De gemeenteraad besliste op 25 februari 2008 (jaarnummer 318) tot de hervorming van de vzw's financieel beheer cultuurcentra naar vzw's lokaal cultuurbeleid per district.
De districtsraad legde op 24 april 2008 (jaarnummer 524) haar voordracht van afvaardiging en aantal gebruikers vast.
De gemeenteraad keurde op 23 juni 2008 (jaarnummer 1324 en 1330) de samenstelling goed van de algemene vergadering en keurde de voordrachten van afvaardiging voor de raad van bestuur goed van respectievelijk de districtsraad en de cultuurraad.
De algemene vergadering benoemde op 29 oktober 2008 de leden van de raad van bestuur.
Artikel 34 van de statuten bepaalt dat "de duur van het lidmaatschap van de algemene vergadering van de vereniging en het mandaat van lid van de raad van bestuur van de vereniging lopen tot de installatie van de algemene vergadering en verkiezing van een nieuwe raad van bestuur van de vereniging die binnen de 6 maanden na elke gemeenteraadsverkiezing opnieuw wordt samengesteld". Dit betekent dat de algemene vergadering moet hersamengesteld worden en dat er ook een nieuwe raad van bestuur moet benoemd worden.
Voor de concrete hersamenstelling van de vzw lokaal cultuurbeleid district Wilrijk dient de districtsraad volgende afgevaardigden aan te duiden:
Daarbij dient rekening gehouden te worden met de bepalingen opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst die de stad heeft afgesloten met de vzw, te weten:
Verder bepaalt de districtsraad hoeveel gebruikers er in de raad van bestuur van het district zetelen. Gebruikers worden vertegenwoordigd door de leden van de cultuurraad en door deze raad aangeduid. Dit aantal is maximum gelijk aan 10 , het aantal afgevaardigde districtsraadsleden.
De districtsraad Wilrijk keurt de voorgestelde verhouding en de namen van de afvaardiging goed
De districtsraad draagt de districtsschepen voor cultuur, Hans Ides, voor als afgevaardigde voor de algemene vergadering.
De districtsraad bepaalt het aantal gebruikers in de raad van bestuur van het district op 5 en het aantal deskundigen op 5.