Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op 30 maart 2012 (jaarnummer 3105) besliste het college tot opname van de "Gedempte Zuiderdokken" in het vergunningenregister, als vermoeden van vergunning. Deze beslissing werd aangevallen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, die bij arrest van 29 januari 2013 voornoemde beslissing vernietigd heeft.
De motivering van het arrest van de Raad, wat geleid heeft tot de vernietiging, laat zich als volgt samenvatten:
Op 8 februari 2013 (jaarnummer 1236) besliste het college om de opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning van het middengedeelte van de Gedempte Zuiderdokken, zoals omschreven in het advies van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar, goed te keuren. Dat collegebesluit omvat een motivering niet alleen over de constructies op de dokken, maar ook over het gebruik ervan als parking en evenementenplein, waarbij zich de vraag stelt of het vermoeden zich over dit gebruik/deze functies kan uitstrekken.
Bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen werd daaromtrent een verzoekschrift ingediend tot schorsing- en vernietiging van dit besluit.
Om hierover onduidelijkheid en onzekerheid weg te nemen, wordt het besluit van 8 februari 2013 ingetrokken in zitting van 21 juni 2013.
Door de stad Antwerpen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen, wordt gevraagd om enkel de twee constructies op het middengedeelte van de "Gedempte Zuiderdokken" op te nemen in het vergunningenregister, wegens vermoeden van vergunning.
Ligging
De ligging van “Gedempte Zuiderdokken” kan als volgt omschreven worden:
De Zuiderdokken (het Kooldok, het Schippersdok en het Steendok) maakten voorheen deel uit van de Antwerpse haven. In de loop der jaren werden de Zuiderdokken verouderd en te smal voor grotere en bredere schepen. Tegelijkertijd werd de haven in de richting van de Nederlandse grens uitgebouwd, waardoor de Zuiderdokken hun economisch belang verloren. Op 1 juli 1967 werden de Zuiderdokken buiten gebruik gesteld om vanaf 15 juli 1968 gedempt te worden. Deze dempingswerken werden op 3 juni 1969 opgeleverd en grotendeels (= het volledige onderwerp van opname in het vergunningenregister) in gebruik genomen als parking. De demping van de dokken op zich kan gezien worden als een aanmerkelijke reliëfwijziging, die thans vergunningsplichtig zou zijn conform het artikel 4.2.1.4° van de VCRO.
Het was in de gemeenteraadsbeslissing van 8 april 1968 dat goedkeuring werd verleend aan het lastenkohier voor de demping van de Zuidschippersdokken (1_023_GR_19680408)
In het collegebesluit van 18 juli 1968 (CB_19680718) wordt het voorstel van de toenmalige zevende directie bijgetreden om de dempingswerken van het Kooldok (meest noordelijke dok, zie ook de ligging van de dokken op plan) aan te vatten en op de aldus beschikbare ruimte de Sinksenfoor van 1969 te houden. Daarnaast wordt tevens opdracht gegeven om verhardingen aan te brengen voor het houden van de Sinksenfoor. Het college hechtte ook zijn goedkeuring aan het voorstel van de dienst werken om de zuiderdokken na de demping te bestemmen voor:
Na de dempingswerken zijn er bovenop de dokken verschillende verhardingen aangebracht, hetgeen conform het artikel 4.1.1.3° van de VCRO beschouwd moeten worden als “constructies”.
In het boek “Sinksenfoor – een tapijt vol beweging” (FOLLET M., Antwerpen, uitg. Vrijdag, 2009) lezen we op p. 46 tot en met 62 onder andere het volgende: “De aannemer schatte dat begin februari 1969 de voorlopige bedekking op 14 mei 1969 klaar zou zijn om de foor te ontvangen op 24 mei 1969. De aannemer uit Wilrijk (Sander Carpentier) gaf de opgespoten grond een keurige bedekking met ‘kinderkopkes’, een klus van 3,5 miljoen frank. […] In totaal werden 1 120 000 kasseien aangevoerd om het terrein te verharden. 32 000 vierkante meters vol stenen, allemaal afkomstig van de stedelijke bewaarplaats voor kasseien in de Polderstraat. De stenen hadden een verleden. Stuk voor stuk waren het pronkstukken uit de vroegere binnenstad […].Bij de openingsdag op 25 mei 1969 kwam de Sinjoor massaal opdagen om te kijken naar de metamorfose van ‘zijn’ foor. […] Na het dempen van de dokken in 1969 waren er nog heel wat kosten en werken. De eerste editie (Sinksenfoor) op het zuid was niet eens afgelopen of het terrein bleek al een halve meter weggezakt. Een deel moest opnieuw worden gekasseid en dat bleef enkele jaren duren. Ook in 1970 zakten alle attracties op zes weken tijd nog twintig centimeter weg.”
Tien jaar na de demping en de aanleg van de verharding in 1969, is het gewestplan Antwerpen vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979. In het gewestplan worden de Gedempte Zuiderdokken aangeduid als een parkgebied. Het bijzonder plan van aanleg “Antwerpen-Zuid” van 2 december 1985 gaf aan het gebied de bestemming “zone voor openbaar groen en recreatie”.
Op heden omvat de “Gedempte Zuiderdokken” een rechthoekig plein gelegen tussen de straten Waalsekaai en Vlaamsekaai. In het noorden wordt het plein begrensd door de Scheldestraat en in het zuiden door de Namenstraat.
