Artikel 57 § 3,4 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
| fase | bestuursorgaan | datum | jaarnummer |
|
principebeslissing opstrarten masterplan stadhuis |
college | 27 november 2009 | 17118 |
|
goedkeuring bestek en procedure |
college | 5 februari 2010 | 1258 |
| aanbesteding zonder gevolg - goedkeuring aangepast bestek en procedure | college | 2 juli 2010 | 8207 |
| gunning | college | 22 oktober 2010 | 12871 |
| kennisneming aangepaste gunningscriteria | college | 24 december 2010 | 16324 |
| goedkeuring aanvullende dienst kunsthistorisch onderzoek | college | 15 juli 2011 | 12035 |
| termijnverlenging | college | 10 februari 2012 | 1295 |
Als eerste en fundamentele stap in het masterplan ‘herwaardering van het stadhuis’, dat een totaalrestauratie, een gedeeltelijke herbestemming en optimalisering van het ruimtegebruik beoogt, werd door het college op 22 oktober 2010 (jaarnummer 12871) de Tijdelijke Vereniging De Clercq-Maclot-Van Ginneken aangesteld voor het uitvoeren van een diepgaand bouwhistorisch onderzoek, een opdracht die op 15 juli 2011 uitgebreid werd met aanvullend kunsthistorisch onderzoek van de ‘collectie stadhuis’.
Het doel van het onderzoek was het in kaart brengen van de bouw- en verbouwingsgeschiedenis, de historiek van het ruimtegebruik van het stadhuis en dit aan de hand van enerzijds bouwhistorisch en anderzijds bouwarcheologisch onderzoek van de verschillende bouwfasen, met daaraan gekoppeld een waardestelling voor het gebouw dat is opgenomen in UNESCO’s werelderfgoedlijst.
De goedkeuring van de restauratiepremie voor dit historisch onderzoek werd door de Vlaamse overheid, Onroerend Erfgoed, bij definitief besluit getekend op 27 januari 2011. De bevindingen en waardestellingen uit het onderzoek vormen een gefundeerd uitgangspunt en toetsingskader om latere restauraties en nieuwe invullingen met respect voor de monumentwaarde van het beschermd gebouw te realiseren. De bouwhistorische nota is tevens een noodzakelijke voorwaarde om met Onroerend Erfgoed Vlaanderen in overleg te kunnen gaan over verantwoorde restauratieopties die in toekomstige premiedossiers worden verwerkt.
Het 16de eeuws gebouw heeft cruciale 19de eeuwse interieurrenovaties gekend, in enerzijds neo-renaissance stijl (op de prestigieuze verdiepingen) en anderzijds in vroeg-industriële metaalbouw (als stadsarchief op de bovenverdieping).
Overeenkomstig het bestek, is het eindrapport op volgende wijze gestructureerd:
A. historisch onderzoek via archivalia, iconografie en literatuur:
B. bouwarcheologisch en materiaaltechnisch onderzoek
C. vergelijkende studie
D. onderzoek van het roerend patrimonium van het stadhuis en zijn collectie
E. synthesenota en waardestelling
F. referenties
Het rapport van de bibliografische en archivalische studie is opgevat als een biografie van het gebouw, met als corpus het chronologisch verslag van het ontstaan, de oprichting en de verdere evolutie van het gebouw, en met relevante iconografie ter illustratie.
Het rapport van het materiaaltechnisch onderzoek is opgevat als een met foto’s geïllustreerde bespreking van waarnemingen en resultaten van specifieke onderzoeksaspecten, in hoofdzaak het materiaalgebruik van de gevelopbouw en de sculptuur van het risaliet met campanile in de diverse bouw- en restauratiefasen.
Voor het vergelijkende onderzoek zijn een aantal specifieke aspecten geselecteerd en voor het eerst architectuurhistorisch ontleed, die het gebouw kenmerken en plaatsen binnen de 16de-eeuwse maniëristische architectuur.
De database bevat:
De synthesenota geeft alle aan elkaar getoetste resultaten van het historisch en het materiaaltechnisch onderzoek weer in een beknopte versie. Deze is gevisualiseerd door de bijhorende, sterk geschematiseerde grafische weergave, die opgevat is om in één beeld de kerngegevens weer te geven.
De plannen van de bouwevolutie worden eveneens afzonderlijk aangeleverd.
Het volledig rapport omvat een kleine 1000 bladzijden en de database heeft een kleine 1000 geregistreerde objecten.
Aan de tijdelijke vereniging TV De Clercq-Maclot-Van Ginneken, Brederodestraat 84, 2018 Antwerpen, werd het bouwhistorisch onderzoek gegund voor een bedrag van 122.344,00 EUR + 25.692,24 EUR (21% btw) = 148.036,24 EUR. De Vlaamse overheid verleent een restauratiepremie van 80% voor deze bouwhistorische studie ten bedrage van 130.271,89 EUR.
De bijkomende kunsthistorische opdracht werd gegund voor een bedrag van 61.000,00 EUR + 12.810,00 EUR (21% btw) = 73.810,00 EUR.
Het proces verbaal van voorlopige oplevering is opgemaakt op 1 maart 2013, met positief advies van de Vlaamse overheid, Onroerend Erfgoed, en erfgoed deskundigen binnen de stad (monumentenzorg, collectiebeleid, behoud en beheer, conservator collectie stadhuis), met bemerkingen van de stadarchivaris en verantwoording van de bouwhistorici.
De eindafrekening werd opgemaakt als volgt
| gunningsbedrag | exclusief btw | inclusief btw |
| gunningsbedrag | 122.344,00 EUR | 148.036,24 EUR |
| bijkomende opdracht | 61.000,00 EUR | 73.810,00 EUR |
| totaal | 183.344,00 EUR | 221.846,24 EUR |
Het college keurt de eindafrekening goed voor een bedrag van 221.846,24 EUR, inclusief btw, voor het bouw- en kunsthistorisch onderzoek van het stadhuis, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen.