Terug

2013_CBS_05754 - Onderzoek A102/R11 bis - Deelonderzoek knoop E19 Wilrijk - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/06/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Van Hoof, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_05754 - Onderzoek A102/R11 bis - Deelonderzoek knoop E19 Wilrijk - Goedkeuring 2013_CBS_05754 - Onderzoek A102/R11 bis - Deelonderzoek knoop E19 Wilrijk - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Met de goedkeuring van het Masterplan 2020 eind september 2010 koos de Vlaamse overheid er onder meer voor om een ondergrondse verbinding te realiseren onder de huidige R11, tussen het knooppunt Wommelgem en de E19 Zuid. Ook de aanleg van de A102, waarvoor op het gewestplan Antwerpen reeds een reserveringsstrook werd aangeduid, is een bijkomend project binnen het Masterplan 2020.

De A102 en R11bis, de tweede tangent op ons hoofdwegennet in Antwerpen, vormt onlosmakelijk een geheel met de Oosterweelverbinding. Beide projecten vullen elkaar aan. Zonder de uitvoering van beide projecten bekomen we de structurele oplossingen zoals vooropgesteld in het MP 2020 niet.

Deze beide projecten worden verder uitgewerkt door het Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen (AWV) in een streefbeeldstudie R11-R11bis waarbij gouverneur Cathy Berx een coördinerende rol heeft. De gouverneur is immers door de Vlaamse regering aangeduid als procesbegeleider voor de onderlinge afstemming en communicatie van verschillende plannen in de oostzijde van de Antwerpse regio (Poort Oost). Het gaat hier over de afstemming van en communicatie rond de Tweede Spoorontsluiting Zeehaven van Antwerpen, de E34/E313 tussen Antwerpen-Oost en de verkeerswisselaar te Ranst, en het bedrijventerrein ENA Wommelgem/Ranst, alsook gerelateerde plannen (A102, R11, Oosterweelverbinding, LIVAN, Oude Landen).

Met betrekking tot de geplande tangenten A102 en R11bis heeft de stad zijn visie op de rol en het functioneren van de R11 en de R11bis in het ruimere wegennetwerk reeds neergeschreven, alvorens de streefbeeldstudie werd aangevat. Deze visie werd opgenomen in de collegiale brief goedgekeurd in collegezitting van 28 januari 2011 (jaarnummer 782).

In het najaar van 2011 presenteerde het Vlaamse gewest de eerste resultaten van de streefbeeldstudie R11-R11bis aan de betrokken gemeenten en steden. De stad Antwerpen maakte naar aanleiding van dit ontwerpstreefbeeld een advies over aan de gouverneur (collegebesluit van 21 oktober 2011, jaarnummer 15144).

Na dit advies heeft de stad Antwerpen een intern onderzoekstraject opgezet om de resultaten van de streefbeeldstudie nader te bekijken. Op die manier is het stadsbestuur voorbereid om een onderbouwd advies te formuleren in functie van de plan-MER-procedure voor de aanleg van R11bis-A102 die in 2013 zal worden opgestart en de werkgroepen die in het kader van het proces Poort Oost zullen worden heropgestart. Doelstelling van dit traject is om de mogelijkheden van een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet en strategisch gelokaliseerde aansluitingen op de R11bis-A102 in beeld te brengen.

Binnen dit traject werden volgende deelonderzoeken uitgevoerd:

deelonderzoeken beslissingsorgaan datum jaarnummer
ontwerp aansluitingen complex E19 Wilrijk en aansluiting Bisschoppenhoflaan door Witteveen + Bos Belgium nv college 13 april 2012 3818
onderzoek aansluitingscomplex op de A102 door Grontmij nv college 7 september 2012 9403
ontwerpend onderzoek knoop Wilrijk (R11bis - E19) door Grontmij nv college 27 april 2012 4342
onderzoek verbinding R11 bis - E19 - A12 door Grontmij nv college 1 maart 2012 2003

Op 22 april 2013 werd een infosessie georganiseerd voor de lokale besturen over de projecten Poort Oost. Daar werd meegedeeld dat de opstart van een plan-MER voor de nieuwe A102 en heringerichte R11 zal gebeuren in september 2013. AWV organiseert eind september ook een reizende infomarkt om de bevolking te informeren over de plannen. Op 20 september 2013 in Mortsel, 22 september 2013 in Merksem en op 23 september 2013 in Wijnegem zullen geïnteresseerden de plannen kunnen inkijken. Een formele inspraakronde over het kennisgevingsdossier voor het plan-MER volgt dan in het najaar. De stad Antwerpen zal om advies gevraagd worden over het kennisgevingsdossier.

