Het gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad erover waakt de nodige middelen ter beschikking te stellen voor de vervulling van de adviesopdracht. Dit valt onder de reguliere werking van de verschillende diensten en is nu reeds voorzien.
De principes van de nieuwe werking zijn bondig toegelicht aan de cultuurraad op het inspraakmoment bij de beleidsplanning van 23 februari laatstleden, ‘Cultuur is van A’. Hun advies zal gevraagd worden bij het voorleggen van de statuten aan de gemeenteraad.
De sportraad gaf een voorzet tot een nieuwe structuur die op 15 januari naar haar leden werd verstuurd ter bespreking, en die als basis gebruikt werd voor onderliggend voorstel. Dat voorstel werd door de bedrijfsdirecteur cultuur, sport en jeugd op 31 januari 2013 toegelicht aan de voorzitter van de sportraad, die hierover op 4 februari 2013 positief advies verstrekte aan de schepen voor sport. In haar zitting van 26 februari 2013 constateerde de stedelijke sportraad dat de voorgestelde basisprincipes voor de nieuwe structuur van de adviesraden in de lijn liggen van de besprekingen die in haar werkgroep rond de statutenwijziging werd gehouden. De stedelijke sportraad kan zich akkoord verklaren met de drie vooropgestelde basisprincipes.
De jeugdraad kreeg op 28 februari een toelichting van de bedrijfsdirecteur cultuur, sport en jeugd over de vernieuwde aanpak van inspraak, advies en medebeheer van de jeugdraad. Er werden verschillende opmerkingen en suggesties meegegeven. Op 3 maart werd er nog een mail gestuurd vanuit de jeugdraad en het jeugdwerk met de duidelijke oproep om actief betrokken te worden bij het verder uitwerken van het kader tot vernieuwing van de inspraakprocessen in het jeugdbeleid.
De bestaande adviesorganen vervullen een drieledige opdracht: beleidsadvisering, inspraak en medebeheer in extern verzelfstandigde agentschappen. Er bestaat een ruime consensus (bij cultuur-, sport- en jeugdbeleidscoördinatoren, (districts-)politiek en leden van adviesorganen zelf) om de bestaande adviesorganen (nog) meer open, representatief en effectief te maken, zowel door aanpassingen in hun structuur als door het optimaliseren van de inzet van (bestaande) middelen die ter beschikking staan.
De gemeenteraad is volgens het Gemeentedecreet - binnen een aantal wettelijke bepalingen - bevoegd voor de organisatie van raden en overlegstructuren die tot opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren. Zij bepaalt de voorwaarden, werkwijze en procedures en stelt de nodige middelen ter beschikking voor de adviesopdracht (Gemeentedecreet art. 199 en 200). De aanvang van een nieuwe bestuursperiode is dan ook het moment om deze voorwaarden, werkwijze en procedures te herbekijken.
Het bestuursakkoord 2013-2018 legt de nadruk op een versterkte rol voor de districten, onder meer voor het lokaal cultuur-, sport- en jeugdbeleid (BA 411: stadsbrede oefening om te onderzoeken welke bevoegdheden met betrekking tot persoonsgebonden materies naar de districten kunnen gaan).
Verder wordt hierin belang gehecht aan jongeren en inspraak (BA 315: stedelijke jeugdraad als adviserend orgaan waarderen en betrekken bij beleidsthema’s die jongeren aanbelangen; deze betrokkenheid kan toegepast worden op de inrichting van het openbaar domein, maar evenzeer inzake veilige schoolomgevingen, mobiliteit, de locatie van nieuw in te planten infrastructuur en tewerkstelling; bekijken welke andere participatie-initiatieven mogelijk zijn naast het betrekken van de jeugdraad).
Tevens wordt gewezen op het belang van een modern klantenmanagement dat inspeelt op digitale ontwikkelingen (BA 422: hervormen van alle vormen van dienstverlening binnen de principes van een modern klantenmanagement waar digitaal werken, uniforme intake en proactief klantgericht werken vooropstaat).
Daarnaast hechten alle districtsbestuursakkoorden extra aandacht aan participatie, inspraak en de werking van hun adviesorganen (district Antwerpen AN011,012,013, Berchem BE002, Borgerhout BO001, BO033, BO 034, BO 037, BZL BZL158, Deurne DE 002, DE005, DE 006, DE 016, Ekeren EK 055, Hoboken HO 008, HO 047, HO 066, Merksem ME 007, ME008, ME009, ME038, en Wilrijk WI 051, WI 067, WI151, WI152).
Het huidige voorstel van aangepaste werkwijze speelt in op deze aandachtspunten uit de bestuursakkoorden en tracht zo een antwoord te bieden op bovenstaande noden.
De huidige districtscultuurraden zijn samengesteld uit verenigingen, deskundigen en professionelen. Geïnteresseerde individuen en ongeorganiseerde burgers zijn zwak tot niet vertegenwoordigd. De stedelijke cultuurraad is samengesteld uit afgevaardigden van districtscultuurraden, deskundigen en professionelen. Professionele cultuurhuizen worden moeilijk bereikt; geïnteresseerde individuen en ongeorganiseerde burgers hebben binnen de huidige structuur geen plaats. Ook de huidige districtssportraden zijn samengesteld uit verenigingen, deskundigen en professionelen. Ook hier zijn geïnteresseerde individuen en ongeorganiseerde burgers zwak tot niet vertegenwoordigd. Op stedelijk niveau wordt de sportraad uitgebreid met een raad van adviseurs. Een gelijkaardig stramien is merkbaar in de jeugdraden. Deze hebben het het moeilijkst: er is al enkele jaren geen stedelijke voorzitter meer en ook in drie districten staat de jeugdraadwerking op een laag pitje. De stedelijke jeugdraad werd in feite bijna volledig bevolkt door professionele jeugdwerkers.
