Binnengemeentelijke decentralisatie
Met het collegebesluit van 16 maart 2000, jaarnummer 3984, en met het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000, jaarnummer 619, werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002, jaarnummer 11543, en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002, jaarnummer 2307, werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd. Het district is bevoegd voor lokaal publiek domein.
Het districtscollege stelt vast dat sinds de aanvang van het boekjaar 2013 onverwachte en uitzonderlijke facturen en kosten van distributienetbeheerder IMEA binnenkomen. Deze documenten hebben steeds betrekking hebben op zeer oude dossiers, namelijk werken uitgevoerd in 2009 of zelfs eerder. In 2013 kwamen er voor meer dan 15.000,00 euro aan facturen binnen en de rekening loopt.
Het districtscollege houdt er aan om een collegiale brief te schrijven aan IMEA waarin zij inzicht en een degelijke motivatie vragen over nog komende facturen voor prestaties uit het verleden.
Volgens artikel 159, §1 van het gemeentedecreet komt het budgethouderschap toe aan het college van burgemeester en schepenen, behoudens de uitzonderingen die bepaald zijn door of krachtens het gemeentedecreet. Het college is dus de hoofdbudgethouder.
Het artikel 159 (§2, §3, §4) van het gemeentedecreet bevat vervolgens een aantal mogelijkheden waaronder het college het budgethouderschap kan delegeren.
Volgens artikel 160 §1 van het gemeentedecreet gaat de budgethouder de verbintenissen aan overeenkomstig het hem toevertrouwde budget. Hij voert, in voorkomend geval binnen de perken van de delegatie, de procedure voor opdrachten van aanneming van werken, leveringen of diensten en wijst de opdracht toe en keurt de te betalen bedragen goed overeenkomstig het aan hem toevertrouwde budget.
Artikel 290 van het gemeentedecreet:
De bepalingen betreffende de planning en het financieel beheer van de gemeenten zijn van toepassing op de planning en het financieel beheer van de districten met dien verstande dat:
1° ‘de gemeenteraad’ moet gelezen worden als ‘de districtsraad’;
2° ‘het college van burgemeester en schepenen’ moet gelezen worden als ‘het districtscollege’;
3° ‘de gemeentesecretaris’ moet gelezen worden als ‘de districtssecretaris’, behalve voor wat betreft de taken bedoeld in artikelen 86, derde lid en 163.
Het districtscollege beslist een collegiale brief te richten aan de distributienetbeheerder IMEA en hiervan een afschrift te sturen aan de directeur van de bedrijfseenheid districts- en loketwerking.