Het college heeft in zitting van 31 mei 2013 (jaarnummer 5497) reeds kennis genomen van de elementen van het onderzoek die betrekking hebben op de A102 en de uitgangspunten van de studie “Onderzoek aansluitingscomplex op de A102” door Grontmij NV goedgekeurd, in functie van het verdere procesverloop van het Masterplan, Poort Oost en de diverse plan-MER’s.

Het voorliggende besluit betreft de elementen van het onderzoek die betrekking hebben op het knooppunt met de E19 in Wilrijk. Op 27 mei 2013 werden deze toegelicht aan de districtsvoorzitter van Wilrijk.

Argumentatie

De tangenten A102 en R11bis moeten het hoofdwegennet in de Antwerpse regio vervolledigen. De keuze om de tangent uit te voeren als een 2x2 sluit duidelijk aan bij de vooropgestelde doelstellingen voor dit project. De A102 en R11bis vormen samen met de gesloten R1 een complementair geheel dat het hoofwegennet rond Antwerpen flexibel en robuust kan maken. Een maximale verknoping met het bestaande hoofdwegennet en strategisch gelokaliseerde aansluitingen op beide wegen zijn echter belangrijke aandachtspunten om de potentiële rol van deze tangenten in het hoofdwegennetwerk te realiseren en om het onderliggende wegennet maximaal te vrijwaren.

Volgende elementen werden tot op heden in de streefbeeldstudie R11-R11bis onvoldoende onderzocht:

  1. de ondergrondse doortrekking van de A102 naar de knoop A12/E19 in het noorden en de bundeling met het ondergrondse tracé van de tweede spoorontsluiting;
  2. locatie, functioneren, ruimtelijke en technische haalbaarheid van aansluitingen tussen de hoofdwegen en het lokaal wegennet (o.a. voor de districten extra muros en de randgemeenten);
  3. de mogelijke modaliteiten in het knooppunt E19/R11bis;
  4. de doortrekking van de R11bis naar de A12 in het zuiden.

Ontwerp knoop E19 in streefbeeldstudie

In de streefbeeldstudie R11-R11bis wordt voor de uitwisseling van R11bis met E19 ter hoogte van Wilrijk een half knooppunt voorzien, waarbij enkel de bewegingen E19 zijde Brussel naar R11bis zijde Mortsel en omgekeerd mogelijk zijn. De bestaande aansluitingen van R11 naar E19 zijde Brussel blijven bewaard. Verder wordt eveneens een aansluiting van R11 naar R11 bis voorzien. De verbinding R11bis naar E19 zijde Antwerpen wordt niet aangelegd.

Om dit te bereiken worden in de streefbeeldstudie 4 structurele aanpassingen aan de bestaande knoop voorzien:

  • de huidige verbindingsboog vanaf de E19 richting het westen vervalt en wordt vervangen door een korte keerlus voor het kruispunt met Prins Boudewijnlaan;
  • de noordelijke rijbaan van de R11 richting het westen wordt in noordelijke richting verplaatst;
  • een rechtstreekse inrit vanaf de E19 naar de R11bis voor verkeer komende van Brussel richting luchthaven Deurne;
  • een uitrit vanaf de R11bis naar de E19 voor verkeer komende van de luchthaven Deurne richting Brussel met weefmogelijkheden naar de lokale R11.

Ontwerp knoop E19 in studie Witteveen+Bos

De stad Antwerpen heeft in eerste instantie het volgende laten onderzoeken door het studiebureau Witteveen+Bos (deelonderzoek 1: “Ontwerp aansluitingen: Complex E19 Wilrijk en aansluiting Bisschoppenhoflaan”):

  • meer logische verkeerskundige oplossing voor de uitwisseling tussen de R11bis en de E19 en de aansluiting met de R11;
  • naast een uitwisseling in zuidelijke richting op de E19 ook een uitwisseling in noordelijke richting;
  • mogelijke doortrekking van de R11bis in westelijke richting;
  • ruimtereservering voor een eventuele toekomstige tramverbinding in de middenberm van de R11;
  • compactere indeling van het kruispunt met de Prins Boudewijnlaan;
  • haalbaarheid van een rechtstreeks op- en afrittencomplex vanaf de Prins Boudewijnlaan naar de R11bis.

Witteveen+Bos heeft daarom een alternatief ontwerp opgemaakt met volgende afwijkende karakteristieken ten opzichte van het ontwerp in de streefbeeldstudie:

  • verlenging van de tunneluitgang van de R11bis tot in het complex E19;
  • behoud van de verbindingsboog van de E19 richting het westen;
  • ruimtereservering voor de tram op de R11;
  • compactere indeling van het kruispunt met de Prins Boudewijnlaan.

Dit alternatief ontwerp zorgt voor een meer logische verkeerskundige oplossing, maar voorziet echter nog niet alle gevraagde functionaliteiten, meer bepaald de uitwisseling van de R11bis met de E19 richting het noorden, een doortrekking van de R11bis richting het westen en een rechtstreeks op- en afrittencomplex vanaf de Prins Boudewijnlaan naar de R11bis.

Ontwerp knoop E19 in studie Grontmij NV

In tweede instantie werd daarom het vraagstuk van de verkeerswisselaar tussen de R11bis en de E19 ook voorgelegd aan Grontmij NV (deelonderzoek 3: “Ontwerpend onderzoek knoop Wilrijk (R11bis - E19)”), met als doel te onderzoeken of een volledige verknoping tussen de R11bis en de E19 mogelijk is op verkeerskundig en ruimtelijk vlak.

Voortbouwend op het ontwerp uit deelonderzoek 1, worden daartoe een aantal varianten uitgewerkt, rekening houdende met verkeerstechnische maatvoering, turbulentieafstanden en de Europese tunnelrichtlijn zoals door AWV gehanteerd.

Vanuit de specifieke ruimtelijke context werd eveneens rekening gehouden met een aantal ruimtelijke beperkingen, zoals de Craeybeckxtunnel, de omgevende woonwijken van Wilrijk en Edegem en de geluidsbermen. Uit deze oefening blijkt dat een volledige verknoping tussen E19 en R11bis, dus zowel richting Antwerpen als richting Brussel, kan gerealiseerd worden. Zowel de uitwisseling tussen hoofdwegen als de aansluitingen met het onderliggend wegennet komen in het ontwerpen onderzoek aan bod.

  • Uitwisselingsmogelijkheden E19/R11bis

Het ontwerp voor een volledige knoop bevat 2 belangrijke onderdelen:

  1. Een uitwisseling ter hoogte van de bestaande aansluitingen Wilrijk.
    De uitwisseling tussen R11bis en E19 ter hoogte van de Krijgsbaan (Wilrijk) kan op 2 manieren uitgewerkt worden, afhankelijk van de gewenste hoofdrichting.
    Een eerste oplossing is een doortrekking van de R11bis naar de A12, met scherpe uitwisselingsbogen naar E19, in grote mate gelijkend op het huidige aansluitingscomplex. Voor de weggebruiker van de R11bis zal de doorgaande verkeersstroom richting A12 gaan. Een uitwisseling van de R11bis met de A12 ter hoogte van de Gaston Fabrelaan is in de dicht bebouwde woonwijken van Wilrijk echter niet realiseerbaar. Vanuit dat inzicht werd nog bijkomend onderzoek uitgevoerd naar deze laatste schakel (verbinding R11bis met A12) in functie van de doelstellingen van het MP 2020 (het hogervermelde deelonderzoek 4).
    Een tweede oplossing is het afbuigen van de hoofdrichting van de R11bis naar Brussel, met minder scherpe uitwisselingsbogen naar E19. Dit is sterk gelijklopend met het ontwerp van de streefbeeldstudie met dien verstande dat de beweging richting Brussel komende van de R11bis  aan een hogere snelheid kan gebeuren, daar waar in het studiewerk van AWV de hoofdstroom deels via scherpe uitwisselingsbogen dient te gebeuren. De uitwisselingstakken naar de Krijgsbaan in Wilrijk zullen dan ondergeschikt zijn. Deze worden met andere woorden herleid tot een aansluiting.
    Een definitieve keuze zal sterk afhangen van andere keuzes in het toekomstige netwerk van hoofdwegen. Van belang is dat beide keuzes technisch haalbaar zijn en andere opportuniteiten aanreiken voor de aansluiting met het onderliggend wegennet.
  2. Een keerlus ter hoogte van het UZA.
    De uitwisseling richting Antwerpen kan, zonder ingrijpende werken aan de Craeybeckxtunnel, gerealiseerd worden door het voorzien van een keerlus ten zuiden van de tunnel. Binnen de ruimte van het bestaande halve aansluitingscomplex te Wilrijk kunnen de weefzones en de op- en afritten geoptimaliseerd worden tot een zo slank mogelijke oplossing.
    Omwille van de tunnelrichtlijnen dient een dergelijke keerlus voldoende ver naar het zuiden te worden gelokaliseerd (ter hoogte van UZA). Daardoor is er wel een omrijfactor van circa 3 km. Om de ruimtelijke impact en de overlast voor de nabije bewoning te beperken wordt de keerlus best in een sleuf met geluidsberm (kant Wilrijk) aangelegd, onder de E19 geleid en in een tunnel onder de bestaande geluidsberm voorzien (kant Edegem).
  • Ontwerpend onderzoek naar aansluitingsmogelijkheden omgeving Wilrijk en Edegem

De volgende aansluitingsmogelijkheden werden onderzocht:

