Op 30 mei 2011 keurde de gemeenteraad (jaarnummer 765) de uitvoeringsovereenkomst 'Projectontwikkeling Falconplein-Zeemanshuis' tussen de stad Antwerpen, AG VESPA en SD WORX V.Z.W. goed.
Op 28 januari 2013 heeft de dienst stadsontwikkeling/ruimtelijke planning een brief (VIP 001-2013-005449) van de firma Constructions & Investment Partners N.V. (CIP) ontvangen.
CIP is projectontwikkelaar van het bouwblok Falconplein-Zeemanshuis en wenst te starten met de bouw van een eerste gebouw, namelijk het C-blok (80 appartementen). Op deze aanvraag is het decreet grond- en pandenbeleid en het gemeentelijk reglement sociaal wonen van toepassing. De sociale last bedraagt voor het bouwblok 20%, dit komt overeen met 16 sociale appartementen.
CIP vraagt aan het college een formele toestemming om de sociale last te verplaatsen naar 3 nabijgelegen percelen.
In de uitvoeringsovereenkomst die is afgesloten voor de projectontwikkeling van het bouwblok Falconplein-Zeemanshuis is in artikel 3.5 overeengekomen dat de sociale last niet moet gerealiseerd worden in het C-blok. CIP wil de sociale last verschuiven naar 3 andere percelen gelegen aan de randen van het bouwblok.
De projectontwikkelaar moet de sociale last eerst op een door zichzelf gekozen manier realiseren. Dat zou kunnen zijn door zelf te bouwen, door verkoop van de gronden of door een combinatie van deze 2. Pas als blijkt dat de sociale last niet op voorgaande wijze kan gerealiseerd worden, kan de stad Antwerpen een voorstel tot afkoop van de sociale last doen.
CIP heeft de percelen al te koop aangeboden aan de verschillende sociale huisvestingsmaatschappijen; Woonhaven Antwerpen CVBA en CV De Ideale Woning. Tot op vandaag is er geen enkele bereid de gronden aan te kopen omdat voor hen de gronden te klein zijn om er 16 sociale appartementen op te bouwen.
In overleg met de diensten stadsontwikkeling/ruimtelijke planning, stadsontwikkeling/vergunningen en samen leven/woonregie, Wonen Vlaanderen en de sociale huisvestingsmaatschappijen wordt volgende aan de projectontwikkelaar voorgesteld:
Het stedenbouwkundig attest (voor 13 appartementen op de 3 percelen) is een voorwaarde om een vergunning te krijgen voor het realiseren van het C-blok (80 appartementen).
Artikel 4.1.16 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, zoals gewijzigd door het decreet van 23 december 2011 houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en van diverse bepalingen van andere decreten die betrekking hebben op het grond- en pandenbeleid, bepaalt dat er een sociale last wordt opgelegd bij verkavelings- en bouwprojecten die onderworpen zijn aan de norm zoals bepaald in boek 4, hoofdstuk 2, afdeling 2 van datzelfde decreet.
Artikel 4.1.9 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, zoals gewijzigd door het decreet van 23 december 2011 houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en van diverse bepalingen van andere decreten die betrekking hebben op het grond- en pandenbeleid, stelt dat de gemeenteraden een gemeentelijk reglement Sociaal Wonen kunnen vaststellen, met dezelfde rechtskracht en bindende waarde als een stedenbouwkundige verordening. Dat gemeentelijk reglement omvat marges of concrete percentages sociaal woonaanbod die in elk van de verkavelingsprojecten en bouwprojecten, vermeld in artikel 4.1.8, eerste lid, verwezenlijkt moeten worden.
De vraag van CIP kadert in het grond- en pandendecreet en meer bepaald de verlegging van de sociale last. Het decreet voorziet dat de sociale last verlegd mag worden naar andere terreinen mits goedkeuring van de vergunningverlenende instantie, hier de bevoegdheid van het college.
Artikel 10.2 van de uitvoeringsovereenkomst tussen de stad Antwerpen, AG VESPA en SD WORX voorziet het volgende: “De partijen hebben het recht om in de uitvoering van de projectontwikkeling wijzigingen door te voeren aan het gedeelte van het project dat betrekking heeft op de hen respectievelijk toebehorende eigendommen, op voorwaarde dat deze wijzigingen niet afwijken van hetgeen voorzien is in het BPA”.
Gezien het hier gaat om panden die geheel behoren tot het deel dat door SD WORX (of een rechtsopvolger) wordt gerealiseerd, hoeft hiervoor geen aanpassing te gebeuren aan de overeenkomst tussen partijen afgesloten.
Het college keurt de collegiale brief aan Constructions & Investment Partners N.V. (CIP) met betrekking tot het verplaatsen van de sociale last goed.