In uitvoering van artikel 4 7 1 §1 en artikel 4 7 26 §1 van de 'Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening' worden de stedenbouwkundige vergunningen, voor handelingen van algemeen belang of voor aanvragen ingediend door publiekrechtelijke of semipublieke rechtspersonen, afgeleverd door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar binnen de bijzondere procedure.
Het gebouw wordt aangepast aan de hedendaagse normen omtrent brandveiligheid en akoestiek.
Het feitelijke uitzicht en de toestand van de plaats waar de werken worden gepland
Het Oud Badhuis werd tussen 1923 en 1926 gebouwd onder leiding van de stadsbouwmeester Emiel Van Averbeke. In de jaren ’90 werd het badhuis grondig verbouwd en omgevormd tot stedelijke ontmoetingsruimte. Hierbij werden enkele ingrijpende veranderingen aangebracht aan de toegang en werd de binnenkoer overkoepeld. Tevens werd er een vide aangebracht tussen het gelijkvloers en de eerste verdieping ter hoogte van de grote waszaal. De portierswoning werd vervolgens in ’97 verbouwd tot cafetaria.
Het gebouw had oorspronkelijk een aparte toegang voor de vrouwen en voor de mannen. Deze dualiteit in de gevel wordt in het nieuwe ontwerp hersteld. Door de in de jaren ’90 toegevoegde inkompartij te verwijderen kan er opnieuw een dubbele toegang gemaakt worden met aan de linkerzijde de centrale inkom en aan de rechterzijde de noodtrap met toegang. Het centrale gedeelte krijgt naar analogie met de originele gevelplannen een vierdelige geleding die wordt doorgetrokken tot op het vloerniveau. Door de toegang naar links te trekken wordt er opnieuw voor het gebouw een pleinfunctie gecreëerd. Hierdoor komt men bij het buitengaan niet rechtstreeks op de straat uit.
In de centrale inkomhal worden de verlaagde plafonds verwijderd. De doorgang met de traphal rechts was oorspronkelijk niet aanwezig en wordt terug dichtgemaakt. Zo kan deze traphal volledig onafhankelijk als brand- en noodtrap fungeren. Door een dubbele sas aan de inkom van de zaal te ontwerpen wordt voldaan aan de akoestische normen zoals deze zijn opgelegd in de milieuvergunning. Rondom de oude binnenkoer zullen de toegang tot het sanitair en het cafetaria heringericht worden, met een vormentaal identiek aan de nieuwe inkomsas van de zaal. De inkom naar de cafetaria zal ook het huidige niveauverschil tussen cafetaria en inkomhal opvangen met een intern hellend vlak.
De benedenverdieping van het gebouw rechts van het Oude Badhuis - dat architectonisch deel uitmaakt van het naastliggend gebouwencomplex van het zwembad Veldstraat - wordt momenteel gebruikt als loungeruimte en bergingsruimte voor de badzaal. Omdat de problematiek van brandveiligheid voor deze ruimte te complex wordt, als de verbinding met de zaal bewaard blijft, wordt er gekozen om de toegang tussen zaal en deze blok te laten vallen. De berging van het materieel voor de zaal kan best gegroepeerd worden aan de linkerzijde van de zaal, en in combinatie met de onderliggende kelderruimte, waar momenteel reeds een luik voor berging van materieel voorzien is. Er wordt een aparte sas naar dit blok gemaakt, bereikbaar vanuit de centrale inkomhal. De plaats van het sanitair, de cafetaria, de trap links en de nooduitgang blijft behouden.
Op de eerste verdieping werden twee zware ingrepen in de bestaande structuur doorgevoerd tijdens de verbouwingswerken van de jaren ’90. Er werd een vide gemaakt in de gang aan de zijde van de waszaal, en er werd een sanitaire ruimte voorzien in de voorste blok die verbonden werd met een metalen passerelle in de binnenkoer. Deze twee ingrepen hypothekeren de originele ruimte van het gebouw en dragen niet bij aan de waardebeleving of de bruikbaarheid van het gebouw. Daarnaast hebben deze ingrepen een nefaste invloed op de akoestiek van de ruimtes. Er wordt dan ook gekozen om deze volledig te verwijderen, en de oude afmetingen van de gang en de lokalen te herstellen.
Om de portierswoning en het Oud Badhuis te verbinden wordt de passerelle verplaatst naar de interne structuur van het gebouw. Door de gang te verbinden met de traphal en de gang van de portierswoning blijft het originele circulatiepatroon behouden. Naast de gang kan er een sanitaire blok voorzien worden voor het personeel. Hierdoor wordt een volledig lokaal vrijgemaakt voor bureelruimte in de portierswoning en worden alle bureelfuncties in dit blok gegroepeerd. Bij de waszaal op verdieping wordt er een box-in-box gemaakt als repetitieruimte voor optredens of als leslokaal, met rondom een verblijfsruimte en een backstage ruimte voor de artiesten.
De ruimtes op de tweede verdieping blijven grotendeels behouden. De historische structuur van het gebouw is nog zichtbaar aanwezig, er werden geen toevoegingen of veranderingen doorgevoerd. De douchezaal rechts heeft ook nog apart sanitair, een bergruimte en een technische ruimte, deze worden opnieuw opgedeeld en opgefrist. Hetzelfde geldt voor de lokalen op de derde verdieping. Ook hier bleef de bestaande structuur grotendeels behouden. Enkel de traphal links werd op deze verdieping volgebouwd, deze wanden worden opnieuw verwijderd, zodat de openheid van de traphal tot zijn recht komt. De functies van de lokalen aan de traphal rechts zijn momenteel in gebruik als doucheruimten voor de zaal rechts.
Artikel 57 § 3, 13° van het Gemeentedecreet (15 juli 2005): het college is bevoegd voor beslissingen die aan het advies, de machtiging of de goedkeuring van een toezichthoudende overheid onderworpen zijn.
Het college beslist de aanvraag tot een stedenbouwkundige vergunning, aangaande de aanpassingen voor de brandveiligheid en de akoestiek, in Het Oude Badhuis, Stuivenbergplein 38, in te dienen bij het ministerie van de Vlaamse Regering, agentschap ruimtelijke ordening Vlaanderen.