Gemeentedecreet artikel 57, § 3,1°: Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen, binnen de door de gemeenteraad desgevallend vastgestelde algemene regels.
De stad Antwerpen beschikt met het Rubenianum over een internationaal gerenommeerd kenniscentrum over de kunst van Rubens en zijn tijd. Het Rubenianum verzamelt en ontsluit informatie over de Vlaamse beeldende kunsten van de zestiende tot de achttiende eeuw. Het stelt deze informatie ter beschikking van alle geïnteresseerde bezoekers waarbinnen professionele gebruikers, zoals onderzoekers, museumconservatoren, restauratoren en kunsthandelaars, een belangrijke doelgroep vormen. Als kenniscentrum is het Rubenianum autoriteit, aanspreekpunt en trefplaats voor het internationale onderzoek naar oude Vlaamse kunst. Het Rubenianum werkt sinds 1962 samen met het Centrum Rubenianum vzw en sinds 2008 met het Rubensproject van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen.
Om zijn opdracht te blijven vervullen volgens hoge standaarden en afgestemd op de eigentijdse en internationale evoluties in het kunsthistorische onderzoek en informatiebeheer, heeft het Rubenianum nood aan begeleiding door een wetenschappelijke raad. Deze raad fungeert als een wetenschappelijke toetssteen, geëngageerde klankbordgroep en strategische denktank voor het huidige en toekomstige functioneren van de instelling. De raad wordt uitgenodigd tot debat en advies over door de instelling aangereikte thema’s, zoals samenwerking, onderzoek, collectie- en digitaliseringsbeleid. Dit advies helpt het Rubenianum in het nemen van gefundeerde, duurzame en toekomstgerichte beslissingen, met aandacht voor zijn positionering binnen de internationale academische en museale gemeenschappen waarin en waarvoor het werkzaam is. In tegenstelling tot de stedelijke adviesraden zoals omschreven onder artikel 200 van het Gemeentedecreet, zijn de adviezen van de wetenschappelijke raad voor het Rubenianum richtinggevend, maar niet bindend voor het instellingsbeleid.
Externe leden voor de wetenschappelijke raad worden uitgenodigd door het Rubenianum. De raad bestaat uit volgende externe leden:
1. ten hoogste drie vertegenwoordigers van universitaire vakgroepen kunstgeschiedenis met expertise over Vlaamse kunst van de Nieuwe Tijd (als gebruikersgroep en inhoudelijke peers):
2. ten hoogste drie vertegenwoordigers van kunsthistorische kenniscentra (als inhoudelijke en vaktechnische peers):
3. ten hoogste twee stakeholders uit de zakenwereld en het mecenaat:
De leden zijn onbezoldigd, maar krijgen eventuele reis- en verblijfskosten vergoed vanuit Musea en Erfgoed Antwerpen vzw. Voor niet-Europese leden is de regel dat enkel hun reis vanuit en naar een tijdelijke verblijfplaats in Europa wordt vergoed, waarop de timing van de vergaderingen wordt afgestemd.
De wetenschappelijke raad vergadert minstens éénmaal per jaar in Antwerpen. De conservator van het Rubenianum staat in voor de coördinatie en het secretariaat van de raad en nodigt uit tot de vergaderingen.
De leden van de wetenschappelijke raad zetelen voor een termijn van vier jaar, hoogstens een maal verlengbaar met een nieuwe termijn van vier jaar. Leden kunnen ontslag nemen uit de raad door schriftelijke melding aan de conservator.
In functie van de agenda kan het Rubenianum de vaste ledenkern aanvullen met gelegenheidsadviseurs met een specifieke expertise. De algemeen directeur van Musea en Erfgoed Antwerpen en de conservator van het Rubenshuis hebben de mogelijkheid om de vergaderingen bij te wonen.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de installatie van een wetenschappelijke raad voor het Rubenianum goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat de wetenschappelijke raad zes externe leden telt, te weten professor doctor Arnout Balis (Centrum Rubenianum vzw), professor doctor Koenraad Brosens (KULeuven), professor doctor Rudi E.O. Ekkart (Karel van Mander Instituut, Den Haag), de heer Christian Huemer (Getty Research Institute, Los Angeles), professor doctor Koenraad Jonckheere (UGent) en de heer Thomas Leysen (KBC Groep en Rubenianum Fund).