Artikel 6quater paragraaf 4 van Vlarem I bepaalt dat het college akte neemt van een mededeling van een kleine verandering van een milieuvergunning klasse 2.
Aanvrager: Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen-Kiel vzw - Noorderlaan 108 - 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat de mededeling van een kleine verandering van een vergunde klasse 2-inrichting voor een onderwijsinstelling.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist de mededeling kleine verandering van een milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen-Kiel vzw, Noorderlaan 108, 2030 Antwerpen, om op het perceel te 2020 Antwerpen, VIIde-Olympiadelaan 99, een onderwijsinstelling te exploiteren.
Het college wijst erop dat de algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden zoals opgenomen in het milieuvergunningsbesluit van 11 januari 2013 (AN2012/418), onverminderd van kracht blijven.
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden dient na te leven:
- Omdat de beoogde nieuwbouw in hoofdvolume het maximale bouwprofiel heeft bereikt, is de bijkomende technische opbouw niet aanvaardbaar vanuit stedenbouwkundig standpunt en dient deze beperkt te worden tot een maximale hoogte van 1 meter boven de kroonlijst van het hoofdvolume.
Brandbestrijdingsmiddelen:
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
- nabij elke muurhaspel: 1 toestel
- bij de toegang tot technische lokalen. 1 toestel
Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt (gemeten per bouwlaag).
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
Het is eveneens aan te bevelen om op de openbare weg, ter hoogte van de voorgevel van de nieuwbouw, ook een bovengrondse hydrant BH100 te laten voorzien.
Er moet een voldoende aantal alarmposten voorzien zijn. Ze moeten gemakkelijk bereikbaar en in goede staat van werking en onderhoud verkeren. Ze moeten oordeelkundig verdeeld zijn en doeltreffend aangeduid zijn.
De aanduiding van de uitgangen en nooduitgangen dient te voldoen aan de bepalingen betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk.
Het rood kastje dient duidelijk zichtbaar gesignaleerd te zijn door middel van het opschrift: "brandweer interventieplan" en het logo van brandweer Antwerpen).
Als richtlijn voor het opstellen van het interventieplan wordt gebruikt gemaakt van het "Technisch Dossier nr.114" van het ANPI.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 5 april 2013 en eindigt op 11 januari 2033, de einddatum van de basisvergunning met kenmerk AN2012/418/AV.