De bedrijfseenheid stadsontwikkeling zal de nodige signalisatie aanpassen. Er zijn dus geen rechtstreekse financiële gevolgen.
De districtsbesturen zijn bevoegd voor het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid (gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307)). Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
Op 21 september 2009 (jaarnummer 1636) keurde de gemeenteraad het aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Schriek in het district Ekeren goed.
Op 20 september 2012 ontving het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen (Parkeerbedrijf) de vraag van een bewoner van de Schriek om een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap in de nabijheid van de woning in te richten.
De te reglementeren openbare weg behoort tot het beheer van de stad.
De Schriek bevat een zone 30 schoolomgeving.
Het Parkeerbedrijf stelt voor om het aanvullend verkeersreglement als volgt aan te passen:
Onderzoek heeft uitgewezen dat de aanvrager aan de voorwaarden voldoet om een parkeerplaats voor personen met een handicap in te richten in de nabijheid van de woning.
De parkeerbalans blijft ongewijzigd.
Het districtscollege Ekeren keurt eenparig het volgende besluit goed.
Het districtscollege verleent gunstig advies om het aanvullend verkeersreglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Schriek in het district Ekeren, gestemd in de zitting van 21 september 2009 (jaarnummer 1636) op te heffen en te vervangen door:
Artikel 1: het eenrichtingsverkeer wordt ingevoerd in het gedeelte van de Schriek, begrepen tussen de Lodewijk Andersonstraat en de Schepersveldlei, met toegelaten rijrichting naar de Lodewijk Andersonstraat.
De verkeersborden C1 en F19 worden aangebracht.
Artikel 2: het eenrichtingsverkeer, uitgezonderd voor fietsers en bestuurders van bromfietsen klasse A, wordt ingevoerd in het gedeelte van de Schriek, gelegen naast de begraafplaats en tussen twee verhoogde inrichtingen, en met toegelaten rijrichting naar het kruispunt met de Driehoekstraat.
De verkeersborden C1 en F19 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 3: de toegang tot het gedeelte van de Schriek, begrepen tussen de eerste verhoogde inrichting aan de begraafplaats, komende vanaf de Puihoek, en het gedeelte van de Schriek beginnende tegenover nummer 131, wordt langs de zijde van de verhoogde inrichting verboden voor bestuurders van motorvoertuigen met meer dan twee wielen en van motorfietsen.
De verkeersborden C5 en C7 worden aangebracht.
Artikel 4: de toegang wordt verboden voor bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan 7,5 ton, in het gedeelte van de Schriek beginnende tegenover nummer 131, richting Puihoek.
Het verkeersbord C21 wordt aangebracht.
Artikel 5: de verplichting wordt opgelegd rechtuit of naar rechts te rijden aan het kruispunt met de Edward Caertsstraat.
Het verkeersbord D3 wordt aangebracht.
Artikel 6: een fietspad, uitgezonderd voor bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B, wordt aangelegd, langs de even zijde, van tegenover nummer 185 tot aan de Driehoekstraat.
Het verkeersbord D7, met onderbord wordt aangebracht.
Artikel 7: een tweerichtingsfietspad, verboden voor bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B, wordt aangelegd:
De verkeersborden D7, met onderbord, worden aangebracht.
Artikel 8: een gedeelte van de openbare weg wordt voorbehouden voor voetgangers, fietsers en bestuurders van bromfietsen klasse A:
De verkeersborden D9 worden aangebracht.
Artikel 9: het parkeren wordt verboden:
van de Kapelsesteenweg tot de Korte Bist;
van voor nummer 308 tot aan de Schepersveldlei;
van tegenover de scheiding van de nummers 151 en 153 tot aan de Driehoekstraat;
vanaf de scheiding van de nummers 179 en 281 tot aan de Korte Bist;
vanaf de scheiding van de nummers 245 en 247 tot aan de Kapelsesteenweg.
De verkeersborden E1 worden aangebracht.
Artikel 10: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor voertuigen gebruikt door personen met een handicap, langs de even zijde, ter hoogte van het nummer 210 (een plaats).
Het verkeersbord E9a met onderbord wordt aangebracht.
Artikel 11: de rijbaan wordt verdeeld in rijstroken:
Artikel 12: een fietspad wordt gemarkeerd door twee evenwijdige witte onderbroken strepen, langs beide zijden, op de brug over de spoorlijn Antwerpen-Essen-Roosendaal.
Artikel 13: een stopstreep wordt gemarkeerd voor de verkeerslichten aan het kruispunt met de Kapelsesteenweg.
Artikel 14: een oversteekplaats voor voetgangers wordt gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan:
ter hoogte van de Kapelsesteenweg;
ter hoogte van de Korte Bist;
ter hoogte van de Leopoldlei;
ter hoogte van het kruispunt met de Nijverheidslei en de Karel De Wintstraat;
ter hoogte van het kruispunt met de Schepersveldlei en de Edward Caertsstraat;
ter hoogte van het kruispunt aan nummer 193.
Artikel 15: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor personen met een handicap en het pictogram wordt op het wegdek aangebracht.
Artikel 16: parkeerzones worden gemarkeerd door middel van witte markeringen:
van voor nummer 354 tot voor nummer 308;
van voor nummer 245 tot tegenover nummer 368;
van tegenover nummer 276 tot voor nummer 279;
vanaf de scheiding van de nummers 339 en 341 tot aan de scheiding van de nummers 345 en 347.
Artikel 17: de bestaande verkeerssignalisatie blijft van kracht tot de bekendmaking van onderhavig reglement.