Terug

2013_CBS_06009 - Antwerpen. Minder hinder zuid - Collegiale brief flankerende maatregelen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 14/06/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef; Patrick Van Hoof, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_06009 - Antwerpen. Minder hinder zuid - Collegiale brief flankerende maatregelen - Goedkeuring 2013_CBS_06009 - Antwerpen. Minder hinder zuid - Collegiale brief flankerende maatregelen - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Naar aanleiding van de geplande werken in de periode 2013-2018 en de noodzaak om Antwerpen tijdens deze periode multimodaal bereikbaar te houden, werd een overkoepelend multimodaal bereikbaarheidsconcept ontwikkeld. Dit bereikbaarheidsconcept dient volgens het collegebesluit van 24 mei 2013 (jaarnummer 5167) als toetsingskader ingezet te worden bij de planning en afstemming van de werven en dient als basis gebruikt te worden voor verder overleg en afspraken met de externe partners. 

De stad Antwerpen, de BAM, AWV en De Lijn hebben in de omgeving van het zuid verschillende projecten gepland die de bereikbaarheid en de uitstraling van de stad moeten verbeteren. Het gaat concreet om de volgende projecten:

  • De aanleg van tramsporen in de Brusselstraat tussen de Bolivarplaats en de Brederodestraat in het kader van Brabo II (start werken eind 2013). Deze werf omvat ook een volledige heraanleg van de Singel tussen de Bolivarplaats en de afrit Antwerpen-Centrum van de Ring en de aansluiting op de bestaande tramsporen in de Brederodestraat. Dit is een gezamenlijk project van De Lijn (aanbestedende overheid), de BAM, de stad Antwerpen (en het district Antwerpen) en AWV. 
  • De heraanleg van fietspaden en vergroenen van de middenbermen en de parkeerstroken van de Singel tussen de Gerlachekaai en de Stenenbrug (start werken september 2013). Door het smalle profiel van de Namenstraat en de Jan Van Gendtstraat resulteert dit in een volledige heraanleg van beide straten. Dit is een gezamenlijk project van AWV en de stad Antwerpen.
  • De heraanleg van voetpaden en parkeerstroken in de Brederodestraat en de heraanleg van het pleingedeelte van de Troonplaats (start werken najaar 2013). Dit is een project van de stad Antwerpen waarvoor gebruik wordt gemaakt van EFRO-middelen en dat bijgevolg moet afgerond en gefactureerd worden voor eind 2014.

Argumentatie

De werven in de omgeving van het zuid zijn de aanleiding om het bereikbaarheidsconcept een eerste maal toe te passen. De stad Antwerpen heeft daartoe de huidige problematiek en de mogelijke impact van de verschillende werven in beeld gebracht en vervolgens een aantal scenario's ontwikkeld in functie van de multimodale bereikbaarheid van de stad Antwerpen. Daaruit blijkt dat de keuze van de fasering, de organisatie van de werf en de onderlinge afstemming van de werven een belangrijke rol spelen bij de duurtijd en de ernst van de hinder voor de bereikbaarheid van Antwerpen. 

De stad Antwerpen verwacht dat de heraanleg van de Singel tussen de Bolivarplaats en de afrit Antwerpen-Centrum (in functie van Brabo II, Brusselstraat) de grootste impact zal hebben op de bereikbaarheid van Antwerpen. Uit de analyse van de onderzochte minder hinder-scenario's blijkt dat de capaciteit van de omleidingsroutes niet zal volstaan of dat de omrijfactoren zeer groot worden. Dit resulteert in doorstromingsproblemen in de omgeving van de Singel met mogelijk een impact tot op de ring en de A12. Tevens neemt het riscio op sluipverkeer doorheen de woonstraten van het Zuid aanzienlijk toe. Om de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid niet in het gedrang te brengen werden een aantal flankerende maatregelen onderzocht die de intensiteit op de Singel proberen te beperken en de doorstroming in de omgeving trachten te verbeteren.

Maatregel 1 - Directe afrit naar de Leien
Met deze maatregel streven we naar een ontlasting van de Singel door het verkeer vanaf het hoofdwegennet rechtstreeks naar de Leien te sturen. Momenteel moet het verkeer vanaf de binnenring via de Singel en de Bolivarplaats rijden om vervolgens via de ventweg aan te sluiten op de Leien. De indeling van de rijstroken op het kruispunt van de Leien, de Montignystraat en de Graaf van Hoornstraat is hierop afgestemd. Desondanks resulteert dit in een reductie van de afwikkelingscapaciteit van het kruispunt. De file die hierdoor ontstaat reikt tijdens de spits tot voorbij de Bolivartunnel en tot op de afrit richting Singel.
 
