De kosten voor de uitvoering van de riolerings-, bestrating- en groenwerken, alsmede de aanleg van de openbare verlichting en de nutsleidingen, worden volledig gedragen door de ontwikkelaar. Na de definitieve oplevering van de infrastructuurwerken worden de gronden kosteloos overgedragen aan de stad Antwerpen en ingelijfd in het openbaar domein.
Er is een participatietraject opgestart in samenwerking met het stedelijk wijkoverleg. Op 18 september 2011 werd een infodag georganiseerd waarop het wedstrijdontwerp voor het masterplan werd gepresenteerd. Het ontwerp openbaar domein werd op 26 mei 2013 tijdens een infomoment over het totale project voorgesteld.
Op 19 mei 2009 (jaarnummer 6829) besliste het college de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) en randvoorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling van het projectgebied Nieuw Zuid goed te keuren.
Op 1 april 2010 verwierf de private ontwikkelaar Ontwikkeling Nieuw Zuid nv de gronden van het Fonds Voor Spoorweginfrastructuur gelegen aan de Ledeganckkaai.
Masterplan Nieuw Zuid.
Met het oog op het realiseren van een kwalitatief project, sloot Ontwikkeling Nieuw Zuid nv een samenwerkingsovereenkomst met AG Stadsplanning (goedkeuring raad van bestuur van 15 juli 2011 van AG Stadsplanning) voor de inhoudelijke begeleiding en kwaliteitsbewaking tijdens de opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid.
Op 1 april 2011 (jaarnummer 3407) keurde het college de projectdefinitie voor de opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid goed. Aangezien een ontwikkeling van de gronden van de private ontwikkelaar steeds in relatie met toekomstige omliggende projecten moet gebeuren, werd in het opdrachtgebied voor het Masterplan Nieuw Zuid ook de kaaizone ter hoogte van Nieuw Zuid en Konijnenwei opgenomen.
De opdracht voor opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid werd gegeven door de private ontwikkelaar, via een ontwerpwedstrijd. Op 15 juli 2011 besliste de raad van bestuur van AG Stadsplanning om als laureaat van de ontwerpwedstrijd het team van bureau Studio Associato Secchi-Viganò goed te keuren.
Op 5 oktober 2012 (jaarnummer 10436) keurde het college de finale versie van het masterplan goed. In het masterplan worden de krijtlijnen vastgelegd die de basis vormen voor de inrichting van het openbaar domein in de nieuwe woonwijk. Het masterplan legt de mobiliteitsprincipes vast en beschrijft het vocabularium van de woonerven, de woonstraten, de paden, de binnenstraat en de groen gebieden.
De aanleg van deze nieuwe wijk zal gefaseerd uitgevoerd worden vanaf het stadscentrum progressief richting Ring, vertrekkende van een eerste fase die de deelzones 0, 1 en 2 omvat.
Voorontwerp openbaar domein fase 1.
Op basis van het masterplan werd voor de inrichting van het openbaar domein in de deelzones 0, 1 en 2 van de nieuwe wijk een voorontwerp opgemaakt door Bureau Bas Smets. Het voorontwerp voor het openbaar domein van deze eerste fase met een inrichtingsvoorstel voor de straten, paden en de parkstructuur werd goedgekeurd door het college op 23 maart 2013 (jaarnummer 03222). Het college vroeg advies aan de districtsraad van Antwerpen.
Definitief ontwerp openbaar domein fase 1.
Momenteel ligt het definitief ontwerp voor van de inrichting van het openbaar domein voor de eerste fase. De ontwerpers koppelden tijdens het ontwerpproces herhaaldelijk terug met de stad. Het definitief ontwerp werd voorgelegd op de commissie openbaar domein van 6 mei 2013. Op basis van de opmerkingen paste de ontwerper hierna de plannen aan.
De grote ontwerpprincipes die voor de volledige wijk van kracht zijn, werden in het masterplan vastgelegd en verder uitgewerkt in voorliggend definitief ontwerp voor de eerste fase. Dit voorstel omvat in hoofdzaak de volgende principes:
1. Concept
2. Inrichtingprincipes per deellandschap
3. Thematische principes
De realisatie van het stadsontwikkelingsproject Nieuw Zuid zal gefaseerd uitgevoerd worden vanaf het stadscentrum progressief richting Ring, vertrekkende van een eerste fase die de deelzones 0, 1 en 2 omvat.
Opmerking: Het advies met betrekking tot het standaardmeubilair werd geïntegreerd in het definitief ontwerp. De voorwaarden rond de beplanting worden momenteel verder besproken met de stedelijke diensten en de ontwerpers van het BKP Groene Singel en zullen worden opgenomen in de aanbestedingsdocumenten.