  1. Ter hoogte van Krijgsbaan/Wilrijk:
    Door de keuze van een uitwisselingscomplex vervalt de aansluiting ter hoogte van de Krijgsbaan/Prins Boudewijnlaan. Uit het onderzoek blijkt dat er wel een aansluiting kan voorzien worden op de Krijgsbaan tussen Boomsesteenweg en Jules Moretuslei. Deze op- en afrit sluit aan op ontsluitende wegen in de omgeving en ontsluit de zuidwest rand van Antwerpen (Wilrijk – Hoboken).  De exacte verschijningsvorm is nog te bepalen.
  2. Ter hoogte van UZA/Edegem:
    De zuidelijk keerlus biedt de opportuniteit om een gedegen oplossing uit te werken voor het op- en afrittencomplex van het UZA ter vervanging van het huidige complex dat in geen enkel opzicht voldoet aan de normen.
    Voor de aansluiting van het UZA aan de keerlus worden eveneens een aantal varianten uitgewerkt, waarbij de voorkeur uitgaat naar een configuratie met een half Hollands complex waarbij ook de westelijke tak van de Drie Eikenstraat ondergeschikt aantakt op de aansluiting op de keerlus. Op deze plek is ook een rotonde mogelijk. De aansluiting op de E19 richting Brussel dient hierbij wel heringericht te worden omdat de huidige aansluiting te smal en te steil is om als volwaardige op- en afrit te kunnen fungeren.
    De creatie van een volwaardig op- en afrittencomplex aan het UZA kan voor een beperkt aanzuigeffect zorgen via de N106 in westelijke richting. Langs de ene kant zal dit een beperkt effect hebben op bestemmingsverkeer van en naar Wilrijk en langs de andere kant bestaat er een beperkt risico dat er zo een ‘shortcut’ ontstaat tussen de A12 en de E19 via het onderliggend wegennet. De inrichting van de N106 met verkeersontmoedigende maatregelen en een ondergeschikte aantakking op de lus moet dit tegengaan. Anderzijds zal deze aansluiting dan weer een aanzuigeffect hebben via de N106 op Edegem. Hierdoor zal er dus wel meer verkeer zijn op deze verbinding naar de N173. Maar een verknoping tussen de R11bis en het onderliggend wegennet, bv ter hoogte van de Prins Boudewijnlaan, zal dan niet meer nodig zijn, wat de doorstroming op de R11bis zal bevorderen.

Conclusie

De knoop tussen de E19 en de R11bis kan volledig gemaakt worden door het toevoegen van een keerlus ten zuiden van de Craeybeckxtunnel. Verkeer vanaf de R1 naar de zuidoostrand zal de R11bis kunnen bereiken via de keerlus. Tijdens structurele congestie of bij calamiteiten op de R1 kan het verkeer richting E34/E313 dankzij de keerlus eveneens gebruik maken van de R11bis. Zonder keerlus zal het onderliggende wegennetwerk in de zuidoostrand hinder blijven ondervinden van dit doorgaande verkeer (sluipverkeer) tussen de R1 en de R11bis.
Het onderzoek geeft aan dat er aansluitingsmogelijkheden zijn die een structurele verbetering kunnen betekenen van het toekomstige hoofdwegennet. De studie reikt verder nog een alternatief tracé voor de R11bis aan, meer bepaald een boortunnel ter hoogte van Mortsel die meer naar het zuiden aansluiting maakt met zowel E19 als A12. Om tot een onderbouwde netwerkvisie te komen is er nog bijkomend onderzoek nodig naar de mogelijkheid van een verknoping van de R11bis met de A12. Dit studiewerk zal ook invloed hebben op de te maken keuzes inzake doortrekken van de hoofdrichting R11bis naar het westen of afbuigen naar het zuiden richting Brussel.
In functie van de plan-MER A102/R11bis, die najaar 2013 wordt opgestart, kunnen de resultaten van deze studie meegegeven worden, zodanig dat deze verder onderzocht kunnen worden.

Beleidsdoelstellingen

Het Masterplan 2020 verhoogt de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in Antwerpen.
1 - Woonstad
Antwerpen is een duurzame stad

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de studies “Ontwerp aansluitingen: Complex E19 Wilrijk en aansluiting Bisschoppenhoflaan” door Witteveen+Bos Belgium NV en “Ontwerpend onderzoek knoop Wilrijk (R11bis - E19)” door Grontmij NV.

Artikel 2

Het college keurt de uitgangspunten van laatst genoemde studie met betrekking tot de knoop E19 te Wilrijk goed in functie van het verdere procesverloop van het Masterplan 2020, Poort Oost en de diverse plan-MER’s.

Artikel 3

Het college beslist om het onderzoek over te maken aan de Vlaamse regering, de procesbegeleider voor Poort Oost Cathy Berx en AWV.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.