Om het verkeer vanaf de binnenring rechtstreeks naar de Leien te kunnen leiden moeten de afritten komende van de Kennedytunnel, de A12 en de binnenring herschikt worden. In de huidige situatie zijn er 3 stromen die samenkomen op de afrit:
  • Verkeer komende van de Kennedytunnel kan enkel naar de Leien rijden (ondanks een verbod rijden er af en toe ook voertuigen naar de Singel). 
  • Verkeer komende van de A12 kan kiezen tussen de Leien en de Singel.
  • Verkeer vanaf de Ring (komende van Antwerpen-Zuid) kan enkel naar de Singel rijden. 
In het voorstel van de stad Antwerpen moeten de afritten als volgt herschikt worden:
  • Verkeer komende van de Kennedytunnel en de A12 voegt samen op één rijstrook en kan enkel naar de Leien rijden. De verwachting is dat één rijstrook volstaat voor de huidige intensiteiten.  
  • Verkeer vanaf de Ring (komende van Antwerpen-Zuid) kan kiezen tussen de Singel en de Leien. Richting Leien krijgt het verkeer hiervoor een eigen rijstrook. Er is onvoldoende ruimte om het verkeer richting Leien tijdig te laten weven met de andere rijstroken op dit punt.
De aanpassingen aan de afritten zijn te realiseren door het verplaatsen van een aantal new yerseys (betonnen voertuigkeringen als scheiding tussen rijstroken) en het aanpassen van de markeringen en de signalisatie.
 
Door deze aanpassingen kan het verkeer vanaf de A12 op dit punt niet meer naar de Singel rijden. In de praktijk is deze stroom relatief beperkt en verwachten we dat dit verkeer zich zal verspreiden over drie routes die nu reeds frequent worden gebruikt, komende van de A12. Bestemmingsverkeer richting het Zuid zal gebruik maken van de Graaf Van Hoornstraat, verkeer richting de Emiel Vloorstraat zal gebruik maken van de Jan de Voslei en het verkeer richting Singel zal gebruik maken van de Jan van Rijswijcklaan. 
 
Op het moment dat het verkeer vanaf de binnenring via de Bolivartunnel rechtstreeks op de Leien komt volstaat het aantal opstelstroken niet meer ter hoogte van het kruispunt Leien, Montignystraat en Graaf van Hoornstraat. Door een aanpassing van de markeringen en een aangepaste signalisatie kan het verkeer vanuit de tunnel drie volwaardige rijstroken krijgen (één rijstrook linksaf, één rijstrook rechtdoor en één rijstrook rechtdoor gecombineerd met rechtsaf). De ventweg van de Leien moet daarvoor uit de voorrang gehaald worden. Aangezien deze ventweg enkel nog gebruikt zal worden door bestemmingsverkeer, worden de intensiteiten beperkt en zou dit geen problemen mogen opleveren. 
 
Maatregel 2 - Optimalisering verkeerslichtenregeling Kolonel Silvertopstraat
Met deze tweede maatregel trachten we de ontsluiting naar de Kolonel Silvertopstraat te verbeteren door de bestaande lichtenregeling te optimaliseren. Op de Kolonel Silvertopstraat zijn er tijdens de analyse van de huidige verkeerssituatie twee knelpunten naar voor gekomen. Een eerste knelpunt heeft betrekking op de afrit Kiel die gebruikt wordt door verkeer komende van de Bolivartunnel en de Kennedytunnel. De aansluiting van de afrit op de Kolonel Silvertopstraat is uitgerust met verkeerslichten. De ontsluiting van de afrit wordt echter gehinderd door de nabijheid van het kruispunt van de Kolonel Silvertopstraat met de Sint-Bernardsesteenweg, de Emiel Vloorstraat en de Generaal Armstrongweg.
 
De onderlinge coördinatie van de beide verkeerslichten zorgt ervoor dat het in eerste instantie rood wordt op het kruispunt met de Emiel Vloorstraat en pas later op het kruispunt ter hoogte van de afrit. De ruimte tussen beide kruispunten wordt bijgevolg gevuld met voertuigen komende van de Singel, zodat verkeer vanaf de afrit amper de mogelijkheid heeft om linksaf te draaien richting de Emiel Vloorstraat.  Dit leidt regelmatig tot een verstoorde afwikkeling van het kruispunt, maar mede door het beperkte verkeersaanbod op de afrit leidt dit maar zelden tot een terugslag tot op de verbindingen naar de A12.
 
De afwikkeling op de Kolonel Silvertopstraat kan verbeterd worden door de coördinatie van de verkeerslichten bij te sturen. Indien het verkeer op de Kolonel Silvertopstraat gelijktijdig rood krijgt op beide kruispunten zal de ruimte tussen beide kruispunten nooit volledig opgevuld geraken. Op die manier blijft er voldoende ruimte voor het verkeer vanaf de afrit om de Kolonel Silvertopstraat op te rijden richting Hoboken. Het beperkte capaciteitsverlies door de bijkomende roodtijd wordt gecompenseerd door de vlottere afwikkeling van het kruispunt.   
 
