Op 15 oktober 2004 (jaarnummer 11323) verklaarde het college zich akkoord met het initiatief van de toenmalige sociale huisvestingsmaatschappij cv Huisvesting om een stedenbouwkundige studie uit te voeren om de geplande, grootschalige renovatiewerken ruimer te kaderen.
In oktober 2007 leverden De Nijl-architecten het eindrapport voor de stedenbouwkundige studie voor Luchtbal op. Na advies van de dienst sociale planning werd het masterplan verder verfijnd door AG Stadsplanning.
Op 16 november 2009 (jaarnummers 16448 en 16449) keurde het college de kern- en projectnota van het masterplan Luchtbal goed.
Op 23 maart 2010 (jaarnummer 349) nam de districtraad kennis van de kern- en projectnota van het masterplan Luchtbal.
Sociale huisvestingsmaatschappij Woonhaven Antwerpen cvba voorziet, ter uitvoering van dit masterplan, een vervangingsbouw van bestaande gebouwen in de zone Canadalaan, Manchesterlaan, Noorderlaan en Dublinstraat.
Woonhaven Antwerpen cvba wenst, in kader van een aanvraag tot subsidiëring voor de realisatie van het hierboven vermelde sociaal woonproject, een bevestiging te krijgen van het college dat het project past in het stedelijk huisvestingsbeleid en conform is met het gemeentelijk structuurplan.
Daarnaast wenst Woonhaven Antwerpen cvba een principieel akkoord te krijgen van het college dat de gronden, waarop gesubsidieerde infrastructuur zal worden voorzien, kostenloos zullen worden ingelijfd in het openbaar domein binnen de zes maanden na voorlopige oplevering en met zorg voor de instandhouding van de uitgevoerde werken na de voorlopige oplevering.
Het project in de zone Canadalaan, Manchesterlaan, Noorderlaan en Dublinstraat werd reeds afgestemd met de verschillende partners betrokken bij het masterplan, waaronder het district Antwerpen.
Het project wordt in twee fases uitgevoerd. De eerste fase van het project betreft het noordelijk deel van de site. Voor deze fase werden A20-architecten en Ontwerpatelier Gebuers-Jannes aangesteld als ontwerpers. De fase heeft toepassing op 103 sociale huurwoningen. De uitvoering wordt gepland in 2015-2017.
De tweede fase van het project gaat over het zuidelijke deel van de site. Voor deze fase zal in april 2013 een selectieprocedure worden opgestart voor de aanstelling van een ontwerper. Voor het ontwerp van deze projectfase werd reeds een structuurschets opgemaakt, waarin een analoge opstelling als in projectfase 1 wordt voorgesteld. De fase heeft toepassing op circa 120 sociale huurwoningen. De uitvoering van deze fase van het project is gepland voor 2017-2019.
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, waarin het artikel 64§1, eerste lid, 2° en 4° vermeldt dat subsidiëring van infrastructuurwerken en van aanpassingswerkzaamheden aan de woonomgeving slechts mogelijk zijn indien de initiatiefnemer zich ertoe verbindt om de infrastructuur in kwestie, samen met de grond waarin of waarop ze wordt uitgevoerd, aan de gemeente over te dragen om in het gemeentelijk openbaar domein te worden ingelijfd en dit binnen de termijn die door de Vlaamse regering wordt bepaald.
Ministerieel besluit van 9 december 2008 houdende de uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten en houdende de financiering van verrichtingen in kader van sociale woonprojecten. Artikel 4, § 1, punt 7 van dit besluit vermeldt dat de initiatiefnemers voor de uitvoering van een verrichting bij de aanvraag tot financiering, tenlastenneming of subsidiëring, een intentieverklaring van de gemeente over de kostenloze inlijving van infrastructuurwerken, gemeenschapsvoorzieningen of aanpassingswerken, moeten overmaken aan de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen.
Het college keurt goed dat het sociaal woonproject, gelegen in de zone Canadalaan, Manchesterlaan, Noorderlaan en Dublinstraat in 2030 Antwerpen, past in het stedelijk huisvestingsbeleid en conform is aan het gemeentelijk structuurplan.
Het college keurt goed om een principieel akkoord te geven dat de gronden waarop gesubsidieerde infrastructuur zal worden aangebracht, kostenloos zullen worden opgenomen in het openbaar domein binnen de zes maanden na voorlopige oplevering en met zorg voor de instandhouding van de uitgevoerde werken na de voorlopige oplevering.