Op 9 januari 2009 ondertekende de stad Antwerpen de Europese Burgemeesterconvenant of ‘Covenant of Mayors’. Dit convenant is een initiatief van de Europese Commissie. Het heeft tot doel de burgemeesters van Europa’s meest vooruitziende steden te verenigen in een permanent netwerk voor de uitwisseling van goede praktijken ter bevordering van energie-efficiëntie in de stedelijke omgeving.
Van de deelnemende steden wordt verwacht dat zij ernaar streven verder te gaan dan de Europese 20-20-20 klimaatdoelstellingen. Met deze doelstellingen heeft de Europese Unie toegezegd om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen met ten minste 20% tegen 2020, evenals de verhoging van de energie-efficiëntie met 20% en het vergroten van het aandeel van duurzame energie tot 20%. De deelnemende steden dienen een actieplan voor een duurzaam energiebeleid in bij de Europese Commissie. Dit plan bevat een emissie-inventaris en een opsomming van de maatregelen om de doelstellingen te bereiken. Voorts wordt er periodiek een voortgangsrapport ingediend bij de Europese Commissie waarin de acties geëvalueerd worden.
Het voorliggend rapport is de actualisering van de emissie-inventaris voor het stedelijk grondgebied van de stad Antwerpen voor het jaar 2010. Deze kadert binnen de ondertekening van het Europees Burgemeestersconvenant en de opmaak van het daaraan gekoppelde klimaatplan. Hierin wordt gesteld dat er een nulmeting van de CO2-emissies dient te gebeuren voor een gekozen referentiejaar (2005 in het geval van de stad Antwerpen) en daarna een regelmatige actualisering van deze cijfers om de voorgang ervan in kaart te brengen. Deze actualisering gebeurde reeds voor het jaar 2007 en nu ook voor 2010.
In deze editie werden naast koolstofdioxide (CO2) ook de broeikasgassen methaan (CH4) en lachgas (N2O) toegevoegd en omgerekend naar CO2-equivalenten. Daarnaast werd ook de uitstoot van de ETS-industrie (ETS = emissions trading scheme, het systeem van verhandelbare emissierechten voor energie-intensieve industrie) toegevoegd, de lokale energieproductie bij deze bedrijven, zeevaart, luchtvaart, natuur en landbouw. Deze sectoren zijn niet strikt noodzakelijk voor de rapportage voor het Burgemeestersconvenant maar geven wel een overzicht van de activiteiten op het volledige grondgebied van de stad.
De totale uitstoot aan CO2-equivalenten voor het jaar 2010 bedraagt 16.325 kiloton (kt). Uitgesplitst naar de verschillende sectoren betekent dit het volgende:
Ten opzichte van referentiejaar 2005 betekent dit voor alle sectoren samen een daling van 5,70%. Wanneer de reductiedoelstelling van 20% tegen 2020 lineair uitgezet wordt, zou in 2010 een reductie van 6,67% gemeten moeten worden. We zitten hier bijgevolg niet op koers.
Wanneer we enkel de cijfers weergeven die binnen het kader van het Burgemeestersconvenant gerapporteerd moeten worden, komen we op een totale uitstoot van 3.188 kiloton CO2-equivalenten in 2010. Ten opzichte van de nulmeting betekent dit een daling met 6,20%. Dit afgezet tegenover de reductiedoelstelling van 20% tegen 2020, wil zeggen dat we hier net niet op koers zitten (ten opzichte van 6,67%).
Tenslotte bekijken we ook de gegevens voor de eigen stedelijke organisatie. De gebouwen van de groep stad, openbare verlichting, havengebonden tuigen en de stadsvloot stoten samen 104 kiloton CO2-equivalanten uit in 2010. Vergeleken met de reductiedoelstelling van 50% tegen 2020 wordt een trend van 16,67% verwacht. Met een daling van 17% ten opzichte van 2005 kunnen we stellen dat we hier op koers zitten en de stedelijke voorbeeldrol goed vervullen.
De lagere uitstoot is mede te danken aan de lagere emissiefactor voor de opwekking van elektriciteit. Tot 2009 daalde deze emissiefactor door de verschoning van het Belgische productiepark voor elektriciteit. Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen en de kernuitstap zullen deze emissiefactor in de toekomst beïnvloeden. Lokaal opgewekte energieproductie heeft een positieve invloed op de emissiecijfers. De belangrijkste uitstootdalingen manifesteren zich in de sectoren industrie en residentieel. De sectoren transport en tertiair blijven een pijnpunt in het bereiken van de emissiedoelstellingen. De acties die de stad Antwerpen ondernomen heeft op vlak van energiebesparende maatregelen binnen het eigen patrimonium zullen vooral vanaf het jaar 2011 een zichtbaar effect hebben.
Het college neemt kennis van de resultaten van de actualisering van de emissie-inventaris van broeikasgassen voor het jaar 2010.