Het tweede knelpunt doet zich voor op aansluiting van de Jan de Voslei naar de Kolonel Silvertopstraat. Tijdens de spits staan hier lange wachtrijen door de beperkte groentijden. Binnen de huidige lichtenregeling is er echter ruimte om het rechtsafslaande verkeer meer groentijd te geven. Men kan hiervoor de groentijd benutten die verkeer vanaf de Kolonel Silvertopstraat (komende van de Singel) gebruikt om linksaf te slaan naar de oprit. Beide verkeersstromen hinderen elkaar niet en moeten conlictvrij afgewikkeld worden ten opzichte van de andere verkeersstromen op dit kruispunt. De enige voorwaarde is dat er gescheiden afslagstroken komen op de afrit (wijziging markeringen en signalisatie) en aangepaste verkeerslichten. 
 
Timing
Aangezien de projecten Brusselstraat en Brederodestraat reeds starten in het najaar 2013 is het belangrijk dat de betrokken partners op korte termijn kunnen starten met een onderzoek naar de haalbaarheid van de voorgestelde maatregelen. Vervolgens moeten de nodige financiële middelen vrijgemaakt worden om de aanpassingen aan de afritten en de verkeerslichtenregelingen te realiseren voor de start van deze werken. 

Behoud maatregelen na de werken
Indien deze maatregelen worden gerealiseerd is het belangrijk om de impact ervan op de verkeersstromen te monitoren. Bij een gunstige evaluatie kan men na het afronden van de werken zowel de optimalisatie van de lichtenregeling op de Kolonel Silvertopstraat als de rechtstreekse aansluiting van de afritten op de Leien behouden. Op die manier heeft men de moeglijkheid  om de bereikbaarheid van Antwerpen permanent te verbeteren en wordt een eerste stap gezet in de vereenvoudiging van de zuidelijke knoop. Een dergelijke maatregel heeft niet alleen een gunstig effect op de bereikbaarheid van de stad Antwerpen, maar zal ook een positief effect voor de verblijfskwaliteit in deze omgeving. De horecazaken rond de Bolivarplaats zijn reeds lang vragende partij om de verkeersdruk op het plein te verlagen. 

Juridische grond

De volgende wegen in de omgeving van het zuid vallen onder de bevoegdheid van het Vlaams Gewest

  • de verschillende autosnelwegen en de op- en afritten van deze autosnelwegen naar het onderliggende wegennetwerk;
  • de Namenstraat en Jan Van Gentstraat;
  • de Brusselstraat tussen de Bolivarplaats en de Singel;
  • de Singel tussen de Brusselstraat en de Kolonel Silvertopstraat, overgaand in de Desguinlei;
  • de Kolonel Silvertopstraat;
  • de Sint-Bernardsesteenweg.

De Vlaamse regering heeft de bevoegdheden rond de tramverlenging Brusselstraat in het kader van Brabo II gedelegeerd naar de BAM volgens het besluit van 9 mei 2008. Zoals vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst Brabo II (goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 oktober 2011, jaarnummer 1228) staat BAM in voor de coördinatie van het project in de ontwerpfase. Vanaf de bouwfase neemt De Lijn de rol over van leidend ambtenaar en coördinator. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het voorstel voor de aanpassing aan de afrit Antwerpen-Centrum en het kruispunt Leien-Graaf van Hoornstraat-Montignystraat goed en vraagt aan het Vlaams Gewest (Agentschap Wegen en Verkeer) en de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) om deze maatregel verder te onderzoeken in samenspraak met de externe partners en de stad Antwerpen. 

Artikel 2

Het college keurt het voorstel voor de optimalisatie van de verkeerslichtenregeling op de Kolonel Silvertopstraat goed en vraagt aan het Vlaams Gewest (Agentschap Wegen en Verkeer) en de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) om deze maatregel verder te onderzoeken in samenspraak met de externe partners en de stad Antwerpen.  

Artikel 3

Het college beslist om er bij het Vlaams Gewest en de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) op aan te dringen om deze voorstellen te realiseren als minder hinder maatregel voor de start van de werken aan de Brusselstraat en de Brederodestraat indien blijkt dat de voorgestelde maatregelen technisch haalbaar zijn. 

Artikel 4

Het college beslist om er bij het Vlaamse Gewest en de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) op aan te dringen om de nieuwe verkeerssituatie bij een mogelijke realisatie samen met de betrokken partners te evalueren. Indien blijkt dat de ingrepen bijdragen tot een betere bereikbaarheid van Antwerpen en een verhoogde verblijfskwaliteit in de omgeving van de Bolivarplaats wenst de stad Antwerpen te onderzoeken of deze maatregelen behouden kunnen blijven na het beëindigen van de werkzaamheden aan de Singel en de Brederodestraat. 

Artikel 5

Het college keurt de collegiale brieven aan het Vlaams Gewest (Agentschap Wegen en Verkeer) en de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) inzake de minder hinder maatregelen aan de afritten Antwerpen-Centrum en de Kolonel Silvertopstraat goed.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.