Aidsremmers als dringende medische hulp voor mensen zonder papieren en het beleid van het Antwerpse OCMW
Ludwig Apers, arts bij het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) trekt aan de alarmbel, ik citeer: ‘In anderhalf jaar tijd hebben we een twintigtal hiv-patiënten zonder papieren gehad voor wie het OCMW niet bijsprong. Sinds half 2011 is het niet meer vanzelfsprekend dat alle hiv-patiënten hun aidsremmers krijgen.'
Aidsremmers zijn nochtans levensnoodzakelijk voor hiv-patiënten. Na enkele dagen zonder aidsremmers vermenigvuldigt het aidsvirus zich weer. De seropositieve patiënt krijgt ernstige infecties, is zeer vatbaar voor TBC en ontwikkelt allerlei soorten kanker. Bovendien werkt een te lage dosis aidsremmers de vorming van resistente hiv-virussen in de hand en is er groter besmettingsgevaar. Dit vormt een direct gevaar voor de volksgezondheid.
Volgens Ellen Druyts van de vluchtelingenorganisatie KruispuntMigratie-Integratie is Antwerpen de enige grootstad die niet voor alle mensen zonder papieren in aidsremmers voorziet.
Op de Antwerpse OCMW-raad van eind januari, kaartten Dr. DirkAvonts (Groen) en Dr. Dirk Van Duppen (PVDA+) de kwestie aan. De nieuwe OCMW-raad heeft daar echter tot groot ongenoegen van beide artsen bevestigd dat elk geval van hiv individueel beoordeeld wordt en dat er geen algemene regeling komt. Dat is absurd en gevaarlijk want elke hiv-patiënt heeft aidsremmers nodig.
Met dit gegeven zijn beide artsen naar de pers gestapt en dat heeft een storm van reacties losgewerkt. Schepen Liesbeth Homans verdedigt haar beleid en doet dat met vier hoogstmerkwaardige argumenten.
1) Schepen Homans verklaart ondermeer aan De Standaard, ik citeer: 'We beoordelen elk geval apart. Zeker als de hiv-patiënt in het land van herkomst ook aan aidsremmers kan geraken. Dat is voor ons een belangrijk criterium om de dringende medische hulp te weigeren.'
Het beleid dat schepen Homans verdedigt is onwettig. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block benadrukt dat niet het OCMW maar een dokter hoort uit te maken of iemand dringende medische hulp nodig heeft. De stelling van Schepen Homans gaat lijnrecht in tegen de wetgeving op de dringende medische hulpverlening voor mensen zonder papieren.
2) Schepen Homans beweert verder dat, ik citeer: ‘De federale overheid niet volledig tussenkomt voor de kosten van de therapie.'
Dit argument is pertinent onwaar. Staatssecretaris Maggie De Block wijst er op dat alle medische kosten bij deze patiënten door de federale regering aan de OCMW's worden terugbetaald.
3) Schepen Homans beweert verder, ik citeer : 'Ik vrees dat een algemene regeling, waardoor iedere illegaal aanspraak kan maken op gratis aidsremmers op kosten van de gemeenschap, heel veel nieuwe illegalen zal aantrekken. Onze steden zullen hiv-patiënten uit de hele wereld aanzuigen, want de dure aidsremmers zijn hier toch gratis'
Ook dit argument van Homans wordt weerlegd door internationaal onderzoek en door de feiten in ons eigen land. Veertien professoren en onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde antwoordden daarop in de krant De Morgen dat ‘na 40 jaar internationaal migratie-onderzoek er nog steeds geen aanwijzingen zijn gevonden dat er ook maar zo iets zou bestaan als een aanzuigeffect.’ Verder verklaren dezelfde Antwerpse onderzoekers dat ‘het principe van de universele toegang tot hiv-medicatie’ door de Wereldgezondheidsorganisatie erkend is als efficiënte strategie in de bestrijding van deze mondiale epidemie. Elke lidstaat heeft deze aanbeveling ondertekend. Deze strategie wordt sinds jaar en dag verdedigd door het Instituut voor Tropische Geneeskunde, énonderwezen aan artsen uit de hele wereld die aan deze instelling een bijkomende opleiding volgen in het opzetten van hiv-basisprogramma’s. Het is dan ook ironisch dat in diezelfde stad niet alle hiv-patiënten toegang hebben tot antivirale medicatie.’ In Brussel, noch in Gent waar alle hiv-patiënten wél toegang hebben tot die medicatie is er van aanzuigeffect geen sprake.
4) Schepen Homans stelde voor om dringende medische hulp voortaan te koppelen aan de ondertekening van een vrijwillig terugkeertraject. ‘Zo verzekeren we de dringendste medische hulpverlening en voorkomen we een eventuele bedreiging voor de volksgezondheid’, aldus Homans.
Dit is argument stuit mij als arts het meest tegen de borst. En blijkbaar mij niet alleen : Staatssecretaris De Block vindt het onaanvaardbaar om dringende medische hulp afhankelijk te maken van de wil om terug te keren. Ze noemt het voorstel van Homans onomwonden een inhumaan beleid.
Vraag
Blijft Schepen Homans bij haar standpunt m.b.t. het ter beschikking stellen van antivirale medicatie voor hiv-patiënten, nu blijkt dat haar beleid onwettig, ethisch onaanvaardbaar en inhumaan is en verdedigdwordt met argumenten die pertinent onjuist zijn?