Op 15 januari haalde de onzekerheid over de veiligheid van de Belgische kernreactoren opnieuw het nieuws. Experts die maandenlang onderzoek deden naar de oorzaak en de aard van de scheurtjes in de reactorvaten van Doel 3 en Tihange 2, kwamen niet tot een eenduidig besluit. Daarom vroeg het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) bijkomend onderzoek alvorens het rapport aan de regering te overhandigen.
De Europese groenen lieten in dit verband een studie uitvoeren door onafhankelijk nucleair consultant Dr. Ilse Tweer. Zij stelt in haar rapport : "De herstart van de twee centrales moet worden beschouwd als gevaarlijk. Een mogelijk falen van de reactorvaten door plotselinge scheurgroei bij plaatselijke thermische spanningen kan niet worden uitgesloten en zou catastrofale gevolgen hebben, vooral in de buurt van dichtbevolkte gebieden met hoog economische activiteiten (Antwerpen, Luik).” (Het volledige rapport van Dr. Tweer is als bijlage toegevoegd aan dit voorstel tot resolutie.)
Wanneer experten na zes maanden intens onderzoek en inspecties er nog niet uit zijn of de reactoren wel veilig genoeg zijn om opnieuw op te starten, kan en mag de regering geen risico nemen.
Ontoereikende noodplannen
Wanneer een nucleaire catastrofe optreedt, is het essentieel dat de regering een afdoend noodplan kan uitvoeren.
Greenpeace heeft het federale en de provinciale noodplannen onderworpen aan een kritische analyse en komt tot volgende conclusie: "De federale en provinciale nucleaire noodplannen zijn totaal achterhaald en vormen geen geloofwaardige basis om de Belgische bevolking te beschermen tegen de impact van een grootschalige kernramp in de kerncentrales van Doel en Tihange, in een van de reactoren vlakbij onze landsgrenzen of bij een transport met hoogradioactief afval doorheen onze stedelijke agglomeraties. Gezien de grote concentratie aan nucleaire installaties in combinatie met de grote bevolkingsdichtheid zullen bij een majeure nucleaire ramp grote delen van het land radioactief besmet worden en dreigen vele honderdduizenden burgers hun woongebied misschien wel voor altijd te moeten verlaten. Zolang er kerncentrales zijn, zou eigenlijk gans het Belgische grondgebied als nucleaire nood- en interventiezone moeten worden ingericht."
(Het volledige Greenpeace-dossier is als bijlage toegevoegd aan dit voorstel tot resolutie.)
Specifiek voor Antwerpen komt hier bovenop de onmiddellijke nabijheid van de petrochemie. Bij een kernramp in Doel zal aan de petrochemische operatoren in de haven van Antwerpen gevraagd worden op post te blijven om een noodstop uit te voeren. Het is echter zeer de vraag of hun controlekamers beschermd zijn tegen radioactieve straling. Wij vragen hen dus zich op te offeren. Doen ze dat niet, en nemen ze de benen, dan krijgen we bovenop de kernramp een hele reeks chemische ontploffingen en lozingen.
De evacuatieschaal
Het is een illusie te denken dat een catastrofe van het niveau van Tsjernobyl en Fukushima bij ons niet kan plaatsvinden. Het is ook een illusie te denken en dat bij een kernramp de evacuatie van burgers kan beperkt blijven tot een gebied van 10 km rond de kerncentrale: op basis van de in de VS geldende stralingsbeschermingsnormen riepen de Amerikaanse autoriteiten vijf dagen na de ramp in Fukushima de VS-burgers in Japan op om zich uit de 80 km-zone terug te trekken.
De speciale onderzoekscommissie van de Senaat, die na de ramp in Tsjernobyl werd opgericht om de veiligheid van de nucleaire installaties in België te evalueren, formuleert het als volgt : “Op dit moment is de noodplanzone beperkt tot een straal van tien kilometer, met de centrale of de nucleaire installatie als middelpunt. Die limiet van tien kilometer berust op geen enkele wetenschappelijke basis. Naar gelang de aard van het ongeval en weersomstandigheden op het ogenblik van de radioactieve emissie, is het duidelijk dat deze limiet te beperkt is. Een noodplanzone van 30 km of meer is nodig om de hele besmette zone te kunnen dekken.” De onderzoekscommissie ging zelfs zo ver dat ze in haar eindrapport besloot dat er in België eigenlijk geen kerncentrale zou mogen worden ingeplant dichter dan 30 km van een bevolkingscentrum. Maar zo'n plaats bestaat er in België niet.
