Terug

2013_CBS_05750 - Nieuw Zuid - Definitief ontwerp openbaar domein fase 1 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/06/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roeland Gielen, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Roel Verhaert, stadssecretaris; Patrick Van Hoof, plaatsvervangend korpschef

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_05750 - Nieuw Zuid - Definitief ontwerp openbaar domein fase 1 - Goedkeuring 2013_CBS_05750 - Nieuw Zuid - Definitief ontwerp openbaar domein fase 1 - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiƫle opmerkingen

De kosten voor de uitvoering van de riolerings-, bestrating- en groenwerken, alsmede de aanleg van de openbare verlichting en de nutsleidingen, worden volledig gedragen door de ontwikkelaar. Na de definitieve oplevering van de infrastructuurwerken worden de gronden kosteloos overgedragen aan de stad Antwerpen en ingelijfd in het openbaar domein.

Inspraak

Er is een participatietraject opgestart in samenwerking met het stedelijk wijkoverleg. Op 18 september 2011 werd een infodag georganiseerd waarop het wedstrijdontwerp voor het masterplan werd gepresenteerd. Het ontwerp openbaar domein werd op 26 mei 2013 tijdens een infomoment over het totale project voorgesteld.

Aanleiding en context

Op 19 mei 2009 (jaarnummer 6829) besliste het college de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) en randvoorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling van het projectgebied Nieuw Zuid goed te keuren. 

Op 1 april 2010 verwierf de private ontwikkelaar Ontwikkeling Nieuw Zuid nv de gronden van het Fonds Voor Spoorweginfrastructuur gelegen aan de Ledeganckkaai.

Masterplan Nieuw Zuid.
Met het oog op het realiseren van een kwalitatief project, sloot Ontwikkeling Nieuw Zuid nv een samenwerkingsovereenkomst met AG Stadsplanning (goedkeuring raad van bestuur van 15 juli 2011 van AG Stadsplanning) voor de inhoudelijke begeleiding en kwaliteitsbewaking tijdens de opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid.

Op 1 april 2011 (jaarnummer 3407) keurde het college de projectdefinitie voor de opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid goed. Aangezien een ontwikkeling van de gronden van de private ontwikkelaar steeds in relatie met toekomstige omliggende projecten moet gebeuren, werd in het opdrachtgebied voor het Masterplan Nieuw Zuid ook de kaaizone ter hoogte van Nieuw Zuid en Konijnenwei opgenomen.

De opdracht voor opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid werd gegeven door de private ontwikkelaar, via een ontwerpwedstrijd. Op 15 juli 2011 besliste de raad van bestuur van AG Stadsplanning om als laureaat van de ontwerpwedstrijd het team van bureau Studio Associato Secchi-Viganò goed te keuren.

Op 5 oktober 2012 (jaarnummer 10436) keurde het college de finale versie van het masterplan goed. In het masterplan worden de krijtlijnen vastgelegd die de basis vormen voor de inrichting van het openbaar domein in de nieuwe woonwijk. Het masterplan legt de mobiliteitsprincipes vast en beschrijft het vocabularium van de woonerven, de woonstraten, de paden, de binnenstraat en de groen gebieden.  

De aanleg van deze nieuwe wijk zal gefaseerd uitgevoerd worden vanaf het stadscentrum progressief richting Ring, vertrekkende van een eerste fase die de deelzones 0, 1 en 2 omvat.

Voorontwerp openbaar domein fase 1.
Op basis van het masterplan werd voor de inrichting van het openbaar domein in de deelzones 0, 1 en 2  van de nieuwe wijk een voorontwerp opgemaakt door Bureau Bas Smets. Het voorontwerp voor het openbaar domein van deze eerste fase met een inrichtingsvoorstel voor de straten, paden en de parkstructuur werd goedgekeurd door het college op 23 maart 2013 (jaarnummer 03222). Het college vroeg advies aan de districtsraad van Antwerpen.

Definitief ontwerp openbaar domein fase 1.
Momenteel ligt het definitief ontwerp voor van de inrichting van het openbaar domein voor de eerste fase. De ontwerpers koppelden tijdens het ontwerpproces herhaaldelijk terug met de stad. Het definitief ontwerp werd voorgelegd op de commissie openbaar domein van 6 mei 2013. Op basis van de opmerkingen paste de ontwerper hierna de plannen aan.