Kadastrale omschrijving van dit gebied:
Artikel 5.1.2§1 en volgende van de VCRO vermeldt dat het vergunningenregister ten minste “het kadastraal nummer, het huisnummer en de straatnaam” omvat, geordend per kadastraal perceel. Deze gegevens zijn terug te vinden in de kadastrale legger, wat een register is dat inlichtingen bevat omtrent de aard, de oppervlakte en het kadastraal inkomen van alle percelen. De administratie van het kadaster hanteert dit register om de belastbare en niet belastbare kadastrale oppervlakten evenals het belastbaar en vrijgesteld kadastraal inkomen te bepalen. Het register heeft tot doel belastingen te innen op onroerend goed. Dit maakt dat niet alle percelen gekadastreerd zijn, zoals waterlopen, wegen, pleinen, en dergelijke meer.
In casu hebben de gedempte zuiderdokken geen kadastraal nummer omdat ze een openbaar plein/weg zijn, zodat om tegemoet te komen aan artikel 5.1.2§1 en volgende de locatie precies dient omschreven aan de hand van de ligging ten aanzien van de voorliggende wegen.
De “Gedempte Zuiderdokken” kunnen ingedeeld worden in drie delen (noordelijke kop – middengedeelte – zuidelijke kop), die in de loop der jaren de hieronder beschreven feitelijke invulling hebben gekregen.
Noordelijke kop
In de noordelijke kop (ter hoogte van de Scheldestraat) is een speelterrein gerealiseerd (het “Regenboogpark”). Hiervoor werd een stedenbouwkundige vergunning verleend door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar op 28 november 2006.
Middengedeelte
Het middengedeelte van het gebied werd, sinds de demping van de dokken in 1969, aangelegd als een terrein dat wordt gebruikt voor twee gebruiken/bestemmingen, namelijk in hoofdzaak als parking en occasioneel als evenementenplein.
Onder de definitie van een constructie wordt in artikel 4.1.1.3° van de VCRO verstaan: een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding, een publiciteitsinrichting of uithangbord, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds.
Het middengedeelte bestaat uit twee constructies:
Zuidelijke kop
In de zuidelijke kop (tussen Namenstraat, Waalsekaai, Vlaamsekaai en Verviersstraat) is een speel- en sportterrein opgericht (het “Waterpoortpark”). Hiervoor werd een stedenbouwkundige vergunning verleend door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar op 10 juni 2011.
Op te nemen constructie
De opname in het vergunningenregister omvat enkel de twee constructies (=verhardingen) in het middengedeelte.
Actieve onderzoeksplicht
Conform het artikel 5.1.3, § 2 VCRO rust op de gemeentelijke overheid een plicht om actief te onderzoeken of de constructie, waarvan opname gevraagd wordt, voldoet aan de voorwaarden van het artikel 4.2.14, § 2 VCRO.
De constructies in het middengedeelte van het gebied werden na de demping in 1969 aangelegd voor twee gebruiken/functies, namelijk in hoofdzaak betreft het een parking en occasioneel worden er ook evenementen georganiseerd zoals de Sinksenfoor.
Aangaande de realisatie van de constructies vóór 1979
De kasseizone, waarop geparkeerd wordt, werd aangelegd in 1969, hetgeen blijkt uit de volgende bewijsmiddelen:
De verharde zone, waarop nu niet geparkeerd wordt, doch waarop de evenementen wel plaatsvinden, werd “aangelegd” naar aanleiding van een collegebesluit van 11 april 1969, na kennis te hebben genomen van het verslag van de zevende directie en de dienst voor werken, waarin opdracht wordt gegeven aan de dienst voor werken om bij voorrang uitvoeringsvoorstellen in te dienen voor het bestraten van het nog onverharde zuidelijk gedeelte van de gedempte zuiderdokken, hetgeen blijkt uit de volgende stukken:
In 2003 werden er - in het kader van onderhoudswerken - in het midden van de verharde zone, tijdelijke betonplaten aangelegd. Deze zijn eenvoudig te verwijderen.
Geen tegenbewijs
Conform het artikel 4.2.14. §2. van de VCRO geldt het vermoeden van vergunning niet indien het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Conform het artikel 5.1.3. § 2 van de VCRO dient actief onderzocht te worden door de gemeentelijke overheid of dergelijk tegenbewijs bestaat. De vaststelling van het feit dat bij de overheid geen geldig tegenbewijs bekend is, geldt als motivering voor een opname als “vergund geacht”.
Welnu: uit nazicht van vergunningenregister en dossieropvolgingssysteem “Klachten.Net” waarin respectievelijk alle proces-verbalen en klachten worden geregistreerd blijkt dat het vergund karakter van de inrichting niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, binnen de periode van 1969-1979.
Conclusie
Bestaande constructies worden geacht te zijn vergund wanneer zij gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, in dit geval het Gewestplan Antwerpen, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979.
Er kan worden vastgesteld dat de hoger aangeduide constructies (de kasseizone en de oorspronkelijke verharde zone) op de Gedempte Zuiderdokken werden gerealiseerd in de periode tussen 22 april 1962 en 3 oktober 1979 (inwerkingtreden van het gewestplan).
Op basis van de hierboven opgestelde argumentatie en voorgelegde bewijstukken kan de aanvraag tot opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, worden ingewilligd.
Volgens artikel 5.1.3 §2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kunnen bestaande constructies waarvoor door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel is aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen ze gelegen zijn, en waarvan het vergund karakter door de overheid niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet-anoniem bezwaarschrift, telkens binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructies, worden opgenomen in het vergunningenregister als "geacht vergund".
Het college beslist om de opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning van het middengedeelte van de Gedempte Zuiderdokken, zoals omschreven in bovenstaande argumentatie, goed te keuren.
Het college beslist een planningsproces op te starten met het oog op het wijzigen van de bestemming van het plein Gedempte Zuiderdokken.