De ontwikkeling van de woonwijk Nieuw Zuid is een private ontwikkeling. Het masterplan dat werd goedgekeurd door de stad en de ontwikkelaar vormt het kader voor de realisatie en legt onder andere de spreiding van alle functie in de woonwijk vast. De verschillende gemeenschapsfuncties zijn daarbij verspreid over het gehele projectgebied. Zo zijn in de eerste fase (deelzone 0, 1 en 2) locaties vastgelegd voor de realisatie van sociale woningen, een lagere school en 2 speeltuinen.
In deze eerste fase zorgen twee assen voor langzaam verkeer voor een goede toegankelijkheid van het bestaande aanbod van openbaar vervoer aan de zijde van de gedempte zuiderdokken. Wanneer de tijdelijke school en tijdelijke parking een definitieve bestemming krijgen, kan het padensysteem worden uitgebreid om verder aansluiting te zoeken met de Bolivarplaats. De wijk voorziet nu reeds in een padenstructuur met aansluiting op de kaaien, zodat er op langere termijn een vlotte aansluiting kan zijn met een bus of tramlijn op de kaaien.
Het masterplan voorziet in voldoende sport- en spelinfrastructuur en dit op niveau van de kaaien, de nieuwe woonwijk en de Konijnenwei.
Het inspraaktraject zal wordt georganiseerd tijdens de ontwerpfase van de twee speelterreinen die zijn voorzien in de eerste fase.
Dit werd door de ontweprer opgenomen in het definitief ontwerp.
Het definitief ontwerp voldoet aan de mobiliteitspricipes en parkeernormen zoals bepaald in het masterplan.
Er wordt naar aanleiding van het advies van de commissie openbaar domein aan SW/SD/JUR de opdracht gegeven om stadsbreed een oplossing te zoeken voor de problematiek van (deels) ondergrondse parkeergarages onder het openbaar domein.
In de commissie van 11 maart 2013 maakte de commissie voorbehoud voor de uitheemse plantkeuze en vroeg een meer grondige motivatie. De ontwerper werkte voor het definitief ontwerp 2 scenario’s uit: aanplanting met de inheemse lindes/olmen (A) en aanplanting met de eerder voorgestelde uitheemse moerascypressen/notenbomen (B). De inheemse boomkeuze (A) gebeurde in samenspraak met de bevoegde stadsdienst op basis van het stedelijk bomenboek.
De eigenschappen van de uitheemse bomen (scenario B) geven veel vrijheid naar inpassing in het ontwerp. Beide soorten zijn zeer standplaatscompatibel en bijzonder geschikt voor een mineraal vlak omdat ze diepwortelend zijn, de verharding niet opdrukken en minder eisen stellen naar groeiomstandigheden. Omdat ze hoog uitgroeien maar relatief smal zijn, kunnen ze dichter bij de gevel en dichter bij elkaar geplant worden, zodat in de straat een asymmetrisch profiel kan gerealiseerd worden met aan de zonzijde voldoende ruimte voor een terraszone met een afstand van 1,00 m tot de rijweg wat de verblijfskwaliteit ten goede komt. De uitheemse oorsprong van deze bomen vormt echter geen bijdrage aan de biodiversiteit.
Indien in de binnenstraat olmen/lindes (scenario A)aangeplant worden, moet, rekening houdend met de uitgroei van de kruin, een minimumafstand van 6 m tot de gevel en 10 m (richtlijnen bomenboek) tussen de bomen gerespecteerd worden. Deze voorwaarden zijn bepalend voor het ontwerp. De straat krijgt daardoor een symmetrisch profiel zonder overbreedte aan de zonzijde waardoor er veel minder terraszone mogelijk is en er minder bomen kunnen aangeplant worden dan bij de uitheemse. Bovendien is de linde een boom die gevoelig is voor bladluisaantasting en een heel dicht bladerdek heeft dat veel schaduw werpt.
De commissie erkent dat de keuze een dilemma is: volledig inzetten op biodiversiteit in het gebied en dus een ander profiel voor de binnenstraat of meer aandacht hebben voor de belevingswaarde in de binnenstraat als verblijfs- en ontmoetingsruimte. De keuze van de ontwerper voor deze uitheemse bomen ging niet alleen uit van de bijzondere kenmerken van de uitheemse bomen, maar ook naar de realisatie van een contrast met het park, de wadi’s en de erven. Anderzijds is het duidelijk dat de nagestreefde beeldkwaliteit en sfeer niet haalbaar is met toepassing van de volgens het bomenboek voorgestelde plantkeuze. Overwegingen in functie van ruimtelijke kwaliteit, maar ook omdat het aantal bomen in de hoofdstraat slechts 5% van het totale bomenpakket vertegenwoordigen, zijn de motivatie om te kiezen voor het voorstel met uitheemse bomen in de binnenstraat.
Het college keurt het definitieff ontwerp openbaar domein van de eerste fase van het project Nieuw Zuid goed.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | taak |
| CS/JEU | participatie uitwerking speeltuinen in samenwerking met ontwerper, ontwikkelaar, SW/OD en AG STAN |