Argumentatie

De grote ontwerpprincipes die voor de volledige wijk van kracht zijn, werden in het masterplan vastgelegd en verder uitgewerkt in voorliggend definitief ontwerp voor de eerste fase. Dit voorstel omvat in hoofdzaak de volgende principes:

1. Concept

  • Het masterplan onderscheidt twee grote deel-ruimtes in de ontwikkeling Nieuw Zuid: een parkzone en een woon/werkzone in een groene omgeving, opgedeeld in zeven deelzones. Met het voorliggend ontwerp wordt het concept van wonen in het groen scherpgesteld van stedelijk wonen bij het park naar stedelijk wonen in het park. Door de vegetatie van het rivierduinenlandschap uit het beeldkwaliteitsplan Groene Singel door te trekken in de wijk wordt de sensatie gecreëerd van wonen in het park. Dit park kan beschouwd worden als het onderliggend landschap, de basis, waar drie deellandschappen aan worden toegevoegd: de woonstraten/woonerven ontsloten door de Scheldekaaien, de binnenstraat als verlenging van de Vlaamsekaai/Waalsekaai en de padenstructuur met het waterbeheersysteem door wadi's.
  • De uitwerking van de deellandschappen gaat uit van twee basisparameters: het gewenste karakter van het landschap en de randvoorwaarden die worden opgelegd vanuit de noodzakelijke routes voor hulpdiensten in de woonwijk.

2. Inrichtingprincipes per deellandschap

  • Park:Onder parkzone worden zowel het grote wadipark ten zuiden van de woonwijk verstaan, als de gefragmenteerde groene binnengebieden van de wijk. De zone is overwegend onverhard. Het beplantingsconcept volgt het beeldkwaliteitsplan van de Groene Singel. De dwarsrelatie tussen de woonerven wordt gegarandeerd door paden en pleinen in betondallen, overige brandwegen worden uitgevoerd in versterkt gras. Doorheen de wijk wordt er per deelzone een lokale speelruimte voorzien in de parkstructuur. De twee voorziene speelzones zijn formele speelplekken, die worden aangevuld met een informele speelzone in het grotere park.
  • Paden/wadi: In de zones voor wadi's wordt een wilde, groene en koele omgeving gemaakt door het beplantingsconcept van gevel tot gevel door te trekken en door waterminnende, goed verdampende planten te kiezen. De brandroute wordt op maat van een wandelpad aangelegd door deze half uit te voeren in betondallen en half in grasbetontegels. Een lichte brug over de wadi kan toegang verlenen aan een gebouw.
  • Woonstraten/woonerven: Deze straten worden georganiseerd rond het geëquipeerde vak, zoals voorgeschreven in het masterplan. Dit vak bestaat uit modules van boomvakken, zitbanken, parkeerplaatsen, fietsenstallingen en sorteerstraten. Gezien het overgrote deel van de gebouwen nog niet architecturaal zijn uitgewerkt, kunnen deze flexibele geëquipeerde vakken worden herschikt bij verdere invulling van de gebouwen. Het woonerf en de woonstraten worden aangeplant met inheemse sierfruitbomen. De woonstraten en woonerven worden uitgevoerd in betonklinkers.
  • Binnenstraat: De binnenstraat is de oost-west ontsluiting van de site en ligt in het verlengde van de Waalsekaai, waarmee ze verbonden wordt door een brede voetgangerszone. Er wordt een asymmetrische snede voorgesteld voor de binnenstraat: parkeren aan de zuidzijde (schaduwzone) en terrassen aan de noordzijde (zonnige zijde). Elke zijde heeft en voetpad van minstens 4m breed. Het materiaal gebruik van deze straat is zeer stedelijk: een verharding van gevel tot gevel in betonklinkers, met een rijbaan in asfalt. De boomkeuze is specifiek voor deze stedelijke figuur en om geen concurrentie aan te gaan met de andere deellandschappen wordt gekozen voor de moerascypres en de Ginkgo.

