Terug

2013_DCAN_00176 - Adviesraden en inspraak - Vernieuwde aanpak inspraak, advies en medebeheer adviesorganen cultuur, sport en jeugd - Kennisneming

districtscollege Antwerpen
ma 08/04/2013 - 12:30 Aula Barcelona
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Lieve Stallaert, districtsschepen; Willem-Frederik Schiltz, districtsschepen; Paul Cordy, districtsschepen; Tom Van den Borne, districtsschepen; Melanie Vandecappelle, adjunct-districtssecretaris

Afwezig

Zuhal Demir, voorzitter districtscollege; Herald Claeys, districtssecretaris

Secretaris

Melanie Vandecappelle, adjunct-districtssecretaris
2013_DCAN_00176 - Adviesraden en inspraak - Vernieuwde aanpak inspraak, advies en medebeheer adviesorganen cultuur, sport en jeugd - Kennisneming 2013_DCAN_00176 - Adviesraden en inspraak - Vernieuwde aanpak inspraak, advies en medebeheer adviesorganen cultuur, sport en jeugd - Kennisneming

Motivering

Algemene financiƫle opmerkingen

Het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad erover waakt de nodige middelen ter beschikking te stellen voor de vervulling van de adviesopdracht. Dit valt onder de reguliere werking van de verschillende diensten en is nu reeds voorzien.  

Inspraak

De principes van de nieuwe werking zijn bondig toegelicht aan de cultuurraad op het inspraakmoment bij de beleidsplanning van 23 februari 2013, ‘Cultuur is van A’. Hun advies zal gevraagd worden bij het voorleggen van de statuten aan de gemeenteraad.

De sportraad gaf een voorzet tot een nieuwe structuur die op 15 januari naar de leden werd verstuurd ter bespreking, en die als basis gebruikt werd voor onderliggend voorstel. Dat voorstel werd door de bedrijfsdirecteur cultuur, sport en jeugd op 31 januari 2013 toegelicht aan de voorzitter van de sportraad, die hierover op 4 februari 2013 positief advies verstrekte aan de schepen voor sport. Op 26 februari 2013 constateerde de stedelijke sportraad dat de voorgestelde basisprincipes voor de nieuwe structuur van de adviesraden in de lijn liggen van de besprekingen die in de werkgroep rond de statutenwijziging werd gehouden. De stedelijke sportraad kan zich akkoord verklaren met de drie vooropgestelde basisprincipes.

De jeugdraad kreeg op 28 februari een toelichting van de bedrijfsdirecteur cultuur, sport en jeugd over de vernieuwde aanpak van inspraak, advies en medebeheer van de jeugdraad. Er werden verschillende opmerkingen en suggesties meegegeven. Op 3 maart werd er nog een mail gestuurd vanuit de jeugdraad en het jeugdwerk met de duidelijke oproep om actief betrokken te worden bij het verder uitwerken van het kader tot vernieuwing van de inspraakprocessen in het jeugdbeleid.

Aanleiding en context

De bestaande adviesorganen vervullen een drieledige opdracht: beleidsadvisering, inspraak en medebeheer in extern verzelfstandigde agentschappen. Er bestaat een ruime consensus (bij cultuur-, sport- en jeugdbeleidscoördinatoren, (districts-)politiek en leden van adviesorganen zelf) om de bestaande adviesorganen (nog) meer open, representatief en effectief te maken, zowel door aanpassingen in hun structuur als door het optimaliseren van de inzet van (bestaande) middelen die ter beschikking staan. Het stadscollege gaf de opdracht om op basis van deze principes de werkwijze en modaliteiten van de adviesorganen voor cultuur, sport, jeugd en senioren aan de gemeenteraad voor te leggen.

De gemeenteraad is volgens het Gemeentedecreet - binnen een aantal wettelijke bepalingen - bevoegd voor de organisatie van raden en overlegstructuren die tot opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren. De gemeenteraad bepaalt de voorwaarden, werkwijze en procedures en stelt de nodige middelen ter beschikking voor de adviesopdracht (Gemeentedecreet art. 199 en 200). De aanvang van een nieuwe bestuursperiode is dan ook het moment om deze voorwaarden, werkwijze en procedures te herbekijken.

Het bestuursakkoord 2013-2018 legt de nadruk op een versterkte rol voor de districten, onder meer voor het lokaal cultuur-, sport- en jeugdbeleid (BA 411: stadsbrede oefening om te onderzoeken welke bevoegdheden met betrekking tot persoonsgebonden materies naar de districten kunnen gaan).
Verder wordt hierin belang gehecht aan jongeren en inspraak (BA 315: stedelijke jeugdraad als adviserend orgaan waarderen en betrekken bij beleidsthema’s die jongeren aanbelangen; deze betrokkenheid kan toegepast worden op de inrichting van het openbaar domein, maar evenzeer inzake veilige schoolomgevingen, mobiliteit, de locatie van nieuw in te planten infrastructuur en tewerkstelling; bekijken welke andere participatie-initiatieven mogelijk zijn naast het betrekken van de jeugdraad).
Tevens wordt gewezen op het belang van een modern klantenmanagement dat inspeelt op digitale ontwikkelingen (BA 422: hervormen van alle vormen van dienstverlening binnen de principes van een modern klantenmanagement waar digitaal werken, uniforme intake en proactief klantgericht werken vooropstaat).
Daarnaast hechten alle districtsbestuursakkoorden extra aandacht aan participatie, inspraak en de werking van hun adviesorganen (district Antwerpen AN011,012,013, Berchem BE002, Borgerhout BO001, BO033, BO 034, BO 037, BZL BZL158, Deurne DE 002, DE005, DE 006, DE 016, Ekeren EK 055, Hoboken HO 008, HO 047, HO 066, Merksem ME 007, ME008, ME009, ME038, en Wilrijk WI 051, WI 067, WI151, WI152).
Het huidige voorstel van aangepaste werkwijze speelt in op deze aandachtspunten uit de bestuursakkoorden en tracht zo een antwoord te bieden op bovenstaande noden.

De huidige districtscultuurraden zijn samengesteld uit verenigingen, deskundigen en professionelen. Geïnteresseerde individuen en ongeorganiseerde burgers zijn zwak tot niet vertegenwoordigd. De stedelijke cultuurraad is samengesteld uit afgevaardigden van districtscultuurraden, deskundigen en professionelen. Professionele cultuurhuizen worden moeilijk bereikt; geïnteresseerde individuen en ongeorganiseerde burgers hebben binnen de huidige structuur geen plaats. Ook de huidige districtssportraden zijn samengesteld uit verenigingen, deskundigen en professionelen. Ook hier zijn geïnteresseerde individuen en ongeorganiseerde burgers zwak tot niet vertegenwoordigd. Op stedelijk niveau wordt de sportraad uitgebreid met een raad van adviseurs. Een gelijkaardig stramien is merkbaar in de jeugdraden. Deze hebben het het moeilijkst: er is al enkele jaren geen stedelijke voorzitter meer en ook in drie districten staat de jeugdraadwerking op een laag pitje. De stedelijke jeugdraad werd in feite bijna volledig bevolkt door professionele jeugdwerkers.

Hier volgen enkele cijfers over samenstelling en adviesverlening van de adviesorganen in 2012.

  • De districtscultuurraden bereiken/behouden moeilijk professionelen in hun werking: gemiddeld gaat het om 22% binnen het bestuur, en slechts 9% van alle 640 leden van de algemene vergaderingen. 75% van de leden zijn verenigingen. Er wordt zelden of niet advies gegeven op eigen initiatief. Uitzondering hierop zijn de cultuurraden van Borgerhout (vijf eigen adviezen of 100% van de gegeven adviezen), Deurne (vier of 57% ervan) en Hoboken (twee of 50% ervan). De raden worden om de zes jaar hersamengesteld, met uitzondering van de cultuurraad van district Antwerpen die om de drie jaar hersamengesteld wordt en Borgerhout waar het bestuur na drie jaar wordt herkozen.
  • De sportraden leveren gemiddeld vijf adviezen per jaar. Voorzitters zijn voornamelijk afkomstig van sportverenigingen. De raden worden om de zes jaar hersamengesteld, met uitzondering van de sportraad van district Antwerpen die om de drie jaar hersamengesteld wordt en Borgerhout waar het bestuur na drie jaar wordt herkozen.
  • De jeugdraden bereiken quasi geen individuen; het is vooral een forum voor de jeugdverenigingen. In Deurne en Hoboken zijn er geen jeugdraden, in district Antwerpen kwam die slechts één maal samen. Ook bij de jeugdraden wordt slechts weinig advies gegeven op eigen initiatief (met uitzondering van Ekeren, waar drie van de vijf adviezen op eigen initiatief kwam). Wat de stedelijke jeugdraad betreft, daar zijn gemiddeld acht professionelen aanwezig op de tien vergaderingen om de jongeren te vertegenwoordigen. Gemiddeld zetelen er over een periode van tien jaar, jaarlijks negen professionelen ten opzichte van nul individuele jongeren in de stedelijke jeugdraad. Jeugdraden bereiken moeilijk jongeren die als voorzitter willen zetelen, zodat er vaak geen voorzitter is - ook al staat dit in de statuten vermeld.