Electriciteitstekorten
Afgelopen herfst en winter werd er meermaals gewaarschuwd in de pers voor tekort aan elektrische stroom door het stilleggen van de defecte kerncentrales. Die waarschuwingen zeiden dat we nu afhankelijk zijn van een onzekere invoer van elektriciteit uit het buitenland.
De tekorten deden zich op geen enkel moment voor. Jawel, er werd energie ingevoerd in België. Groene energie, geproduceerd door de Duitse windmolens. Maar is het invoeren van groene stroom zoveel anders dan het invoeren van petroleum, steenkool, aardgas of aangerijkt uranium?
Tewerkstelling
In Duitsland willen grote elektriciteitsproducenten als E.ON en Siemens installaties “power to gas” bouwen. Overschot aan (wind-)energie wordt omgezet in waterstofgas dat opgeslagen kan worden. Waterstof kan nadien terug in elektriciteit worden omgezet. Waterstof kan bovendien in zuivere vorm toegevoegd worden aan het bestaande aardgasnet. Verder is een heel interessante piste het laten reageren van waterstof met het broeikasgas CO2 tot methaan (CH4 of het belangrijkste bestanddeel van aardgas) of verder tot het vloeibare methanol (CH3OH , ook wel houtalkool of brandalkool genoemd). Methaan en methanol zijn belangrijke bouwstenen voor de petrochemie. Op die manier kunnen we tegelijkertijd CO2 uit de atmosfeer houden en invoer van aardgas of petroleum verminderen.
Met de nodige investeringen, kunnen we deze waterstof-installaties bouwen op de huidige sites van Doel en Tihange. Er zijn enkele zeer goede redenen om dit te doen : de sites zijn al een knooppunt van elektrische hoogspanningslijnen, er is voldoende water aanwezig, grote hoeveelheden gas kunnen op een veilige manier worden opgeslagen en er zijn grote afnemers van elektriciteit en gas in de directe nabijheid.
Door deze conversie naar groene stroom, behouden we alle tewerkstelling van de centrales.
Indien een conversie naar groene stroom niet haalbaar blijkt, komt de tewerkstelling nog niet in het gedrang. Het ontmantelen van een kerncentrale is een werk waar het hele team ingenieurs en operatoren zeer lang mee bezig zijn. De kleine kerncentrale van Mol (BR3) stopte met productie in 1987. Vandaag, 26 jaar later, is de volledige ploeg operatoren en mecaniciens nog steeds aan de slag.
Gelijkaardige gegevens van de kerncentrales van Dodewaard, Chooz en Brunsbuttel tonen aan dat bij sluiting van een kerncentrale er nog decennia lang werk is voor de gehele ploeg. Ook in Doel en Tihange zal dit geen enkele arbeidsplaats kosten.
Voorstel :
De Antwerpse gemeenteraad:
overwegende de hoogdringendheid van de problematiek zoals toegelicht;
overwegende dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat een nucleaire catastrofe van het niveau van Tsjernobyl en Fukushima bij ons niet kan plaatsvinden;
overwegende dat de bestaande nucleaire noodplannen totaal verouderd zijn en aldus de bevolking niet beschermen;
overwegende dat als gevolg van het verouderde kerncentralepark en de aanwezigheid van duizenden scheurtjes in de reactorvaten van Doel-3 en Tihange-2, het risico op een ernstige kernramp in België bijzonder reëel is;
overwegende dat België te klein en dichtbevolkt is om op een veilige manier kerncentrales in te planten;
vraagt het Antwerpse stadsbestuur er bij de federale overheid op aan te dringen:
1. Doel-3 en Tihange-2 onmiddellijk te sluiten;
2. de overige kerncentrales te sluiten volgens het uitstapplan van de wet van 2003;
3. nieuwe realistische nucleaire noodplannen op te stellen, waarbij geheel België als een nucleaire nood- en interventiezone wordt beschouwd en wordt afgestapt van de achterhaalde 10-kilometer-grens.
4. in te zetten op hernieuwbare energiebronnen en te investeren in stockage van hernieuwbare energie