3. Thematische principes

  • Bestaande vegetatie: De bestaande groenstructuren in het gebied aangeduid in het masterplan werden verder geïnventariseerd en onderzocht. Op basis hiervan werd geoordeeld welke vegetatie behouden blijft en welke vegetatie het best kan vervangen worden door nieuw kwalitatief groen. Uitgangspunt hierbij is het behoud van de collectieve binnengebieden die als groene binnenruimte op volle grond werden aangeduid in het masterplan met bestaande of nieuwe vegetatie.
  • Huisvuilafvoer: Het huisvuilafvoer wordt georganiseerd volgens het principe van ondergrondse sorteerstraatjes, op basis van de richtlijnen van de stad. Sorteerstraten worden aan de rechterzijde van de rijweg geplaatst, de vuilniswagens kunnen een lus maken via het pad voor dienstwagens en hulpdiensten in het park.
  • Parkeren: Bovengronds parkeren wordt geconcentreerd in en bij de binnenstraat. Deze parkeerplaatsen voor kortparkeren bevinden zich aan de zuidzijde van de straat, zodat de zonnige noordzijde vrij blijft voor brede terrassen die gepaard gaan met de commerciële ruimtes in de bouwblokken. Bij afwezigheid van bouwblokken wordt deze zone toegewezen aan leveringszones en sorteerstraatjes. Parkeren voor andersvaliden en kortparkeren voor laden en lossen wordt geconcentreerd op de kop van de woonstraten om zoekverkeer te vermijden. De paden zijn afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. In deelzone 3 wordt een tijdelijke bovengrondse parking aangelegd om het tekort aan ondergrondse clusterparkings op te vangen tot de volledige eerste fase wordt opgeleverd. Gezien de ontsluitingstructuur met enkel en dubbelrichtingsstraten wordt een keerlus ingebouwd, in afwachting van de realisatie van de wegenis in de volgende deelzones.
  • Regenwaterbeheer: Er is een helder concept uitgewerkt voor de behandeling van het hemelwater: hemelwater van de daken wordt afgevoerd naar de wadi’s en hemelwater van verhardingen wordt afgevoerd naar de buffervoorzieningen met een overstort naar de wadi’s in het park. De buffers zijn voorzien onder de pleintjes die tussen de bouwblokken doorlopen.  
  • Grondbalans: Bij de realisatie van de nieuwe wijk worden er ondergrondse parkeergarages en een rioleringsstelsel (vuil water en regenwater) aangelegd en wordt het bestaande maaiveld verhoogd. Eén van de uitgangspunten van het Masterplan Nieuw Zuid is om hierbij een neutrale grondbalans na te streven. Het grondoverschot afkomstig uit fase 1 kan gedeeltelijk gebruikt worden ter ophoging van het terrein voorzien voor de keerlus voor het verkeer en de tijdelijke bovengrondse parking. De resterende  hoeveelheid zal uitgespreid of gestockeerd worden voor de volgende fase.

Fasering

De realisatie van het stadsontwikkelingsproject Nieuw Zuid zal gefaseerd uitgevoerd worden vanaf het stadscentrum progressief richting Ring, vertrekkende van een eerste fase die de deelzones 0, 1 en 2 omvat.

Adviezen

Commissie openbaar domein Gunstig onder voorwaarden
  • toepassen van standaard straatmeubilair
  • inzetten op 100% inheems groen in park, wadi en woonstraat/woonerf;
  • onderzoeken of BKP Groene Singel moet uitgebreid worden mey "Pinus Sylvestris";
  • stadsbreed een oplossing zoeken voor de problematiek van (deels) ondergrondse parkeergarages onder het openbaar domein.

Opmerking: Het advies met betrekking tot het standaardmeubilair werd geïntegreerd in het definitief ontwerp. De voorwaarden rond de beplanting worden momenteel verder besproken met de stedelijke diensten en de ontwerpers van het BKP Groene Singel en zullen worden opgenomen in de aanbestedingsdocumenten.

Districtsraad Antwerpen Gunstig onder voorwaarden
  • Het district beveelt aan dat er voldoende garanties zijn, eventueel contractueel vastgelegd, dat de ontwikkeling van Nieuw Zuid niet beperkt blijft tot de eerste fase, maar dat ook fase twee waar de meeste gemeenschapsvoorzieningen zijn gesitueerd ook wordt uitgevoerd.

De ontwikkeling van de woonwijk Nieuw Zuid is een private ontwikkeling. Het masterplan dat werd goedgekeurd door de stad en de ontwikkelaar vormt het kader voor de realisatie en legt onder andere de spreiding van alle functie in de woonwijk vast. De verschillende gemeenschapsfuncties zijn daarbij verspreid over het gehele projectgebied. Zo zijn in de eerste fase (deelzone 0, 1 en 2) locaties vastgelegd voor de realisatie van sociale woningen, een lagere school en 2 speeltuinen.

  • Er voldoende aansluiting op het openbaar vervoer is, zowel op het bestaande netwerk als op nieuw te ontwikkelen lijnen.

In deze eerste fase zorgen twee assen voor langzaam verkeer voor een goede toegankelijkheid van het bestaande aanbod van openbaar vervoer aan de zijde van de gedempte zuiderdokken. Wanneer de tijdelijke school en tijdelijke parking een definitieve bestemming krijgen, kan het padensysteem worden uitgebreid om verder aansluiting te zoeken met de Bolivarplaats. De wijk voorziet nu reeds in een padenstructuur met aansluiting op de kaaien, zodat er op langere termijn een vlotte aansluiting kan zijn met een  bus of tramlijn op de kaaien.

  • Er voldoende plaats voor sportterreinen wordt voorzien in het gehele project.

Het masterplan voorziet in voldoende sport- en spelinfrastructuur en dit op niveau van de kaaien, de nieuwe woonwijk en de Konijnenwei.

  • De voorziene speelterreinen worden ontworpen op basis van een inspraaktraject dat door de jeugddienst van het district wordt vormgegeven bij onder meer de omliggende scholen.

