Terug

2013_CBS_05774 - Financiering van energiebesparende maatregelen - Stedelijk patrimonium - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/06/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Van Hoof, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_05774 - Financiering van energiebesparende maatregelen - Stedelijk patrimonium - Goedkeuring 2013_CBS_05774 - Financiering van energiebesparende maatregelen - Stedelijk patrimonium - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Het college besliste op vrijdag 10 juli 2009 (jaarnummer 9303) opdracht te geven aan de bedrijfseenheid financiën om in samenspraak met het energie- en milieuagentschap Antwerpen en de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud een financieringsvoorstel uit te werken voor de grote energiebesparende maatregelen. Daarbij werden onder meer de mogelijkheden voor derde partij financiering onderzocht en de wijze waarop in de stedelijke boekhouding de investeringen, de gerealiseerde besparingen en de verdelingen per stadsbedrijf beheerd kunnen worden.

Het college besliste op vrijdag 23 april 2010 (jaarnummer 4596) tot de verhoging van het leningplafond ten behoeve van energiebesparende maatregelen en het overmaken van de bijkomende motivering aan de Vlaamse minister van bestuurszaken, binnenlands bestuur, inburgering, toerisme en Vlaamse rand.

Op 27 juni 2011 (jaarnummer 920) werd het klimaatplan Antwerpen samen met de beleidsnota “Antwerpen, duurzame stad voor iedereen” door de gemeenteraad goedgekeurd. Dit klimaatplan bestaat uit de stedelijke visie op klimaatverandering, een CO2 -nulmeting en een opsomming van de maatregelen binnen 7 domeinen. Deze maatregelen geven aan waar de stad Antwerpen de komende 10 jaar op wil inzetten om in 2020 de totale stedelijke CO2-uitstoot met 20% en de uitstoot van de stedelijke organisatie met 50% te reduceren ten opzichte van 2005.

Het college nam op 17 mei 2013 (jaarnummer 4880) kennis van de resultaten van de actualisering van de emissie-inventaris voor het jaar 2010.

Argumentatie

In het burgemeestersconvenant werd de doelstelling opgenomen om 50% CO2-reductie tegen 2020 ten opzichte van 2005 te behalen. De energiebesparende maatregelen die in de periode 2010-2013 gerealiseerd zijn, zijn een eerste stap in de goede richting. Om succesvol te zijn dient hieraan een vervolgproject voor 2014-2019 gehangen te worden.

Tijdens de periode 2010-2013 werden voor het stedelijk patrimonium de maatregelen uitgevoerd in de bedrijfseenheid cultuur, sport en jeugd. De schaalgrootte van dat patrimonium stelde ons in staat om binnen één bedrijfseenheid een autofinancierbaar pakket samen te stellen. Daarnaast zijn ook maatregelen in uitvoering binnen de scholen van AG Stedelijk Onderwijs. Omwille van de schuldpositie van de stad Antwerpen was een leningplafond van kracht en konden geen extra leningen bovenop het leningplafond aangegaan worden. Gelet op het feit dat de investeringen zichzelf op termijn terugverdienen, werd via de begeleidingscommissie aan de bevoegde Vlaamse minister de vraag gesteld om voor deze energiebesparende investeringen een tijdelijke verhoging van het leningplafond toe te staan. Dit principe werd reeds eerder door de toenmalig bevoegde minister van binnenlands bestuur in een schrijven aan de stad Antwerpen toegestaan (15 september 2004). Op voorwaarde dat hieraan aantoonbare terugverdieneffecten verbonden zijn, werd ook voor de budgetjaren 2010-2013 het principe van energiebesparende maatregelen met tijdelijke verhoging van het leningplafond door de bevoegde minister goedgekeurd.

Om de energieverbruiken van de gebouwen en de terugverdieneffecten van de investeringen van de gebouwen te kunnen opvolgen, installeerde de stad een energiemanagementsysteem. Uit de analyse en nacalculatie van de eerste gerealiseerde projecten blijkt dat de effectief gerealiseerde energiebesparing hoger is dan oorspronkelijk ingeschat, waardoor de business-case ook na uitvoering (2010-2013) positief is.

Om wille van de evenwichtsvoorwaarden uit de beleids- en beheerscyclus heeft het geen meerwaarde om te werken met een leningplafond. De energiebesparende maatregelen kunen opgenomen worden in het meerjarenplan op voorwaarde dat de evenwichtsvoorwaarden gerespecteerd blijven.

In uitvoering van artikel 449 van het bestuursakkoord wordt voorgesteld om een korf van energiebesparende investeringen samen te stellen die extern gefinancierd wordt en waarbij de gerealiseerde energiebesparing gebruikt wordt voor aflossing van rente en kapitaal. De investeringen in energiebesparende maatregelen in het stedelijk patrimonium wordt centraal ondergebracht bij de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud en gekoppeld aan doelstelling TSB120202 'De integrale logistieke keten is duurzaam en innovatief'. De compensatie van de leninglasten (aflossingen en intresten) gebeuren door een minderuitgave op de exploitatiebudgetten voor energie bij de klantbedrijven.

Voor de budgetperiode 2014-2019 is een voorlopig potentieel van 9,1 miljoen euro aan energiebesparende maatregelen in stadsgebouwen geïdentificeerd, onder te brengen in jaarlijkse pakketten die onder de huidige omstandigheden eveneens op 20 jaar financierbaar zijn. Er wordt hierbij in eerste prioriteit vertrokken vanuit de 660 gebouwen die de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud in beheer heeft. AG Stedelijk Onderwijs heeft ook zijn interesse uitgesproken om een analoog systeem op te zetten. Het pakket van maatregelen zal jaarlijks herzien worden in functie van masterplanning, technische innovatie, evolutie van energieprijzen en rentevoeten, de integratie en afstemming met planmatig onderhoud.

Het nieuwe pakket omvat investeringen in verdere implementeatie van het energiemanagementsysteem, optimaliseren van regelingen, vervangen van HVAC-installaties, isolatie van de gebouwschil, vervanging van de lichtbronnen en installaties voor de opwekking van hernieuwbare energie. Als bijlage werd een informatieve lijst toegevoegd met de gebouwen waarin deze maatrelegen worden genomen.

Het totale programma heeft na de realisatie een verwachte jaarlijkse besparing van circa 526.000,00 euro, 11.853.000 kWh aan energie en een CO2-reductie van 2.341 ton per jaar. Het programma levert dus een aanzienlijke bijdrage aan de reductie van de CO2-uitstoot tegen 2020, de doelstelling uit het burgemeesterconvenant. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de financieringsmethodiek voor energiebesparende investeringen goed.

Artikel 2

Het college beslist om de investeringen voor energiebesparende maatregelen centraal onder te brengen bij de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan:

dienst taak

FI

Uitwerken van een optimale financieringsstrategie in samenwerking met PO.

Bijlagen

  • GebouwenLijst energiebesparende maatregelen 2014 - 2019.pdf