Argumentatie

Het principevoorstel is opgebouwd rond drie speerpunten:

1. Adviesorganen verstevigen hun vertegenwoordigende rol op districtsniveau. De organisatiestructuur wijzigt hier niet. Clubs en verenigingen vaardigen af en vinden hier een forum, eventueel samen met deskundigen en professionelen (bijvoorbeeld decretaal verplicht bij cultuur). Er wordt aandacht besteed aan deskundigheid en openheid om zo als vertegenwoordigend orgaan voor het lokale veld te kunnen fungeren. De lokale adviesraad krijgt ook een duidelijkere rol op stedelijk niveau toebedeeld (zie 2). Tenslotte vaardigen de lokale raden mensen af voor lokaal medebeheer (bijvoorbeeld in vzw Lokaal cultuurbeleid). Met dit eerste speerpunt wordt ingespeeld op de verhoogde aandacht voor de districten en de aandacht rond inspraak op districtsniveau. Tevens voldoet de stad hiermee aan de wettelijke verplichtingen inzake adviesorganen.

2. Een afvaardiging per district zetelt in een stedelijk adviesoverleg, een ‘conferentie’ van raadsafgevaardigden per domein (cultuur, sport en jeugd). Deze conferentie zorgt voor afstemming en uitwisseling, adviseert eventueel bij stedelijke aangelegenheden en vaardigt eventueel mensen af voor medebeheer in stedelijke agentschappen (bijvoorbeeld vzw Antwerpen Sportstad).  
Beleidsadvisering rond stedelijke bevoegdheden wordt enerzijds gegeven door de conferentie van raadsvertegenwoordigers, die input leveren vanuit de gebruikersvertegenwoordigingen in de lokale adviesraden, en anderzijds door bestaand of ad hoc samen te stellen comités van deskundigen (ervaringsdeskundigen of experten) en sectorverenigingen (bijvoorbeeld het Antwerps Kunstenoverleg, Fameus, topsportfondsjury, overleg professionele jeugdwerkers, ...).
 
3. Het bestuur waarborgt participatieve democratie door optimaal gebruik te maken van hedendaagse instrumenten (zoals digitale platforms, Oor, wiki, etc ) om te komen tot een meer effectief en ruimer bereik. Deze instrumenten - waar relevant overigens niet te beperken tot digitale instrumenten, maar bijvoorbeeld ook doe-participatie - worden specifiek ingezet voor inspraak rond projecten en vullen de bestaande werking van het stedelijk wijkoverleg (SWO) aan. Elke Antwerpenaar heeft idealiter toegang tot een open, laagdrempelig en permanent adviesplatform. Zo is elke Antwerpenaar als het ware lid van het ruime platform van adviesorganen.

Wat de inspraak-effectiviteit betreft (met name het aantal zinvolle bijdragen van burgers en gebruikers aan adviezen), bestaan reeds een aantal instrumenten zoals een wiki (adviesorganen.wiki.antwerpen.be, momenteel enkel voor intern gebruik door de administratie), Oor (oor.antwerpen.be, ontwikkeld in functie van jeugdinspraak), SWO-platformen stadindialoog.be (voor inspraak door inwoners) en samenborgerhout.be (voor inspraak door Borgerhoutenaren), alsook het digitaal platform adviesraden.stadindialoog.be (voor gebruik door de adviesraden zelf). Deze kunnen de inspraak en werking van de adviesorganen meer democratisch, transparant en efficiënt maken. Hiervan wordt momenteel nog maar selectief gebruik gemaakt. ‘Oor’ kan één jaar na de lancering een mooi palmares voorleggen: in 2012 gaven 1.270 individuele kinderen, tieners en jongeren hun mening over 22 projecten, waarvan elf projecten met betrekking tot het openbaar domein. 

Er ontstaan zo drie niveaus: (1) een 'open raad' van alle bewoners of van bepaalde doelgroepen, zoals jongeren (naar het model van 'Oor'), (2) een districtsadviesraad van gebruikers, professionelen en deskundigen met hun conferentie van raadsafgevaardigden en (3) bestaande of ad hoc samen te stellen expertencomités en sectorverenigingen.