Het inspraaktraject zal wordt georganiseerd tijdens de ontwerpfase van de twee speelterreinen die zijn voorzien in de eerste fase.

  • De verlichting het lichtplan volgt met inbegrip van de hierbij aansluitende technische specificaties.

Dit werd door de ontweprer opgenomen in het definitief ontwerp.

  • Er rekening wordt gehouden met realistische parkeernormen.

Het definitief ontwerp voldoet aan de mobiliteitspricipes en parkeernormen zoals bepaald in het masterplan.

  • Alle publiek toegankelijke ruimte, zowel verharding als groenstroken, als openbare domein wordt ingelijfd. Met ander woorden de rooilijn en de bouwlijn moeten, zoals dat trouwens ondermeer ook in het Het Groen Kwartier (het militair hospitaal) en de Zuidervelodroom het geval is, samenvallen.

Er wordt naar aanleiding van het advies van de commissie openbaar domein aan SW/SD/JUR de opdracht gegeven om stadsbreed een oplossing te zoeken voor de problematiek van (deels) ondergrondse parkeergarages onder het openbaar domein. 

  • Boomkeuze afgestemd wordt op het beeldkwaliteitsplan van de Groene Singel. In plaats van exoten zoals de Gingko Biloba (japanse notenboom) en de Taxodium distichum (moerascypres) zijn bijvoorbeeld linde en zomereik aangewezen.

In de commissie van 11 maart 2013 maakte de commissie voorbehoud voor de uitheemse plantkeuze en vroeg een meer grondige motivatie. De ontwerper werkte voor het definitief ontwerp 2 scenario’s uit: aanplanting met de inheemse lindes/olmen (A) en aanplanting met de eerder voorgestelde uitheemse moerascypressen/notenbomen (B). De inheemse boomkeuze (A) gebeurde in samenspraak met de bevoegde stadsdienst op basis van het stedelijk bomenboek.

De eigenschappen van de uitheemse bomen (scenario B) geven veel vrijheid naar inpassing in het ontwerp. Beide soorten zijn zeer standplaatscompatibel en bijzonder geschikt voor een mineraal vlak omdat ze diepwortelend zijn, de verharding niet opdrukken en minder eisen stellen naar groeiomstandigheden. Omdat ze hoog uitgroeien maar relatief smal zijn, kunnen ze dichter bij de gevel en dichter bij elkaar geplant worden, zodat in de straat een asymmetrisch profiel kan gerealiseerd worden met aan de zonzijde voldoende ruimte voor een terraszone met een afstand van 1,00 m tot de rijweg wat de verblijfskwaliteit ten goede komt. De uitheemse oorsprong van deze bomen vormt echter geen bijdrage aan de biodiversiteit.

Indien in de binnenstraat olmen/lindes (scenario A)aangeplant worden, moet, rekening houdend met de uitgroei van de kruin, een minimumafstand van 6 m tot de gevel en 10 m (richtlijnen bomenboek) tussen de bomen gerespecteerd worden. Deze voorwaarden zijn bepalend voor het ontwerp. De straat krijgt daardoor een symmetrisch profiel zonder overbreedte aan de zonzijde waardoor er veel minder terraszone mogelijk is en er minder bomen kunnen aangeplant worden dan bij de uitheemse. Bovendien is de linde een boom die gevoelig is voor bladluisaantasting en een heel dicht bladerdek heeft dat veel schaduw werpt.

De commissie erkent dat de keuze een dilemma is: volledig inzetten op biodiversiteit in het gebied en dus een ander profiel voor de binnenstraat of meer aandacht hebben voor de belevingswaarde in de binnenstraat als verblijfs- en ontmoetingsruimte. De keuze van de ontwerper voor deze uitheemse bomen ging niet alleen uit van de bijzondere kenmerken van de uitheemse bomen, maar ook naar de realisatie van een contrast met het park, de wadi’s en de erven. Anderzijds is het duidelijk dat de nagestreefde beeldkwaliteit en sfeer niet haalbaar is met toepassing van de volgens het bomenboek voorgestelde plantkeuze. Overwegingen in functie van ruimtelijke kwaliteit, maar ook omdat het aantal bomen in de hoofdstraat slechts 5% van het totale bomenpakket vertegenwoordigen, zijn de motivatie om te kiezen voor het voorstel met uitheemse bomen in de binnenstraat.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het definitieff ontwerp openbaar domein van de eerste fase van het project Nieuw Zuid goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

dienst taak
CS/JEU participatie uitwerking speeltuinen in samenwerking met ontwerper, ontwikkelaar,  SW/OD en AG STAN

 


Bijlagen

  • 20130607_NZ_OD_definitief ontwerp_overzichtsplan.pdf
  • 20130607_NZ_OD_definitief ontwerp_toelichtingsnota.pdf