van het histroisch centrum en voor de uitwerking van het concept ruimtelijke veiligheid. Deze aanvraagdossiers worden voorbereid door de bedrijfseenheid stadsotnwikkeling, en worden voor de deadline van 29 maart 2013 door de burgemeester en de stadssecretaris ondertekend.