Hier worden enkele cijfers met betrekking tot de adviesorganen in 2012 weergegeven (zie details in bijlage).
Het principevoorstel is opgebouwd rond drie speerpunten:
1. Adviesorganen verstevigen hun vertegenwoordigende rol op districtsniveau. De organisatiestructuur wijzigt hier niet. Clubs en verenigingen vaardigen af en vinden hier een forum, eventueel samen met deskundigen en professionelen (bijvoorbeeld decretaal verplicht bij cultuur). Er wordt aandacht besteed aan deskundigheid en openheid om zo als vertegenwoordigend orgaan voor het lokale veld te kunnen fungeren. De lokale adviesraad krijgt ook een duidelijkere rol op stedelijk niveau toebedeeld (zie 2). Tenslotte vaardigen de lokale raden mensen af voor lokaal medebeheer (bijvoorbeeld in vzw Lokaal cultuurbeleid). Met dit eerste speerpunt wordt ingespeeld op de verhoogde aandacht voor de districten en de aandacht rond inspraak op districtsniveau. Tevens voldoet de stad hiermee aan de wettelijke verplichtingen inzake adviesorganen.
Wat de inspraak-effectiviteit betreft (met name het aantal zinvolle bijdragen van burgers en gebruikers aan adviezen), bestaan reeds een aantal instrumenten zoals een wiki (adviesorganen.wiki.antwerpen.be, momenteel enkel voor intern gebruik door de administratie), Oor (oor.antwerpen.be, ontwikkeld in functie van jeugdinspraak), SWO-platformen stadindialoog.be (voor inspraak door inwoners) en samenborgerhout.be (voor inspraak door Borgerhoutenaren), alsook het digitaal platform adviesraden.stadindialoog.be (voor gebruik door de adviesraden zelf). Deze kunnen de inspraak en werking van de adviesorganen meer democratisch, transparant en efficiënt maken. Hiervan wordt momenteel nog maar selectief gebruik gemaakt. ‘Oor’ kan één jaar na de lancering een mooi palmares voorleggen: in 2012 gaven 1.270 individuele kinderen, tieners en jongeren hun mening over 22 projecten, waarvan elf projecten met betrekking tot het openbaar domein.
Er ontstaan zo drie niveaus: (1) een 'open raad' van alle bewoners of van bepaalde doelgroepen, zoals jongeren (naar het model van 'Oor'), (2) een districtsadviesraad van gebruikers, professionelen en deskundigen met hun conferentie van raadsafgevaardigden en (3) bestaande of ad hoc samen te stellen expertencomités en sectorverenigingen.
Op deze manier worden advisering en inspraak binnen het wettelijk vastgelegd kader meer afgestemd op hedendaagse noden en behoeften. Daarin wordt het scheppen van de voorwaarden om efficiënte en kwalitatieve inspraak mogelijk te maken de kern van de inhoudelijke ondersteuningsopdracht van de administratie. De conferentie van raadsafgevaardigden per domein ziet hierop toe en kan het beleid ook aanspreken op het voeren van inspraak.
Om deze werkwijze goed te laten verlopen wordt tevens een sjabloon en procedure voor adviesverlening uitgeschreven. Het sjabloon geeft de regels van wat in een advies moet staan. De procedure vermeldt de rol van de verschillende partners, de flow van een advies en een timing voor reactie. De administratie zorgt ervoor dat deze procedure gevolgd wordt.
De hersamenstelling van adviesorganen gebeurt na de installatie van de nieuwe besturen. Het is daarom aangewezen:
Tenslotte wordt parallel bekeken welke middelen verder ontwikkeld of ingezet kunnen worden (wiki, intranet, andere ondersteuning) om de inspraak en participatie op een actuele en open manier te organiseren en de inspraakorganen optimaal te laten functioneren.
Het college keurt de principesbeslissing van de aangepaste werkwijze rond inspraak en participatie bij beleidsvoorbereiding, -uitvoering en -evaluatie van cultuur-, sport- en jeugdbeleid goed.
De bestaande adviesraden op stads- en districtsniveau worden hiermee omgevormd tot meer hedendaagse advies- en inspraakorganen. De vernieuwde structuur vertrekt van de volgende basisprincipes:
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| CS en SL |
dit model bekijken voor alle decretaal verplichte adviesorganen die ook in de districten actief zijn |
| CS | op basis van bovenvermelde drie principes een modelontwerp van statuten voor deze adviesorganen voor te leggen aan de gemeenteraad |
| DL | dit besluit ter kennisgeving te agenderen op de districtscolleges |
| SL/SWO | een voorstel van procedureflow voor adviezen (aan wie gericht, antwoordtermijnen, werkwijze), en een kwaliteitstoets voor adviezen (wat wordt minimaal in een advies verwacht, hoe omgaan met minderheidsstandpunten, ...) uit te tekenen |
| CS | een inventaris te maken van bestaande instrumenten die de inspraak kunnen faciliteren en versterken, en een stappenplan op te stellen voor de uitrol hiervan |
| CS | bij de de afvaardiging vanuit adviesorganen naar extern verzelfstandigde agentschappen een deskundigheidscriterium in te voegen. Voor doelgroep-adviesorganen zal dit vaak een ervaringsdeskundigheid zijn; voor thema-adviesorganen eerder een technische expertise omvatten |
| CS en SW | de toepassing van de structurele adviezen zoals de jeugdparagraaf (advies of inspraak door kinderen en jongeren over heraanleg openbaar domein) in functie van deze aanpassing optimaliseren |