Op deze manier worden advisering en inspraak binnen het wettelijk vastgelegd kader meer afgestemd op hedendaagse noden en behoeften. Daarin wordt het scheppen van de voorwaarden om efficiënte en kwalitatieve inspraak mogelijk te maken de kern van de inhoudelijke ondersteuningsopdracht van de administratie. De conferentie van raadsafgevaardigden per domein ziet hierop toe en kan het beleid ook aanspreken op het voeren van inspraak.

Om deze werkwijze goed te laten verlopen wordt tevens een sjabloon en procedure voor adviesverlening uitgeschreven. Het sjabloon bevat de regels van wat in een advies moet staan. De procedure vermeldt de rol van de verschillende partners, de flow van een advies en een timing voor reactie. De administratie zorgt ervoor dat deze procedure gevolgd wordt. 

Juridische grond

  • Gemeentedecreet van 15 juli 2005, titel1 art 3, titel VI hoofdstuk II art 199 en 200;
  • Cultuurpactdecreet van 28 januari 1974, hoofdstuk II art3, 4 en 5, en hoofdst III art 6 en 7;
  • Decreet lokaal cultuurbeleid van 6 juli 2012, tit 4 art 52 tot en met 58;
  • Decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid van 6 juli 2012, hoofdstuk 2, afd3, art 15;
  • Decreet lokaal jeugdbeleid van 27 juni 2012, art 2 en 5;
  • Gemeenteraadsbesluit van 13 november 200(jaarnummer 2261) met betrekking tot decentralisatie;
  • Gemeenteraadsbesluit van 13 december 2002 (jaarnummer 2707) en van 28 maart 2011 (jaarnummer 359) met betrekking tot de statuten van de cultuurraad;
  • Gemeenteraadsbesluit van 18 oktober 2005 (jaarnummer 2419) met betrekking tot de statuten van de jeugdraad;
  • Gemeenteraadsbesluit van 22 april 2002 (jaarnummer 724). Statuten stedelijke sportraad en vzw Antwerpen Sportstad. Goedkeuring aangepaste statuten - vertegenwoordiging stad Antwerpen in de vzw Antwerpen Sportstad. Wijziging beleidsrichtlijn.
  • Gemeenteraadsbesluit van 24 juni 2003 (jaarnummer 1259). Statuten stedelijke sportraad. Goedkeuring aangepaste statuten.
  • Gemeenteraadsbesluit van 23 april 2007 (jaarnummer 962). Stedelijke sportraad. Aanpassing statuten. Goedkeuring.

Fasering

De hersamenstelling van adviesorganen gebeurt na de installatie van de nieuwe besturen. Het is daarom aangewezen:

  • eerst een stedelijk beleidskader te scheppen: het college gaf de bedrijfseenheid cultuur, sport en jeugd de opdracht op basis van bovenvermelde drie principes een modelontwerp van statuten voor de adviesorganen voor te leggen aan de gemeenteraad;
  • waarna de verschillende sectoren/districten dit met hun adviesorganen bekijken en de vertaalslag maken naar een voorstel tot aanpassing van de statuten en de werkwijze;
  • na aanpassing van de statuten kunnen op stedelijk niveau de organen opnieuw samengesteld worden. Op districtsniveau kunnen de raden nu reeds opnieuw samengesteld worden, dan wel te wachten tot de statuten aangepast zijn - dit binnen de wettelijke bepalingen van het decreet.

Tenslotte wordt parallel bekeken welke middelen verder ontwikkeld of ingezet kunnen worden (wiki, intranet, andere ondersteuning) om de inspraak en participatie op een actuele en open manier te organiseren en de inspraakorganen optimaal te laten functioneren.

Besluit

Het districtscollege antwerpen beslist:

Artikel 1

Het districtscollege neemt kennis van de principesbeslissing van het college om de bestaande adviesraden op stads- en districtsniveau om te vormen tot meer hedendaagse advies- en inspraakorganen. De vernieuwde structuur vertrekt van de volgende basisprincipes:

  1. adviesorganen verstevigen hun vertegenwoordigende rol op districtsniveau;
  2. een afvaardiging per district zetelt in een stedelijk adviesoverleg, een conferentie van adviesraadsafgevaardigden per domein, met daarnaast advies van bestaande of ad hoc comités;
  3. het optimaal gebruik maken van hedendaagse inspraak- en adviesinstrumenten.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen

  • Adviesraden en inspraak 2013-2018[1]m.pdf
  • adviesraad_bijlageCB_20130225.pdf