Terug

2013_CBS_05985 - Patrimonium cultuur. Haalbaarheidsstudie Bourlaschouwburg en Schermenhuis - Eindrapport - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/06/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roeland Gielen, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Roel Verhaert, stadssecretaris; Patrick Van Hoof, plaatsvervangend korpschef

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_05985 - Patrimonium cultuur. Haalbaarheidsstudie Bourlaschouwburg en Schermenhuis - Eindrapport - Goedkeuring 2013_CBS_05985 - Patrimonium cultuur. Haalbaarheidsstudie Bourlaschouwburg en Schermenhuis - Eindrapport - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.

Aanleiding en context

fase bestuursorgaan datum jaarnummer
goedkeuring bestek en procedure college 30 maart 2012 03254
goedkeuring gunning college 22 juni 2012 06517

 

Argumentatie

Op 25 april 2013 vond de oplevering plaats van de haalbaarheidsstudie van de Bourlaschouwburg en het Schermenhuis, die op 1 augustus 2012 gestart was.

Het opdracht omvatte het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie naar de transitie van de Bourlaschouwburg naar een hedendaags theater. Uitgangspunt hiervoor was het plan van noden, wat niet mag verward worden met een eisenpakket voor de programmatie van het Toneelhuis, maar moet gezien worden als algemeen geldend, actuele, theatertechnisch programma van eisen. De studie formuleert verschillende opties die moeten gelezen worden als onderzoeksgebieden en niet als concrete voorstellen.

De uitersten van deze onderzoeksgebieden zijn enerzijds het maximaal invullen van het plan van (theatertechnische) noden in het historisch gebouw en anderzijds de maximale valorisatie van de unieke erfgoedwaarde dat de samenhang is van theatermechaniek en bouwconstructie met historisch waardevolle interieurs. Een gulden middenweg is in dit gepolariseerd debat een non-optie, omdat het plan van noden niet gerealiseerd zal kunnen worden en de erfgoedwaarde niet behouden zal kunnen blijven.

Conclusies

In de studie wordt de inventarisatie, met inbegrip van het bouwhistorisch onderzoek, als waardevolle basis erkend, maar vormen de uitersten in dit stadium geen vertrekpunt voor een beleidsbeslissing.

Na overleg met KC en CS is beslist dat de stad in deze legislatuur wil inzetten op de restauratieve delen door middel van waardebehoudend onderhoud. Teneinde zowel de werking van het theater als de erfgoedwaarde te vrijwaren, kunnen in een eerste fase structurele herstellingswerken aan de buitenschil (restauratie dak en gevel, met isolatie en akoestische upgrade) worden uitgevoerd - begroot op 2 115 431,12 EUR, excl. btw, indexering en erelonen - gevolgd door interieurafwerking en verder onderzoek naar de veiligheid van het gebouw en zijn functionaliteit.

Adviezen

stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg Gunstig advies

De dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg beoordeelt de uitgevoerde studie als een waardevol werkstuk waarbij vooral de historische analyse een duidelijk inzicht geeft in het ontstaan en de evolutie van het gebouw en zijn infrastructurele voorzieningen. De erfgoedwaarden worden duidelijk in beeld gebracht. Het is duidelijk dat de resultaten van de studie sterk gedetermineerd werden door de vraagstelling, waarbij in de eerste plaats de noden van een hedendaags theater werden afgetoetst. Als een gelijkaardige studie het gebouw als uitgangspunt zou nemen en daarbij passende bestemmingen gezocht worden dan zou deze haalbaarheidsstudie wellicht tot andere conclusies leiden.

Het extreem karakter van de verschillende scenario’s, meer bepaald het scenario waarin herstel en reconstructie vooropgesteld worden, geeft de indruk dat vanuit de erfgoedsector een doorgedreven reconstructie wenselijk zou zijn. Dit is niet het geval. Anderzijds is de erfgoedwaarde van de historische theatermachine uitzonderlijk groot, waardoor een scenario dat uitgaat van de volledige verwijdering hiervan niet haalbaar is.

Het is belangrijk om in afwachting van een mogelijke grondige aanpak van het gebouw in de eerste plaats in te zetten op het basisonderhoud van de buitenschil, evenals op mogelijke andere werken die een verder gebruik van het gebouw in zijn huidige functie moeten verzekeren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van het eindrapport van de haalbaarheidsstudie, die uitgevoerd is in functie van verdere investeringen in het gebouw en die is uitgevoerd door de tijdelijke vereniging Hub, Origin, Ttas, Bureau Bouwtechniek, Daidalos en Fpc.

Artikel 2

Het college keurt goed dat de inventarisatie, zoals uitgewerkt in de haalbaarheidsstudie, als leidraad dient bij de verdere ontwikkeling van een beheersprogramma voor de Bourlaschouwburg. Dit impliceert dat, wanneer we komen tot de restauratie van de Bourlaschouwburg, het uitvoeren van structurele herstellingswerken aan de buitenschil als eerste zal geschieden.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan:

CS om aan de concessionaris een lijst van geplande werken op te vragen die hij met de jaarlijkse stadstoelage wil realiseren
CS om advies te vragen aan PO mbt prioritisering van door de concessionaris geplande werken