Met het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en bij collegebesluit van 16 maart 2000 (jaarnummer 3984) werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002 (jaarnummer 11543) en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2001 (jaarnummer 2307) werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verfijnd.
Bij beslissing van 28 februari 2008 (jaarnummer 286) van de districtsraad werd het Huishoudelijk Reglement District Wilrijk vastgesteld. In artikel 48 van dit reglement is het volgende voorzien over het recht dat districtsraadsleden hebben om aan het districtscollege schriftelijke vragen te stellen:
"Een schriftelijke vraag over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het districtsbestuur behoren, wordt door een districtsraadslid schriftelijk gesteld aan één of meer leden van het districtscollege. Schriftelijke vragen over aangelegenheden die niet tot de bevoegdheid van het districtsbestuur behoren zijn dus onontvankelijk. De voorzitter van het districtscollege beslist over de ontvankelijkheid. Op schriftelijke vragen wordt schriftelijk geantwoord. Is het antwoord dertig dagen na ontvangst van de vraag niet gegeven, dan wordt de vraag automatisch terug geagendeerd op de eerstvolgende districtsraad. De vraag krijgt dan het statuut van een mondelinge vraag en wordt onmiddellijk ter zitting beantwoord. Zij worden evenwel niet meegerekend voor de bepaling van het aantal mondelinge vragen. Indien de vraag echter vóór de zitting werd beantwoord, wordt ze alsnog van de agenda afgevoerd. De schriftelijke vragen en antwoorden worden gebundeld per kwartaal en aan elk districtsraadslid bezorgd.
Schriftelijke vragen kunnen heel het jaar door worden ingediend bij het districtscollege, bij voorkeur gebruikmakend van de daarvoor bestemde formulieren."
Het districtssecretariaat ontving schriftelijke vragen van districtsraadsleden. Het districtscollege moet kennis nemen van deze vragen, de voorzitter van het districtscollege moet ze al dan niet ontvankelijk verklaren en het districtscollege moet beslissen aan welk districtscollegelid ze worden toegewezen voor antwoord.
Artikel 32 van het Gemeentedecreet voorziet dat de gemeenteraadsleden het recht hebben om aan de burgemeester en aan het college mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Dit artikel is ook van toepassing op de districten conform artikel 276 van het Gemeentedecreet.
Artikel 58 van het basisreglement "Bestuurlijke Organisatie stad Antwerpen" (BOSA) voorziet dat de raadsleden het recht hebben om aan het uitvoerend bestuur mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Het regelt de manier waarop op schriftelijke vragen wordt geantwoord.
Het districtscollege neemt kennis van volgende schriftelijke vragen van districtsraadsleden:
| Nummer | Datum | Vraag van | Onderwerp | Gesteld aan | Opmerking |
| 2013_SV_00064 | 13 februari 2013 | Sven Geysemans | Voorbereiding sociaal beleid | Linda Verlinden | |
| 2013_SV_00069 | 19 februari 2013 | Eric Huijbrechts | Fietspad Oudebaan | Werner Theuns | |
| 2013_SV_00072 | 21 februari 2013 | Eric Huijbrechts | Noodherstellingen van de wegen in Wilrijk | Werner Theuns |
De voorzitter van het districtscollege verklaart deze vragen ontvankelijk en het districtscollege wijst ze voor gevolg toe aan het districtscollegelid waaraan de vragen werden gesteld.