Het college heeft op 7 januari 2011 een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan de NV Antwerps Sportpaleis voor het verbouwen van het sportpaleis, met daarin onder meer de voorwaarde dat het bedrijfsvervoerplan vastgesteld voor de topsporthal verder dient te worden gevolgd.
De vennootschap meent nu dat deze voorwaarde onwettig is en vraagt om die te schrappen. Het college stelt vast dat de voorwaarde legitiem is en weigert op de vraag in te gaan.
De voorwaarde is als volgt geformuleerd in het beslissend gedeelte van de bouwvergunning: “Het bedrijfsvervoersplan dat vastgesteld werd voor het verkrijgen van de vergunning voor de topsporthal dient verder gevolgd”. In de motivering van de vergunning wordt duidelijk gemaakt waarop het bedrijfsvervoersplan betrekking heeft, met name de hele site van sportpaleis, topsporthal en hospitality center.
Eerst en vooral betwist de stad ten stelligste dat de voorwaarde onwettig zou zijn. De vergunning met voorwaarden is verleend na de ontvangst van een aanvraagdossier en met inachtneming van de wettelijk voorgeschreven vergunningsprocedure.
De voorwaarde is volstrekt legitiem. De Vlaamse codex ruimtelijke ordening bepaalt dat een vergunning kan worden geweigerd indien het aangevraagde onverenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening. Verder bepaalt de codex in artikel 4.3.1 §2, 1° dat de overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op, onder meer, de mobiliteitsimpact. De voorwaarde die het college heeft opgelegd is wettelijk en kadert in het mobiliteitsaspect van de site van het sportpaleis, de topsporthal en het hospitality center.
Bovendien kan worden vastgesteld dat de stedenbouwkundige vergunning in kwestie definitief is geworden. De mogelijkheid bestaat, onder andere voor de aanvrager van een bouwvergunning om de stedenbouwkundige vergunning of een voorwaarde opgenomen in de stedenbouwkundige vergunning aan te vechten via de administratieve beroepsprocedure bepaald in de Vlaamse codex ruimtelijke ordening. Wanneer geen enkele beroepsmogelijkheid meer openstaat betekent dit dat de vergunning definitief is geworden.
Dit is het geval met de stedenbouwkundige vergunning van 7 januari 2011. Lexeco vermeldt trouwens zelf in hun brief op bladzijde 4, onderaan :”Vooreerst zijn deze (verbouwingswerken) reeds uitgevoerd en is hiervoor een definitieve vergunning voorhanden”.
Het college heeft geen enkele beslissingsbevoegdheid meer over een stedenbouwkundige vergunning die definitief is geworden en heeft bijgevolg geen bevoegdheid om de beslissing genomen op 7 januari 2011 te herzien met analogie met het willig beroep.
Het college beslist de collegiale brief gericht aan Meester Nathalie Jonckheere (Lexeco Advocaten), Mechelsesteenweg 64 B 101, 2018 Antwerpen goed te keuren.