Terug

2013_CBS_01987 - Groenenborgerlaan - Stedenbouwkundige richtlijnen en beperkte MER - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 15/03/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_01987 - Groenenborgerlaan - Stedenbouwkundige richtlijnen en beperkte MER - Kennisneming 2013_CBS_01987 - Groenenborgerlaan - Stedenbouwkundige richtlijnen en beperkte MER - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Op 15 juli 2011 (jaarnummer 2011_CBS_12210) keurde het college het ontwikkelingskader voor Middelheim_Groenenborg goed. Het college gaf opdracht om voor bepaalde deelgebieden een verdere uitwerking in stedenbouwkundige richtlijnen te maken.

Het gebied op de hoek van de Groenenborgerlaan en het Rucaplein wordt in het ontwikkelingskader weerhouden als een zone in de parkrand waar nieuwe bebouwing mogelijk is. Deze bebouwing kadert in drie programma's:

  • een uitbreiding van de campus Groenenborg van de universiteit met 12.000m² lesinfrastructuur;
  • de herlokalisatie van de stelplaatsen in het park tot één nieuw dienstgebouw en magazijn (5000m² + 1000m² verharde buitenruimte);
  • de inplanting van 60 serviceflats en een dienstencentrum van het Zorgbedrijf (4800m²).

Deze drie programma's hebben een functionele relatie met de omgeving en dienen in de nabijheid van respectievelijk de bestaande universitaire campus, het park en het ziekenhuis een locatie te krijgen.

De huidige bestemming van het gebied is zone voor gemeenschapsvoorzieningen. Daardoor is bebouwing zonder opmaak van een bestemmingsplan mogelijk. Om de inpassing van deze functies zo optimaal mogelijk te sturen werden een aantal stedenbouwkundige richtlijnen uitgewerkt. Deze dienen als basis voor de inplanting en het ontwerp van de drie nieuwe gebouwen.

De stedenbouwkundige richtlijnen werden besproken met de afdeling Ruimte van de Vlaamse overheid. Deze vroeg om de richtlijnen aan een beperkt milieueffectenonderzoek (beperkte MER) te onderwerpen. Dit was nodig om het  samengaan van de functies onderling en de impact ervan op de omgeving in beeld te brengen.

Argumentatie

De definitieve stedenbouwkundige richtlijnen omvatten:

  • voorschriften over de inplanting van de gebouwen;
  • voorschriften over het volume (vloeroppervlakte, hoogte,...) van de gebouwen;
  • voorschriften over de open ruimte (verharding, afsluitingen,...).

Er wordt gestreefd naar nieuwbouw in de geest van de bestaande bebouwing: woonfunctie bij woonfunctie, paviljoen naast paviljoen, campus aansluitend op campus. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een grondenruil tussen de betrokken partners nodig.

De stedenbouwkundige richtlijnen werden door een extern studiebureau (Antea Group) aan een beperkt milieueffectenonderzoek onderworpen. Hierbij werden volgende relevante aspecten onderzocht:

  • Mobiliteit: Men hield tellingen op vier relevante verkeerspunten in de omgeving. Vervolgens bepaalde men de verkeersimpact van de drie nieuwe functies en vergeleek men deze met de resultaten van de tellingen. De verkeerstoename is ten opzichte van de huidige situatie verwaarloosbaar (<1%). De grootste wijziging (6%) vindt plaats op de rotonde aan de toegang van de universiteit, maar dit punt heeft momenteel nog een grote capaciteitsmarge.  
  • Luchtkwaliteit: De huidige luchtkwaliteit in de omgeving voldoet aan de normen. De impact van de drie nieuwe functies op de luchtkwaliteit is verwaarloosbaar klein (0µg/m³).
  • Geluid: Het geluidsniveau in de omgeving bedraagt gemiddeld 60dB en ligt onder de milieukwaliteitsnormen. De impact van de drie nieuwe activiteiten is erg beperkt (0,3dB) en levert geen significante toename van het geluidsniveau.    

Uit het beperkte milieueffectenonderzoek blijkt dat de drie nieuwe functies ten opzichte van elkaar en de omgeving geen negatieve effecten genereren. De voorgestelde stedenbouwkundige richtlijnen houden voldoende rekening met de omgeving.

De stedenbouwkundige richtlijnen en de resultaten van het beperkte MER werden ter kennisneming toegelicht aan het districtscollege van Wilrijk op 18 februari 2013 en aan het districtscollege van Berchem op 27 februari 2013.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de stedenbouwkundige richtlijnen en het beperkte milieueffectenonderzoek (MER) over het ontwikkelingsvoorstel volgens deze richtlijnen ter hoogte van de hoek van de Groenenborgerlaan en het Rucaplein.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

dienst taak
SW/RB en SWO een informatiemoment organiseren.

 


Bijlagen